De goedgevulde dagen van vier hedendaagse huisvrouwen; Huishoudstress

Huisvrouwen streven niet alleen naar schone vitrage en blinkende badkamertegels. Het gaat ze om houvast, het bedwingen van de chaos. Een op de drie werkende vrouwen raakt ervan in de stress. Vier Amsterdamse moeders over zorgtijd, loopbaanplanning en goedkoop wc-papier.

De glazenwassers mogen niet meedoen, die komen alleen maar een pak melk halen. De oude dame met het bruingeverfde haar wíl niet meedoen en dat is jammer, want ze ziet er uit als iemand die nog weet dat ramen na het lappen moeten worden opgewreven met oude kranten. En daar gaat dit verhaal over: het huishouden.

“Ze is al drie keer beroofd”, fluistert Fatima Aouriaghel vanachter de kassa. “Ze durft geen mensen die ze niet kent bij zich thuis uit te nodigen.”

Dat is wel de bedoeling: thuis over dat huishouden vertellen. Want met dat huishouden is iets. “Een huisvrouw is per definitie iemand die tekortschiet”, zei Ileen Montijn drie weken geleden bij de opening van de tentoonstelling over huisvrouwen in het Amsterdams Historisch Museum. “Er kan altijd iets nog schoner, er kan altijd nog een lusje aan een theedoek worden gezet, of even een lading koekjes gebakken of een vaas met bloemen opgefrist.” Eén op de drie vrouwen met een baan raakt ervan in de stress, volgens een enquête van congrescentrum de RAI. Ook als ze geen kinderen hebben. En mannen krijgen er ook steeds meer last van. Eén op de vier.

Dat valt nog mee als je de klachten over druk en moe om je heen hoort en als je ziet hoeveel erover geschreven wordt. Wij kunnen nu wel lachen om de werklijsten uit de huishoudhandboeken van honderd jaar geleden, maar wat zullen mensen in 2098 vinden van de lijstjes die in de handboeken van nu staan?

In 'Ik kan huishouden' uit 1890 was het (voor de dienstbode):

7.30 Huiskamer luchten, kachel nazien, theewater opzetten, ontbijttafeldekken

7.45 Schoenen poetsen

8.10 Ontbijt

8.30 Studeerkamer en huiskamer schoonmaken. 1e dag meubelen studeerkamer opzij zetten en grondig vegen, in huiskamer vegen om meubelen heen. 2e dag andersom... Enzovoort.

In 'Als ik ga werken voel ik me schuldig' uit 1998 mag je 'mee eens' of 'niet mee eens' invullen:

Ik heb iedere week voldoende tijd om me te ontspannen.

Mijn sociale leven is prima in orde.

Mijn tijd thuis wordt niet in beslag genomen door werkverplichtingen.

Ik heb genoeg energie over om 's avonds nog iets leuks met mijn gezin te doen.

Ik houd mijn professionele ambities wakker door aandacht aan mijn loopbaanontwikkeling te besteden... Enzovoort.

Waar vind je een mooier voorbeeld van negentiende-eeuws utilitarisme tegenover twintigste-eeuws individualisme?

Maar je denkt ook: de overeenkomst is groter. Het gaat om houvast, om het bedwingen van de chaos.

Corry Ruytenburg, witlof en een pakje margarine in haar karretje, doet graag mee. En Jacqueline Overeem ook. Haar zoontje zit te jammeren in zijn buggy. En Helga Spel, die meteen al zegt dat ze “een alleenstaande moeder met twee kinderen en een baan” is. Ze is er trots op. Elkaar kennen ze niet, maar ze kennen wel alle drie Fatima Aourighel, van het boodschappen doen bij de Albert Heijn op het Cornelis Troostplein in Amsterdam, precies tussen de Pijp en de Rivierenbuurt in. (In de Pijp wonen allerlei mensen, arm, rijk, blank, bruin, vaak alleen. In de Rivierenbuurt wonen meer gezinnen.) Op haar beurt weet de caissière precies wie haar klanten zijn en hoe vaak ze komen. “Je moet dat andere wc-papier nemen. Veel goedkoper.” Op de verjaardag van haar jongste kind komt ook “een oma met haar oppaskind” die ze uit de winkel kent.

Fatima Aouriaghel wil zelf ook meedoen.

