Europees Parlement

Het Europees Parlement is een 'farce', zo citeert NRC Handelsblad de voorzitter van de nieuwe Vereniging Democratisch Europa, prof. Arjo Klamer (24 maart).

Doelt Klamer op de beperkte bevoegdheden van het EP? Dan ben ik het met hem eens. Belachelijk is bijvoorbeeld dat het EP niet eens zijn eigen zetel mag kiezen. Het heen-en-weer-gesjouw tussen Brussel en Straatsburg komt mij en veel collega's de neus uit. De leiders van de EU-lidstaten hebben echter in het Verdrag van Amsterdam vastgelegd dat we tot in lengte van dagen een reizend circus zullen blijven. Ronduit bedenkelijk is hoe 'Amsterdam' zeggenschap over asielbeleid van Den Haag naar Brussel verplaatst en onderweg de democratie uit de wagen zet. De Tweede Kamer dreigt een deel van haar wetgevende en controlerende bevoegdheid te verliezen, terwijl het EP met louter adviesrecht wordt afgescheept. De Europese Raad van Ministers krijgt vrij spel. Je mag een meerderheid van de Europarlementariërs aanwrijven dat ze dit verdrag van een positief stemadvies hebben voorzien, maar blaam treft toch vooral de nationale regeringen en parlementen die 'Amsterdam' ratificeren.

Of bedoelt Klamer dat de Europarlementariërs een soap maken van de Europese politiek? Door een serie van schandalen te creëren, of door deze juist aan de kaak te stellen? Het is waar dat zowel het een als het ander de geloofwaardigheid van het EP schaadt, maar gelukkig is er een patente remedie: andere parlementariërs kiezen, in juni 1999. Soberder, discreter of juist nog kritischer types. Als Klamer meent dat een bovennationale volksvertegenwoordiging een contradictio in terminis is, dat de parlementaire democratie alleen gedijt binnen staatsgrenzen, dan rijst de vraag waarom uitgerekend hij zich aan het hoofd van een club voor Europese democratie stelt. Zijn mede-bestuurslid dr. P.J.H. Kapteyn geeft een betere motivatie (NRC Handelsblad, 25 maart): een interstatelijk Europa, dat geen democratische tegenmacht organiseert voor de ministeriële onderonsjes, speelt de sterkste lobby's en het marktfundamentalisme in de kaart.

Er is meer dan een Europees Parlement nodig voor 'bezielde' Europese democratie: grotere openbaarheid, waakzame nationale parlementen, referenda over verdragen, een versterkte rol van maatschappelijke organisaties en hun Europese bondgenootschappen, Europese partijen, een Europees publiek domein met Europese media. Maar zonder Europese volksvertegenwoordiging met voldoende macht zal al dit vertoon van postnationaal burgerschap slechts zelden doordringen tot de Brusselse burcht van de Raad van Ministers.