Het inkomen van ... de reisadviseur

Reisadviseur is een beroep dat avontuurlijker klinkt dan het is. Veel scholieren kiezen voor een opleiding in het toerisme, omdat ze hopen op verre reizen naar exotische oorden. Het Peter Stuyvesant-gevoel noemt CAO-onderhandelaar Jan Verheij van de FNV dat. Hij is sceptisch over de verwachtingen die aankomend reisadviseurs hebben over hun 'droombaan'.

In de praktijk blijkt het werk bij een reisbureau minder romantisch dan verwacht. Niet met wandelen langs zonnige stranden, maar met het invullen van reserveringen voor anderen brengt de reisadviseur zijn dagen door, achter een bureau. Studiereisjes naar vakantiebestemmingen komen wel voor, maar behoren niet tot de dagelijkse routine.

Ook in hun vrije tijd gaan reisadviseurs niet vaker op vakantie dan anderen, simpelweg omdat ze daar geen geld voor hebben. De beloningen in de reisbranche zijn namelijk karig. Het salaris varieert van het minimumloon voor de laagste functies, zoals aankomend reisadviseur, tot 3.547 gulden bruto voor vestigingsmanagers met tien jaar werkervaring.

De meeste reisbureaus en touroperators, circa tachtig procent, zijn aangesloten bij het Algemeen Nederlands Verbond van Reisondernemingen(ANVR). Dit verbond heeft met de vakbeweging een collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten, waaraan ook de werkgevers die niet zijn aangesloten bij de ANVR - veelal kleine reisbureautjes - zich volgens de wet moeten houden. De afspraken zijn ingegaan op 1 april vorig jaar en gelden tot 31 maart volgend jaar.

De CAO voorziet allereerst in een structurele loonsverhoging van in totaal 5 procent, die in drie termijnen wordt ingevoerd: 2 procent per 1 april vorig jaar, nog eens 2 procent per 1 april dit jaar en 1 procent per 1 januari volgend jaar. Volgens Verheij waren deze verbeteringen hoognodig, omdat de reiswereld een “onderontwikkelde branche” is. “De reisbureaus hebben zich pas begin jaren '90 verenigd in de ANVR. Eerder was het dus niet mogelijk collectieve afspraken te maken.” Naast een loonsverhoging is ook afgesproken dat met ingang van 1 januari van dit jaar een 39-urigewerkweek van kracht is, in plaats van een 40-urige.

De werknemers zijn in de CAO ingedeeld in zeven functiegroepen, met daaraan salarisschalen gekoppeld. De meest gebruikelijke startersfunctie is 'aankomend reisadviseur', waarvoor eigenlijk geen vakopleiding is vereist.

Toch blijken veel van deze banen bezet door schoolverlaters met een diploma Middelbaar Toeristisch en Recreatief Onderwijs (MTRO). Zij ontvangen zodoende het laagst mogelijke salaris: het minimumloon. Volgens Verheij hebben de schoolverlaters een slechte onderhandelingspositie, omdat de concurrentie groot is. “De reisbureaus nemen bij voorkeur meisjes aan. Die blijven maximaal een jaar of vijf en houden het dan voor gezien, omdat ze kiezen voor een gezin of hun heil zoeken in een andere branche. Het worden dus nooit dure krachten. Geen wonder dat je bij reisbureaus zo weinig grijze mannen aantreft”, aldus Verheij. Ook HBO'ers met een opleiding in het toerisme komen niet automatisch bovenaan de ladder terecht. Zij beginnen meestal als 'allround reisadviseur' in functiegroep 4, met een brutosalaris van 2.485 gulden. In de reisbranche werken nauwelijks uitzendkrachten. “Die zijn veel te duur”, aldus Verheij, “stagiairs vullen de lege plekken graag op. Een goedkope oplossing.” De carrièreperspectieven in de reisbranche zijn somber, want de doorstroming binnen de functiegroepen en in de salarisschalen verloopt zeer moeizaam. Aankomend reisadviseurs worden na een jaar automatisch reisadviseur, maar daarna stokt hun carrière meestal. Uitzonderingen daargelaten is het voor MTRO'ers moeilijk, zo niet onmogelijk leidinggevende functies te bereiken met het bijbehorende salaris. De reisbranche kent bovendien geen jaarlijks 'periodiek', dat in veel andere sectoren gebruikelijk is. Werknemers die niet van functie veranderen, houden dus lange tijd hetzelfde salaris. Pas na vijf jaar krijgen zij een (magere) salarisverhoging. Maar er zijn uitzonderingen. De grotere reisbureaus betalen veelal een hoger salaris dan volgens de CAO is vereist, vaak 500 tot 600 gulden meer.

Voor alle niet-leidinggevende werknemers gelden toeslagen op het salaris, die ook in andere beroepssectoren gebruikelijk zijn. Arbeid op bijzondere uren, overwerk en bereikbaarheidsdiensten moeten worden vergoed in geld of vrije tijd. Werkgevers blijken de CAO op dit punt echter vaak te ontduiken.

Verheij: “Ik word regelmatig gebeld door werknemers die geen toeslagen ontvangen. Ze willen echter nooit dat ik contact opneem met het reisbureau in kwestie, omdat ze bang zijn hun baan te verliezen. Zó sterk staan de werkgevers dus.” Studiereizen naar vakantiebestemmingen worden altijd betaald door de werkgever. Werknemers die binnen een jaar ontslag krijgen of nemen, moetende reis echter terugbetalen. De werkgevers vinden dat zij dan onvoldoende profijt kunnen trekken uit de kennis en ervaring die de werknemer tijdens de studiereis heeft opgedaan. Op initiatief van de vakbonden begint binnenkort een gezamenlijk onderzoek naar de beloning in de reisbranche, en naar de arbeidsomstandigheden van reisleiders die hun standplaats in het buitenland hebben. Deze laatste categorie valt niet onder de CAO, en krijgt daardoor nog minder salaris dan collega's in Nederland. Een onkostenvergoeding van 60 gulden per dag is niet ongebruikelijk. Al met al zijn de vakbonden zeer ontevreden over de beloning en de arbeidsomstandigheden in de reisbranche. Verheij: “In andere landen, zoals Duitsland, worden reisadviseurs veel beter betaald. Nederland loopt echt achter op dit gebied.” De vakbonden zijn dan ook van plan in het najaar, als de onderhandelingen voor een nieuwe CAO beginnen, met stevige looneisen te komen.

Aanvangssalaris: minimumloon (vanaf 23 jaar) 2.276 Maximumsalaris (loongroep 7): 3.547 Vooropleiding: MTRO of HBO Aantal werknemers in de reisbranche: 10.000

Bedragen in guldens per maand

    • Claudia Kammer