In Leipzig moet je werken voor een uitkering

De euro vereist strenge bezuinigingen. Maar de hoge werkloosheid dwingt Duitsland meer banen te scheppen. Het Oost-Duitse 'banenwonder' doet beide.

LEIPZIG, 28 MAART. Voor dag en dauw rijden Ute Windler en haar ploeg naar het 'Wildpark' aan de rand van Leipzig. Met een vaart springt ze uit de bus, stapt een oude barak in en schiet haar werkplunje aan. Kleine Ute ziet er stoer uit in haar groene overal, de rubberen laarzen en de handschoenen. Nu nog een schop, want er moet gegraven worden.

Tot voor kort leefde Ute, een alleenstaande moeder met drie kinderen, van de bijstand. Nu is ze een van de vele Leipzigers met een 'Stiefelstelle', een baan waarbij je grote kaplaarzen nodig hebt. Met het planten van bomen, het verbreden van een dijk of het werken op de ecologische boerderij houd je je voeten niet droog.

Ute had weinig keus: accepteerde ze de 'Stiefelstelle' niet dan kreeg ze geen geld meer. In het Oost-Duitse Leipzig moet je werken voor een uitkering. Onder het motto 'arbeid of niets', bespaart de stad miljoenen en komen werklozen aan de slag. Daar is al jaren praktijk wat de moderne Britse premier Blair onlangs in een offensief aankondigde: werk in plaats van steun. In de voormalige boeken- en handelsstad heeft zich een klein wonder voltrokken. Er is geen enkele werkzoekende bijstandsontvanger meer te vinden.

“Ik werk liever in het bos, dan dat ik thuis zit”, zegt Ute. Trots laat ze het vossenhok zien, dat ze heeft getimmerd. Graven, betonnen vloer leggen en gaas spannen. “Zware arbeid in weer en wind”, moet ze toegeven. “Maar ik ben toch blij dat ik iets doe en financieel verder kom. Als de baas tevreden is, kan ik zelfs meer verdienen”.

Net als Groot-Brittannië kampt Duitsland met een groeiend leger van bijstandsontvangers. Van de vijf miljoen werklozen komen er steeds meer in de bijstand terecht. Bijna drie miljoen Duitsers krijgen deze laagste uitkering, blijkt uit de jongste gegevens van de Duitse vakbond Deutscher Gewerkschaftsbund (DGB). Bondskanselier Kohl zint op manieren om degenen, die kùnnen werken aan de slag te helpen. Met het oog op de verkiezingen in de herfst komt de record-werkloosheid de regering niet goed van pas. Vorig jaar nog moesten de arbeidsbureaus miljarden mark bezuinigen om aan de voorwaarden voor de euro te kunnen voldoen. Maar lang werd de discipline, die nodig is voor de Europese muntunie, niet volgehouden. Vorige week besloot de kanselier het roer om te gooien.

Kohl trekt 600 miljoen extra uit voor werkgelegenheidsprojecten (Arbeitsbeschaffungsmassnahmen) in de hoop nog deze zomer een 'keerpunt' op de arbeidsmarkt te bereiken. Een werkloze, die een baan heeft in een overheidsproject, verdwijnt immers uit de statistiek. Met het extra geld kunnen naar schatting 100.000 werklozen tijdelijk aan een overheidsbaan worden geholpen.

Pagina 19: Leipzig 'Ik bied Arbeit für alle en neem iedereen in dienst'

Kohls grote voorbeeld is Leipzig. De stad dat nu een werkloosheid heeft van 19 procent. Lang voordat Kohl zich zorgen maakte over de arbeidsmarkt, begon Leipzig werklozen en bijstandsontvangers aan een baan te helpen. Want “werk is er genoeg”, zegt Matthias von Hermanni demonstratief. “Ik bied 'Arbeit für alle' en ik neem iedereen in dienst”.

Von Hermanni is directeur van de snelst groeiende onderneming in het Oostduitse Leipzig. Hij heeft honderd projecten, zeven landgoederen en een wagenpark van ruim 300 auto's en bussen. Bij zijn onderneming werken bijna 5.000 mensen. De naam van zijn bedrijf verraadt dat het hier niet om een gewone onderneming handelt: 'Betrieb für Beschäftigungsförderung', ofwel een eigen bedrijf van de stad.

