Hummie van der Tonnekreek

Dertien jaar lang was Hummie van der Tonnekreek (52) hoofdredacteur van de Audax-bladen Weekend, Aktueel en Avantgarde. Tot zij eind december vorig jaar in conflict raakte met algemeen hoofdredacteur Wim Schaap over diens nevenwerkzaamheden voor het pornoblad Passie.

Audax dreigde Van der Tonnekreek te ontslaan, maar afgelopen week trok de uitgever het ontbindingsverzoek weer in. Intussen zit ze thuis met verloofde, zoon en hond en concentreert zich op haar studie Bestuur en management. Terug naar Audax wil ze niet meer. Dinsdag 17 maart

Alles is onzeker en ik maak me druk om een paar hoge hakken. Vandaag is het de dag van het kort geding en ik zit 's morgens om zeven uur op mijn knieën voor een enorme berg schoenen waaruit ik maar geen compleet paar kan vissen. Zwart moeten ze zijn. En pumps. Maar als ik naar de steile hakken kijk weet ik: dat wordt niks. Schütz is een fietser, dus dat wordt lopen naar de rechtbank en dat redt geen mens op zeven centimeter naaldhakken. Laarsjes dan maar. In de auto heb ik spijt. Van de laarsjes, omdat ze een randje van panterprint hebben. Van het zwarte pak met de geklede jas, wat me toch niet deftig staat en ineens verschrikkelijk warm zit. In de achteruitkijkspiegel zie ik iemand die niet eens meer op mezelf lijkt. Opgestoken haar.

Ik ben anders. Alles is anders. Vandaag eist mijn advocaat in kort geding stukken die aantonen dat Wim Schaap verhalen schrijft voor Passie. Ik weet dat hij dat doet, maar weten is iets anders dan bewijzen. Daarom wil Audax mijn arbeidscontract ontbinden. Daarom zit ik thuis, geschorst. Thuis op doordeweekse dagen. Wat ziet het huis er anders uit. Overal stof en gordijnen die gewassen moeten worden. Straks heb ik misschien tijd genoeg om ze te wassen. Mijn baan staat op het spel.

Een kort geding is voor advocaten. Ik sta er maar zo'n beetje bij. Een figurant zonder tekst, die ook nog eens de aanwijzingen van de regisseur vergeten is. Wij zitten links, toch? Het is trouwens helemaal nog niet zeker of we wel naar binnen gaan. Bewijs hebben we al. Maar Schütz wil er nog een gouden randje omheen. Hij praat met de advocaat van een van de wederpartijen. Lukt het? Als we worden afgeroepen ontstaat er verwarring. Eerst alleen advocaten en dan toch weer met z'n allen. Alles dringt voor en naar binnen. Ik ben de laatste. Gaat dit allemaal nog wel om mij?

Rechter Tonkens is een vrouw en nog mooi ook. In Utrecht hebben we ooit nog eens achter dezelfde forumtafel gezeten. Over persvrijheid. Zou ze zich mij nog herinneren. Ik hoop maar van niet.

Schütz trekt het kort geding in. Met dat gouden randje is het gelukt. Dan gaat het nog over de kosten. Na twee seconden overleg laten we het er maar bij zitten. De rechter noemt het een wijs besluit. Maar Schütz baalt en ik voel het omdat we ook letterlijk schouder aan schouder zitten. Maar we hebben wat we hebben willen.

Woensdag

Als ik niet wil hoef ik vandaag nergens aan te denken. Na het kort geding ligt aan mijn kant de zaak even stil. Dat komt goed uit, want 'we' moeten nog een paper voor 'recht, beleid en organisatie' inleveren en ik ben de penvoerder van de werkgroep. De ruwe versie zit al in de computer. Als ik aan de voetnoten begin, verschijnt er een 'bom' op het scherm. Een 'error' van de een of andere soort. Natuurlijk ben ik de handboeken kwijt. Ik haal mijn hele studeerkamer overhoop. Alle dozen uit de kast. Op een doos staat: 'Hummie (werk) oud'. In zulke dozen moet je nooit kijken. Je weet het en je doet het toch. Papieren uit mijn Story-tijd. Waarom zitten daar zoveel koffievlekken op? En een foto: Ben Holthuis, Wim Schaap en ik. Wat zijn we jong. Oude foto's hebben de rare eigenschap dat ze met terugwerkende kracht een voorspellende uitstraling krijgen, zoals een flashback in een film. De kijker weet het al: 'dat wordt een drama'. Maar de mensen om wie het gaat, kijken zorgeloos in de lens. De bom blijkt de tekst volledig te hebben verminkt.

