Godsbeeld is aan ingrijpende herziening toe

Het Vaticaanse document over de jodenvervolging dreigt zijn doel niet te bereiken. De echte verzoening tussen joden en christenen ligt nog ver weg.

Dit was te verwachten. De kerk had volgens de geldende theologische inzichten nauwelijks anders kunnen reageren. Als paus Johannes Paulus II Gods eigen organisatie op aarde zou beschuldigen van zonden tegen de menselijkheid, dan zou hij de almacht van God in diskrediet hebben gebracht. God kan toch geen fouten maken? De rechtvaardiging van God en de verdediging van de Voorzienigheid ten opzichte van het in de wereld bestaande kwaad, het zogenoemde probleem van de theodicee (theos = God + dikè = rechtspraak), teistert al eeuwen de kerk en haar gelovigen. De aanname van een almachtige God, die toelaat dat onschuldige kinderen op gruwelijke wijze sterven, vreet aan ons godsbesef. Doodgeboren kinderen of ongedoopten die verdoemd werden of - zeker zo erg - niet in de hemel werden opgenomen, blijft hét trauma van mijn jeugd. Wie vasthoudt aan de almacht van God loopt zich klem. De aanname van de menselijke vrijheid, gelukkig ook een van de stokpaardjes van de katholieke kerk, komt dan in het gedrang.

Dario Fo, winnaar van de Nobelprijs voor literatuur in 1997, vindt dat de mensen hun vrijheid nog te weinig gebruiken om het onrecht te bestrijden. In zijn magnus opus Mistero Buffo (1968), dat gaat over 'Jezus Christus volgens het evangelie van Dario Fo', oppert hij dat Christus uit woede en wanhoop niet present zal zijn bij het laatste oordeel. Een van de laatste liederen uit het spektakelstuk luidt: De dag van 't laatste oordeel zal Christus ziek zijn en afwezig om niet te moeten spuwen op hem die slaaf wou blijven die nooit het woord 'verzet' wou schrijven.

De theoloog/filosoof Edward Schillebeeckx probeerde uit de paradox tussen Gods almacht en de menselijke vrijheid te komen door God in zijn almacht weerloos te laten zijn. Zijn weerloosheid is de consequentie van zijn vechten tegen het kwaad in een boze wereld.

Niet bekend

Het zou wenselijk zijn wanneer de theologen in Rome zouden aannemen dat de kerk niet het alleenrecht heeft op waarheid, maar dat ook haar waarheid altijd mede bepaald werd en wordt door historische gebeurtenissen en door de heersende cultuur.

Maar vooral zou de kerk moeten aannemen dat God niet te beschrijven is met de beladen term almacht, maar dat hij óók niet weet wat morgen staat te gebeuren. Zou de kerk dat doen, dan is er enige hoop. Onder een herzien godsbeeld kunnen heel wat christelijke misdaden uit het verleden op een humane manier besproken, beoordeeld en veroordeeld worden.