Het personeel heeft met elkaar gemeen dat ze op de vrije markt geen emplooi vinden. Von Hermanni biedt volop werk. Hij heeft ecologische tuinderijen, parken, kinderspeelplaatsen, bio-boerderijen, landbouwgrond, natuurgebieden, die allemaal moeten worden onderhouden. Zelfs het gangenstelsel van het monumentale 'Völkerschlachtdenkmal' in Leipzig, dat herinnert aan de confrontatie van de Europese landen met Napoleons troepen in 1813, hebben zijn mensen opgeknapt.

Bij Von Hermanni krijgt het personeel ook salaris. De middelen die hem ter beschikking staan komen van de stad (bijstandsgelden, materiaalkosten), het arbeidsbureau en de Europese Unie. Een klein deel bestaat uit de opbrengst van de eigen, schaarse produktie.

Direct na de Duitse hereniging in 1990, trok Von Hermanni als 'Wessie' naar Leipzig om te helpen bij de wederopbouw. De euforie over de 'Wende' was groot. Menigeen geloofde nog in 'bloeiende landschappen', die zouden ontstaan na de vernietiging van de failliete industrie. Maar Von Hermanni, die als ambtenaar bij sociale zaken ervaring had met het uitkeringwezen in Hannover, zag toen al dat de massale bedrijfssluitingen tot een “lawine van werklozen” zou leidden. Tegensturing was vereist.

“We wilden voorkomen, dat er hele dynastieën zouden ontstaan, die van een uitkering afhankelijk zijn. Het is desastreus voor een gezin als er niemand meer is, die 's morgens naar zijn werk moet”, zegt Von Hermanni, een stevige veertiger met een kraakhelder wit overhemd, een zwarte suède spencer en een kleurrijke rode das met wilde paarden. “Dit land is idioot georganiseerd. In een welvaartsstaat moet er altijd worden betaald, of het nu om bijstand of een werkloosheidsuitkering gaat. Het is toch veel beter als iemand dan ook een tegenprestatie levert”, zegt Von Hermanni, die als gemeente-ambtenaar al in 1993 aan de rand van Leipzig zijn bedrijf oprichtte.

's Morgens om half 7 stroomt het voormalige Stasi-terrein, de gevreesde veiligheidsdienst in de voormalige DDR, vol. Het personeel staat klaar om in groene en oranje bussen naar de verschillende projecten te worden gebracht. Opdrachtgever is de stad. Het bedrijf neemt geen particuliere opdrachten aan, anders klaagt het midden- en kleinbedrijf over 'valse concurrentie'. Werk is er genoeg: vervallen Russische kazernes die moeten worden afgebroken, daarbij behorende grondstukken die van munitie en olie moeten worden gezuiverd voordat ze aan investeerders worden verkocht, onderhoud van groenvoorzieningen, de oprichting van ecologische boerderijen.

De stad verdient ook aan het bedrijf van Von Hermanni. Aangezien uitkeringsgerechtigden slechts steun krijgen, als ze bij Von Hermanni een baan accepteren, heeft ruim een derde van de klanten van de sociale dienst zich niet meer laten zien. Dat heeft de stad miljoenen marken opgeleverd. “Zwartwerkers kiezen eieren voor hun geld”, zegt Von Hermanni. Zodra ze in het grijze circuit meer verdienen dan de 1.400 tot 1.600 mark bij ons, zijn ze weg.”

Het succes van het Leipziger model, lokt menig politicus naar Von Hermanni's onderneming. Wie er ook na de verkiezingen in september aan de macht komt - opnieuw de regering-Kohl of een kabinet onder leiding van de sociaal-democraat Schröder - voor de hoge werkloosheid moet een oplossing gevonden worden.

Hoewel de politiek dweept met het 'banenwonder' in Leipzig, is niet iedereen te spreken over het project. De jonge fotograaf Mario, die over het terrein slentert, klaagt dat hij geen tijd meer heeft om naar foto-werk te zoeken. Van 's morgens 7 tot 's avonds is hij bij het bedrijf in de weer. “Wat doe je, als ze je uitkering schrappen?”