Donderdag

Waarom ben ik vandaag niet gestopt met roken? Dan had ik geen sigaretten hoeven halen en was ik nooit in de armen van Willibrord Fréquin gelopen. Bij de pinautomaat stond hij ineens naast me. De man in de zwarte jas. Achter hem de cameraploeg (De week van Willibrord). Achteraf weet je wat je allemaal had kunnen en moeten doen. Goed idee was natuurlijk geweest om naar het hart te grijpen en op het plaveisel ineen te zijgen. Dat zendt zelfs RTL4 niet uit. Maar kom daar op het moment zelf maar eens op. Zo'n uitzending overleef je wel, maar het wordt nooit een videoband die je nog eens aan je kleinkinderen wilt laten zien.

Een aardige mevrouw die me in het nauw gedreven zag, probeerde me nog te redden door me in haar auto te laten stappen. Het had goed kunnen aflopen als ze me naar huis en niet naar het politiebureau Meer en Vaart had gebracht. Daar werd het nog een hele vertoning omdat het blauw achter de balie me eerst helemaal niet wilde geloven dat ik achtervolgd werd door Fréquin. “We hadden u zo gauw niet herkend”, zeiden ze. Nu maar hopen dat ook de rest van Nederland me niet kent. Vandaag ben ik niet gestopt met roken.

Vrijdag

Schütz werkt aan het verweerschrift. Hij vindt me niet alleen een geval, maar ook nog een interessante zaak. Later, weet ik zeker, kijk ik op deze beroerde periode terug en dan is de narigheid weggefilterd en blijven de goede herinneringen over. Schütz is er een van. Bij onze eerste ontmoeting wilde hij me niet op zijn kamer ontvangen omdat ik rookte, dus deed ik mijn warrige verhaal in een zaaltje beneden bij Nauta Dutilh. Mijn eerste kennismaking met deze mr. S. F. Schütz was koeltjes, maar mijn intuïtie zei: als deze advocaat voor je gaat, zit je goed. Het zal in Nederland wel nooit echt L.A. Law worden, zo zit ons rechtssysteem niet in elkaar, maar zoals Schütz opereert zit het er dicht tegen aan.

Stemmen uit het verleden laten zich horen. Een kaartje van iemand die me sterkte wenst. Mijn ex die uit Spanje belt, een vriendin uit Israel. Mijn kinderen die zo lief doen alsof er niets aan de hand is. Bert die kookt, omdat 'je wel moet blijven eten'. Omdat ik ziek thuis zit, denk ik dat ik zeeën van tijd heb voor de studieboeken. Maar dat valt tegen. Concentreren lukt meestal niet zo goed. Vanwege het verweerschrift moet ik vandaag vaak in de stukken van het verzoekschrift kijken. Dan kookt mijn bloed. De verklaring van W. S. zit vol taal- en spelfouten; ik moet me beheersen om ze niet te verbeteren. Macht der gewoonte. Nog een paar dagen en dan is het voorbij.

Zaterdag

Bert en ik zijn in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag geweest. Daar bewaren ze alles wat in Nederland wordt gedrukt. Dus ook Passie. Dat blad speelt een rol in de problemen waarin ik verzeild ben geraakt en daarom wilde ik er het een en ander in nakijken. De vorige week waren we ook al in de KB, maar toen liep onze missie op niets uit. Om te beginnen mocht Joep, de yorkshire terrier, niet mee naar binnen (maar dat hadden we natuurlijk wel kunnen weten) en daarom ging ik met tas en hond op een bankje voor de bibliotheek zitten roken, terwijl Bert de Passies op de leestafel klaar zou leggen. Ik zat te vernikkelen met al sigaret nummer drie, toen ineens een zeer Haagse schorre stem uit het niets opklonk. Een soort Koot & Bie-meneer (de vieze man) vroeg of 'mijn man' soms op zoek was naar nummers van Passie, want dan wilde hij hem wel zijn exemplaar afstaan. Heel aardig van u, meneer, zei ik, maar wij willen graag een hele jaargang, want aan één exemplaar hebben wij niet genoeg. Ik voelde dat ik een erg rood hoofd kreeg en van dat warme haar... Later bleek dat je bij de KB pornobladen alleen voor wetenschappelijke doeleinden mag inzien. Mijn collegekaart was niet genoeg, een briefje van Schütz over de fax later wel. Vandaag lag de jaargang keurig klaar voor ons bij de balie. Gênant dat Bert de hele jaargang uit zijn handen liet vallen; kon iedereen zien wat we hadden opgevraagd. Ik liep heel snel door en keek of ik er niets mee te maken had.