Vier vrouwen, op maandagochtend 16 maart tussen vijf over negen en tien voor half tien min of meer toevallig opgepikt in de supermarkt die, ook toevallig, bijna op de plek staat waar vroeger de oude RAI was. Daar werd in 1948 de eerste Huishoudbeurs gehouden. Ze willen wel vertellen hoe ze het doen met de bedden en de ramen en de vloeren en het vuilnis. Er was ook nog een man, met een werkende vrouw en twee kleine kinderen, die erover wilde vertellen. Maar hij bedacht zich, hij wilde niet met zijn naam en zeker niet met zijn foto in de krant. Bang voor het commentaar van zijn collega's, zei hij.

“Wat is dat eigenlijk, huishoudstress”, vroeg minister Melkert van Sociale Zaken zich woensdag af bij de opening van de drieënvijftigste Huishoudbeurs. Het huishouden op zichzelf kon volgens hem “het punt niet zijn”. De zorg voor de kinderen en de baan buitenshuis waren het ook niet. “Het is”, zei hij, “de combinatie der dingen waarbij we ons steeds ongemakkelijker gaan voelen.”

De enige die vindt dat ze genoeg rust heeft is Corry Ruytenbeek, fulltime huisvrouw. En zij belt na het vraaggesprek op, om zich te verontschuldigen. “Misschien lijkt het of ik lui ben, omdat ik zo weinig doe”, zegt ze. “Maar ik ben vergeten te vertellen dat ik net ziek ben geweest. En mijn zwager is overleden aan kanker. Ik ben gaan nadenken.” Jacqueline Overeem belt ook nog op, om te vertellen dat ze op zaterdag nooit wat aan het huishouden doet. “Op zaterdag”, zegt ze, “was ik alleen het haar van mijn dochter.” Helga Spel belt om te zeggen wat de dokter zei. “Het is maar goed, zei ze, dat jij een keer ziek bent geworden. Ik had het blijkbaar nodig, zei ze, om even niets te doen.”

En Fatima Aourighel?

Die vertelt door de telefoon dat ze van haar man niet herkenbaar op de foto mag, ze heeft het hem gevraagd. “En zet”, zegt ze, “alsjeblieft niets over mijn huwelijk in de krant.”

Vier verhalen van vier vrouwen, min of meer toevallig - en ook weer niet. Ze doen het huishouden minder netjes dan hun moeders, maar ze dóen het. En hun mannen niet. Ze hebben een andere dagindeling dan hun moeders, maar ze hebben er wel een. En die dagindeling is nog veel gestructureerder geworden, omdat er veel meer is bijgekomen. Werk buiten de deur, helpen op school, het leven gezellig maken. Er is zoveel bij gekomen dat de dingen die hun moeders vanzelfsprekend vonden nu zorgtaken heten.

Helga Spel, 44, studie andragogie (niet afgemaakt), verpleegopleiding Z (zwakzinnigen), Theaterschool, lerarenopleiding Spaans. Een jongetje van vijf, een meisje van bijna twee, van een man uit Guatemala. Woont alleen in een nieuwe vierkamerwoning in de Pijp. Werkt 28 uur per week in een koffieshop en af en toe als invalster op de ziekenhuisschool. Verdient gemiddeld rond de tweeduizend gulden netto per maand.

“Ik heb jarenlang alleen de dingen gedaan die ik leuk vond. Het kon me niet schelen of ik er geld mee verdiende, ik had een uitkering. In die tijd zat ik in de kraakbeweging, ik vond dat ik goed bezig was. Pas toen ik kinderen kreeg, wilde ik per se voor mezelf kunnen zorgen.

“Sinds drie jaar heb ik betaald werk, ik zal er alles aan doen om nooit meer naar de Sociale Dienst te hoeven. De controle, dat je niet weg kunt wanneer je wilt - verschrikkelijk. Ik wil dat mijn kinderen later een opleiding doen waar ze een baan mee kunnen vinden. Ik spaar er nu al voor.

“Mijn eerste kind was een ongelukje. Ik had net een relatie van elf jaar achter de rug, ik was 36 en het is niet zo dat ik maar met iedereen naar bed ging, maar deze man - nou ja, ik vond hem erg mooi. En het condoom knapte. Hij had al twee kinderen in Guatemala en in Nederland was er nog een vrouw die zwanger van hem was, maar dat wist ik niet.

“Ik wist wel dat ik het kind wilde houden. De vader heeft drie keer opgepast, waarvan hij twee keer een uur te laat kwam. Na een paar jaar wilde ik nog een kind, van dezelfde man. Ik heb het pas gezegd toen ik weer zwanger was. Hij werd gewelddadig van woede. Ik zei: had je maar beter moeten opletten.

