Gooi en smijtwerk met ambtenaren

Redacteur Aukje van Roesel schreef in de Volkskrant van vorige week zaterdag over een directeur bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: “zo wordt zonder blikken of blozen beweerd dat de ex-politica van de CPN en later GroenLinks haar baantje [met sexuele gunsten] heeft verdiend. En in de volgende zin: [de directeur] “zou ook met overheidsgeld smijten voor privépleziertjes”.

Een fatsoenlijke krant zou zulke niet gesubstantieerde beweringen liever niet afdrukken, maar als de hoofdredactie al zou besluiten dat een groot doel was gediend met verspreiding van de aantijgingen, dan hadden lezer en slachtoffer toch tenminste recht op één van de twee volgende opties: óf de krant vertelt dat de aangevallen persoon c.q. haar raadsman ervan af zagen om commentaar te leveren; óf de lezer krijgt in hetzelfde artikel te horen hoe zij (of haar advocaat) op de aantijgingen reageert. Niets van dit alles in de Volkskrant die zelfs nalaat duidelijk te maken of voor deze aantijgingen slechts één of meerdere bronnen zijn gehoord. Toch is duidelijk dat als de eerste aantijging juist is, de personen die deze directeur hebben voorgedragen c.q. benoemd wegens corruptie moeten worden ontslagen, terwijl de tweede aantijging - indien bewezen - ontslag moet inhouden voor de betrokken directeur.

Maar die ernstige consequenties lijken er niets toe te doen. Nederland gaat weer over tot de orde van de dag en de aantijgingen blijven ongegeneerd op tafel liggen. Opnieuw een signaal dat moddergooien via de media in Nederland een toegelaten sport is. De krant kan kennelijk ongestraft de ruimte tussen de advertenties smeuïg opvullen, en iedereen die nog een appel te schillen heeft met zijn of haar directeur mag hopen op gastvrijheid in de media, ook voor ongecontroleerde en kwetsende beweringen.

Voor de derde keer in één jaar wordt een hoge overheidsdienaar slachtoffer van gooi en smijtwerk. Eerst korpschef Brinkman in Rotterdam, toen procureur-generaal Docters van Leeuwen bij het ministerie van Justitie en nu deze directeur bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Verschillende omstandigheden, maar wel drie keer een bliksemschicht uit troebele hemel waarna iemands reputatie ernstig is beschadigd. Bij korpschef Brinkman was er opeens het bizarre verhaal dat hij in de ban was van een 'guru'. Achteraf kolder: op advies van een collega-politieman had de korpschef een organisatieadviseur geraadpleegd over de dwarse ondernemingsraad bij de Rotterdamse politie. Maar het kwaad was geschied: met hulp van het rapport van SER-voorzitter Klaas de Vries sloten de Paarse rijen zich achter burgemeester Peper. De politieke beslissing was genomen dat vertrek van Brinkman en toegeven aan de hardliners bij vakbond en ondernemingsraad de beste oplossing was. Bij de rechters kwam korpschef Brinkman er voortdurend beter vanaf dan in media en politiek, want de vijf jaar salaris die hem zijn toegekend getuigen van het respect van de juristen voor deze rechtschapen man. Maar intussen is hij wel werkloos. Procureur-generaal Docters van Leeuwen wist kennelijk ook niet wat hem overkwam. Minister Sorgdrager raakte met hem in een prestigeconflict. De minister-president koos zonder aarzelen haar zijde en Docters stond op straat. Zeker, er is een bezwaarschriftencommissie voor slecht behandelde overheidsdienaren, maar heb daar niet te veel vertrouwen in. Soms hoort die commissie alleen partijen en komt er niet eens een advies over de voorgelegde zaak.

Met drie keer onbeheerste ontploffingen binnen één jaar wordt het tijd om te zoeken naar meer zorgvuldigheid bij controverses over overheidsdienaren, om te voorkomen dat 'raison d'état' of moddergooien in de media het lot van mensen gaat bepalen. Er is behoefte aan een institutie die tijdig respect voor de spelregels kan afdwingen, en sneller beschikbaar is dan de trage juridische molens van bezwaarschriftencommissie of rechtbank. Wij zouden het Engelse voorbeeld kunnen volgen en een topambtenaar aanstellen als head of the civil service. Nu is Ton Annink bij Binnenlandse Zaken directeur-generaal personeelsbeleid voor de hele overheid, Benita Plesch speciaal verantwoordelijk voor het rouleren van de topambtenaren, en Wim Kuijken secretaris-generaal. Maar geen van hen was, voorzover de buitenstaander kan overzien, in een positie om te helpen bij het bewaren van de zorgvuldigheid in de zaken van Brinkman en Docters en nu bij Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

In het Engelse systeem is het uitgesloten dat de minister zich in één avond ontdoet van een topambtenaar. De minister moet daar eerst op bezoek bij het hoofd van de civil service om zijn problemen voor te leggen. Zo'n procedure bevordert zorgvuldigheid en vermindert het risico dat politieke calculaties of vuilspuiterij in de media de uitslag van een conflict gaan bepalen. Benoeming van Annink, Plesch of Kuijken tot hoofd van de civil service heeft nog een belangrijk voordeel. Iedere minister staat onder druk - zeker in een verkiezingsjaar - om niet alleen dienaar van de Kroon te zijn maar ook te denken aan het partijbelang. Hoge ambtenaren moeten onvervaard kunnen adviseren wanneer grenzen worden overschreden. Maar wie wil graag adviseur zijn van de hartenkoningin uit Alice in Wonderland die op ieder moment van dag en nacht kan schreeuwen: “zijn kop eraf?” Wie de memoires leest van Engelse politici weet dat de grenzen daar preciezer worden gerespecteerd dan hier in Nederland. Als de minister een werkbezoek wil combineren met een partijbijeenkomst, dan houdt de dienstauto halverwege op en kan hij voor partijzaken met eigen vervoer verder. En toen Richard Crossmann ruzie kreeg met zijn secretaris-generaal, was er het hoofd van de civil service die besliste of en wanneer een overplaatsing aan de orde was.

Een head of the civil service had ook kunnen helpen bij de huidige troebele episode bij Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Minister Melkert brengt zijn kinderen naar school en draagt de emancipatie een warm politiek hart toe. Maar schiet hij zijn directeur emancipatiezaken al te nadrukkelijk te hulp, dan heeft dat weer politieke consequenties voor zijn standing bij een deel van de vrouwenbeweging. Politiek relevant, maar vertroebelend nu iemand beschuldigd is van corruptie. Laat er dan één hoge ambtenaar zijn bij Binnenlandse Zaken die kan schorsen of overplaatsen of ontslaan wanneer dat aan de orde is, maar dus ook door dat niet te doen een duidelijk signaal kan afgeven dat de aantijgingen van geen waarde zijn.

Drie nare episodes binnen twaalf maanden zijn er drie te veel: overheidsdienaren hebben recht op bescherming en zorgvuldigheid. De stijl van de Volkskrant kan ons kabinet niet veranderen, en dat is maar goed ook in een vrij land met een vrije pers, maar aanstelling van een head of the civil service zou de overgebleven hoge ambtenaren toch een veiliger gevoel kunnen geven.