Hoe groter de onzekerheid, des te meer dromen, illusies en geloof

Voorstellingen: 'Vaders & Zonen' en 'Noorderlicht'. Gezelschap: De Tijd; auteur: Paul Pourveur. Regie: Lucas Vandervost; vorm: Erik Lagrain. Spel: Dirk Buyse, Wim van der Grijn, Lucas Vandervost. Gezien: 25 en 26/3 Brakke Grond, Amsterdam. T/m 28/3 aldaar; Nederlandse tournee t/m 18/4, Vlaamse tournee t/m 30/5. Inl 0032-3-2350490.

Wie ben ik? Waar kom ik vandaan? Waar ga ik naartoe? Wat doe ik hier op aarde? Begint een kind zich eenmaal zulke vragen te stellen, dan houdt het daar nooit meer mee op. Massa's wetenschappers lopen elkaar voor de voeten in hun speurtocht naar het ontstaan van de homo sapiens. Massa's individuen zijn op zoek naar hun verwekkers, hun geschiedenis en naar de zin van dat alles.

De Vlaming Paul Pourveur laat, in zijn nieuwe stukken Noorderlicht en Vaders & Zonen, zowel de wetenschappers als de niet-wetenschappers ijverig naar hun oorsprong zoeken. Beide stukken schreef hij voor het eveneens Vlaamse gezelschap De Tijd en beide voorstellingen worden gespeeld door Dirk Buyse, Wim van der Grijn en Lucas Vandervost, die tevens de regie voert.

Van de twee delen staat Vaders & Zonen 't dichtst bij het dagelijks leven - al zijn de hoofdfiguren reeds dood. Pathologisch-anatomische rapporten schallen via speakers door de ruimte en in een wachtkamer zitten drie lijken, met aan hun tenen genummerde labels. Soms moeten die lijken voor nader onderzoek terug naar de snijzaal want hun identificatie verloopt blijkbaar moeizaam. En tijdens het wachten proberen ze er zelf achter te komen wie zij nu eigenlijk waren en zijn.

Het antwoord komt in de vorm van herinneringen: aan zintuiglijke avonturen die voor een ander niets betekenen maar voor de persoon in kwestie alles. Hoe sterk zijn geuren niet verbonden met erotiek en seksueel ontwaken: het eerste meisje van man één rook naar gras, dat van man twee naar bloemkool. Hoe sterk zijn klanken niet verbonden met het ouderlijk huis. Wat neem je mee in je graf? Een paar geurtjes, een paar geluidjes - ook die van je eigen kind misschien - en dat was het dan.

Aan de door elke acteur net iets anders getoonzette verhalen is te merken dat men stof uit z'n privé-leven heeft aangedragen. Het voordeel van die werkwijze is de poëtische intensiteit. Het nadeel: een statisch-monologische vorm.

Wat die vorm betreft is Noorderlicht frisser. Metingen - zo noemen de personages de door henzelf aangekondigde scènes. Korte scènes zijn het, nu eens vooruit- en dan weer achteruitspringend in de tijd. Noorderlicht speelt zich af in de nacht van 27 op 28 oktober 1927, tijdens de historische Solvay-conferentie in Hotel Metropool te Brussel. Drie heren houden zich op in de lounge van het hotel en een van hen, een natuurwetenschapper, bericht met een mengeling van woede en fascinatie over de nieuwe theorieën die op de conferentie zijn gelanceerd.

Niels Bohr ('kamer 66') heeft verwarring gezaaid met de stelling dat een elektron zich voordoet als stilstand of als een golf - al naargelang de waarneming. En Werner Heisenberg ('kamer 67') heeft de collega's gechoqueerd met zijn onzekerheidsbeginsel. Hun postulaten komen erop neer dat de werkelijkheid afhankelijk is van de beschouwer, dat de waarheid niet langs deterministische weg bepaald kan worden en dat we noch het heden noch de toekomst uit het verleden kunnen verklaren of voorspellen.

Alle zekerheden zijn in één klap ondermijnd en redding kan alleen nog komen van Albert Einstein. Slaagt 'kamer 13' erin de subversieve theorieën te weerleggen, dan is de chaos bezworen. Zover is het echter nog niet en ondertussen groeit in de lounge de vertwijfeling. Ineens blijkt er niets meer te kloppen. De vrouw met wie een van de heren zou trouwen, komt niet opdagen en de receptionist krijgt last van angstvisoenen. 'Dit is het Metropool Hotel. Hier gebeuren nooit ongelukken': die slogan herhaalt de man achter de balie naarmate de paniek toeneemt steeds vaker.

De beelden van geweld en vernietiging die hij uit de loopgraven van Verdun heeft meegebracht contrasteren met de idealen van menselijke volmaaktheid waar de aanstaande bruidegom, een paleo-antropoloog, van droomt.

Hoe groter onze onzekerheid, des te meer wij ons vastklampen aan dromen, illusies, geloof: Paul Pourveur doet daar niet cynisch over. Noorderlicht eindigt weliswaar met een vermoedelijke zelfmoord, maar daarmee zijn de dromen de wereld nog niet uit. De schrijver pleit voor een combinatie van scepsis en naïeve speelsheid - en in zijn geval komt zo'n houding wonderwel van pas. Want in Noorderlicht en ook in Vaders & Zonen maakt hij de zware kost licht verteerbaar met behulp van spitse leidmotiefjes, zelfironietjes en woordgrapjes. En voor de visuele grappen zorgt Lucas Vandervost.

Zoals Vandervost zichzelf regisseert, wegduikend achter de balie als een soldaat in nood, met alleen nog de witte handjes die boven de denkbeeldige loopgraaf uitsteken: dat is perfecte clownerie, subtiel en een tikje melancholiek.