De vakbonden zien weinig in de onderneming, omdat de lonen op de arbeidsmarkt onder druk worden gezet. Maar directeur Von Hermanni heeft weinig oor voor de kritiek. “Wij helpen in ieder geval langdurig werklozen tijdelijk aan een baan. Bovendien levert het de stad geld op, omdat er minder aan uitkeringen wordt uitgegeven. De druk om werk te zoeken wordt immers groter”. Maar, erkent de directeur, wil Duitsland de hoge werkloosheid van vijf miljoen structureel verminderen zijn veel ingrijpender maatregelen nodig.

“Hervorming van de arbeidsmarkt is dringend noodzakelijk”. Von Hermanni wijst op het grote zwarte circuit, dat met 280 miljard mark liefst 15 procent van het Duitse bruto binnenlands produkt beslaat. De staat loopt daardoor veel geld mis aan sociale verzekeringspremies. Naast het zwarte circuit zijn er tal van groepen zoals ambtenaren en bepaalde zelfstandigen, die volgens Von Hermanni ook te weinig meebetalen aan het sociaal stelsel.

De grote groep van lage-lonen-werknemers met een zogenaamde '620-mark-job' - een typisch Duits fenomeen - draagt zelfs helemaal geen premies af. Naar schatting 5 tot 6 miljoen Duitsers hebben een of twee parttime 'jobs', waarmee ze maandelijks 620 mark per baan verdienen. Voor werkgevers zijn deze banen aantrekkelijk, omdat zij slechts een klein bedrag aan belastingen over deze banen hoeven af te dragen. De werknemers kunnen echter geen aanspraak maken op sociale voorzieningen zoals ziekengeld of een pensioen. 'Nieuwe armen' zoals in Amerika zijn het niet, omdat het grootste deel van deze groep werknemers - vooral vrouwen, studenten en buitenlanders - is verzekerd bij hun man of ouders.

“Maar de groep, die de welvaartsstaat moet bekostigen, is eenvoudig te klein”, zegt Von Hermanni. “Onze loonkosten zijn extreem omdat een relatief kleine groep werknemers hoge sociale premies moet afdragen.” Dat is volgens Von Hermanni een belangrijke oorzaak van de Duitse werkloosheid. “Werknemers worden uit de markt geprezen door de hoge loonkosten en werkgevers kiezen liever voor automatisering.” Het is de hoogste tijd het tij te keren, vindt hij. Ook degenen met een 620-mark-baan moeten sociale premies betalen. Alleen als meer werknemers meebetalen aan het sociaal stelsel, kunnen de loonkosten eindelijk omlaag en hebben meer werklozen kans op een baan.

Maar de slagvaardige directeur moet toegeven, dat een groot deel van zijn clientèle hier weinig baat bij zal hebben. “De veertig-plussers hebben 'nul' kans op de arbeidsmarkt. Zij zijn de grote verliezers van de Duitse hereniging. Ze worden eenvoudig door jongeren weggedrukt.”

Politici moeten ophouden deze mensen illusies voor te spiegelen, meent Von Hermanni. Zeker tachtig procent van de werknemers in zijn onderneming is ontslagen, omdat zij 'eenvoudig' werk verrichtten dat is geautomatiseerd. Zelfs in een situatie van hoogconjunctuur, komen zij niet meer aan de slag.

Von Hermanni: “De overheid heeft een sociale plicht voor deze burgers te zorgen, zodat ze niet geïsoleerd raken.”

Ute Windler hoopt op haar 35ste de sprong nog te wagen naar een betere 'job'. In het bedrijf van Von Hermanni heeft ze veel geleerd: hekken timmeren, wegen asfalteren. Nog belangrijker is dat ze weer zelfvertrouwen heeft gekregen. “Je voelt je weer nuttig, omdat je iets doet. Wie weet, kan ik me na dit jaar omscholen”, zegt Ute hoopvol, “zodat ik kans heb op een èchte, vaste baan in de handel.”