Gergjev zet zich in voor Prokofjev

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Dmitri Hvorostovski, bariton. Gehoord: 27/3 De Doelen Rotterdam. Herhaling: 31/3 Paleis v.d. Schone Kunsten Brussel.

“Was ik maar choreograaf. Dan zou ik er mooi theater van maken”, zei Valery Gergjev niet zo lang geleden in de documentaire Blinding Wildness. De Russische chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest sprak deze woorden bij een repetitie van de Scytische Suite van Sergej Prokofjev. Maar hij had dit net zo goed bij een willekeurig ander stuk van Prokofjev kunnen zeggen. Als Gergjev muziek van Prokofjev dirigeert, resulteert dit eigenlijk altijd in muzikaal prachttheater. Gisteren, tijdens een rechtstreeks via de radio uitgezonden concert, dirigeerde hij een sublieme Tweede symfonie, met als een toegift een deeltje uit het ballet Romeo and Juliet.

Valery Gergjev, intussen hersteld van de blessure die hem verleden week verhinderde het vorige programma van zijn Nederlandse orkest te dirigeren, heeft zich opgeworpen als de belangrijkste pleitbezorger van dit moment voor de muziek van Sergej Prokofjev (1891-1953). Gergjev breekt met verve een lans voor de componist die steeds in de schaduw stond van Stravinsky en Sjostakovitsj. Prokofjevs dood viel bovendien samen met die van Stalin, zodat ook zijn finale daad goeddeels aan de aandacht ontsnapte, en zijn eeuwfeest werd verzengd door Mozarts tweehonderdste sterfjaar.

Op cd's en concerten, en ook tijdens het eerste Gergjev Festival in 1996 waarin Prokofjev een van de centrale componisten was, ijvert Gergjev ervoor dat Prokofjev in de muziekgeschiedenis een plaats krijgt náást Stravinsky en Sjostakovitsj. En al keek de componist later zelf met gemengde gevoelens terug op zijn Tweede symfonie, ook dit werk uit het midden van de jaren twintig, is in de lezing van Gergjev bij vlagen briljant, met name het eerste deel.

De veellagigheid van door elkaar kakelende thema's is één groot Babel. Een luide hymne in het koper klinkt boven het huppelend hout en de rap rebbelende strijkers uit. Gedirigeerd door Gergjev leidt deze veellagigheid echter nergens tot een spraakverwarring, maar tot de fascinerende nieuwe meta-taal die juist zo kenmerkend is voor de jonge hemelbestormer Prokofjev. 'Bach met pokken' noemde iemand Prokofjevs schrijfstijl in deze periode eens. Maar wanneer deze muziek naar andere componisten moet verwijzen, zou je haar evengoed Stravinsky met lelies kunnen noemen, terwijl het tweede deel met die machtige klappen door het orkest een voorafschaduwing lijkt te zijn van John Adams' Harmonielehre.

Gergjev was in zijn beste doen bij Prokofjev. In de door Edison Denisov georkestreerde liederencyclus Zonder zon van Modest Moesorgski begeleidde Gergjev adequaat een mooi ingetogen zingende bariton Dmitri Hvorostovski. De uitvoering van Jeux van Debussy was vlak en mat. Bij het eerste Gergjev Festival gold de aandacht ook deze componist, maar vrijdag liet de bevlogenheid van de dirigent in zijn muziek te wensen over. 'Karakterloze muziek' noemde Prokofjev de klankschilderingen van Debussy. En Gergjev leek hem daarin ditmaal gelijk te geven.

    • Emile Wennekes