Zondag

Vanochtend vond ik een brief van Audax in de buitenbus. Tussen twee folders gekleefd. Het is een 'beste Hummie-brief'. Ik heb hem nu al twintig keer gelezen. Niet langer geschorst, verzoek om ontbinding ingetrokken. Je zou het als een overwinning kunnen zien, maar ik heb in de afgelopen drie maanden te veel van mijn argeloosheid verloren. Terug? Terug naar wat? Naar wie? Bert zegt dat ik er eens een dag helemaal niet aan moet denken. 'Ruim het huis op', zegt hij. Nou dat is wel het laatste waar ik zin in heb. Omdat ik een paar colleges heb gemist, moet ik een vervangende opdracht schrijven. Dat dan maar. Er is niet één schoon kopje meer, dus drink ik koffie uit een glas. Ik ben te lamlendig om de vaatwasser te vullen. Koken wordt niets. We halen chinees. Onder de tv val ik in slaap. 's Nachts lig ik te woelen. In het donker is alles anders. Naar beneden. Roken in de huiskamer. De vogels beginnen alweer. Op de bank val ik in slaap.

Maandag

Dit wordt een dag van innerlijk beraad. Ik moet even nuchter afstand nemen. Mijn advocaat ook. Hoe nu verder? Er lag een schitterend verweerschrift, maar dat is alleen nog maar mooi voor later. 's Middags belt het AD. Hoe laat is de zitting morgen? Bel mijn advocaat maar, weet ik veel. Het is raar als je zelfs geen gewone antwoorden kunt geven. Ik heb mijn haar geverfd. En mijn pony geknipt omdat er bij het typen voortdurend haar in mijn ogen hing. Zoiets moet je wel voor de spiegel doen. Maar ik pakte gewoon een pluk en het nagelschaartje dat binnen handbereik lag. Ik heb net het resultaat gezien. Dat is schrikken. Na het eten besluit ik naar Utrecht te rijden om bij het instituut zelf mijn 'huiswerk' in de bus te stoppen. Bert vindt het een gekke actie. Maar ik kan hardnekkig zijn. Hij besluit mee te gaan. Mijn zoon heeft geen zin in een ritje en blijft thuis. 'Gezellig koffie onderweg' doet hem de schoenen niet aantrekken. Bij hem mislukt mijn list. Als we terugkomen zit zoon Mars op de trap. Nou weet de hele familie dat ik rook, oma ook, zegt hij. Frequin heeft hem gefilmd met een sigaretje op de stoep. Aan mijn 'ontluistering' denkt hij niet. “Hoe was het”, vraag ik. Mars gaat zwijgend naar bed. Bert is razend, omdat ik hem mee naar Utrecht heb gelokt. Maar de uitzending is achter de rug. Een oude vriend belt. “We hebben wel gelachen hoor. We moeten elkaar gauw zien.”

Dinsdag

Naar een beslissing moet je toegroeien. Vandaag had het allemaal achter de rug kunnen zijn. Het bericht in het AD dat mijn ontslag niet doorgaat, maakt een heleboel telefoontjes los. 'Ben je blij, wat ga je doen', vragen stemmen die ik soms heel lang niet heb gehoord. Ik weet het niet. Eline komt op de koffie. “Wel leuk hoor, een mammie, die thuis is.” Zo heeft iedereen zijn eigen manier om je te troosten.

Woensdag 25 maart

Vandaag mag ik het huis nog een puinhoop laten. De vervreemding slaat langzaam maar zeker toe. Weekend wordt me nog wel iedere week opgestuurd. Maar het blad voelt alsof ik er nooit iets mee te maken heb gehad: de mensen die er werken alsof ik ze nooit heb gekend. Er is niets meer om naar terug te gaan. Collega's zijn al vreemde gezichten geworden. Mensen die je op straat voorbij loopt. De redactie een verzameling bureaus. Op mijn kamer bij Weekend staat groot en ingelijst een collage van foto's die werden gemaakt toen Wim Schaap en ik 12,5 jaar bij de zaak waren. Ik laat het achter, zoals ik nu al mijn Weekend-verleden achter me heb gelaten. Straks is het niet meer dan een doos vol papier, een paar foto's. 'Hummie, werk (oud)'. Ik zal er nog wel eens in kijken.

Donderdag 25 maart

Ik ben te laat voor mijn afspraak met Schütz. Als je weet dat er geen weg terug meer is, aarzelt je voet even met het nemen van de eerste stap.