“Als ik op de ziekenhuisschool werk, moet ik vroeg beginnen en dan sta ik om zeven uur op. Om acht uur breng ik Maite naar de crèche, daarna gaat Jesse naar school. 's Middags gaat hij naar de naschoolse opvang. Ik heb voor allebei vijf dagen opvang, dat is geregeld via de Sociale Dienst. Het liefst zou ik bijvoorbeeld 28 uur per week op de ziekenhuisschool werken. Als ik dan nog iets meer zou verdienen, kan ik een hypotheek nemen en buiten gaan wonen, in Monnickendam of zo. Dat is mijn droom.

“Ik kook drie dagen per week aardappels en groente, twee dagen pasta, twee dagen rijst. Ik zuig en dweil veel, in verband met Maite. Ze heeft last van astma. Op het eerste gezicht ben ik erg schoon. Maar als mijn moeder hier komt, zegt ze: 'zal ik even lekker je wc doen?' Mijn moeder is echt een heel nette. Je ziet haar denken: tjezus. Voordat zij komt, lap ik de ramen.

“Na het eten gaat alles in een vaste volgorde. Zij spelen, ik was af, dan krijgen ze yoghurt of fruit, dan vitaminedruppels en fluor, daarna tandenpoetsen, om de avond in bad en dan in bed. Om acht uur kijk ik naar het Journaal en dan ga ik zitten bellen met vriendinnen. In het weekend ga ik soms naar de film, maar dat is echt heel bijzonder. Het klinkt gek, maar met twee kinderen vind ik het gemakkelijker dan met één. Ik ben nu veel gestructureerder.”

Corry Ruytenburg, 43, studie psychologie (niet afgemaakt), daarna bibliotheekschool. Een dochter van veertien en een dochter van negen. Woont, met haar man, in een vierkamerwoning in de Rivierenbuurt. Haar man verdient als 'projectleider technisch onderhoud' een modaal inkomen.

“Ons ideaal was: allebei een parttime baan. Maar toen ik in 1983 ging solliciteren was er helemaal niets te vinden. In 1984 werd Mirte geboren. Ze was een couveusekindje. De eerste jaren waren er periodes dat ik tegen de muren opvloog. Het strakke ritme waar je met een kind in gedwongen wordt, ik vond dat heel moeilijk. Ik ben al heel snel gaan zoeken naar een plek op de peuterspeelzaal. Ik bleef ook solliciteren.

“Achteraf denk ik weleens: waarom? Ik had het gevoel dat het hoorde, alle vrouwen om me heen werkten. Wat ook zo was: ik bèn helemaal geen huisvrouw. Heb je naar mijn ramen gekeken? Al denk ik ook weleens: ik heb er alleen maar een hekel aan omdat ik eigenlijk wat anders wilde. Nu trouwens niet meer. Dat besluit heb ik genomen. Ik zoek voorlopig geen werk. Ik doe nu veel op school. Vorig liep ik mee met zwemmen, ik lees en ik doe de bibliotheek natuurlijk. En door andere moeders wordt vaak een beroep op me gedaan, ik vind dat nu niet meer erg.

“Ik sta om half acht op, als laatste. Mijn man zet thee en maakt voor iedereen brood klaar. Tegen half negen zijn we allemaal klaar en dan breng ik de jongste naar school. Daarna doe ik meteen de boodschappen en dan ga ik of weer naar school, om te helpen, of ik ga tennissen of naar conditietraining. Stofzuigen doe ik twee keer per week, ramen lappen twee keer per jaar. Voor wassen en bedden verschonen heb ik geen vaste dagen. De normen van mijn moeder zitten er bij mij niet in.

“Tussen de middag heb ik lekker tijd voor mezelf. Dan lees ik en soms doe ik een dutje. 's Middags ben ik een taxibedrijf, op de fiets dan. Pianoles, circus Elleboog, de kookclub, vriendinnetjes. Om vijf uur ga ik koken. Lasagne, linzen, veel rijst. We eten vegetarisch. Ik hou van lekker, maar ik ben niet zo iemand die zorgt dat het er mooi uitziet. Ik zet gewoon de pannen op tafel. Voor de afwas hebben we voor de meisjes een rooster, maar meestal denk ik: ach. Dan wast mijn man af en ik droog en intussen kun je even met elkaar praten.

“'s Avonds lees ik of kijk ik televisie en om tien uur, half elf ga ik naar bed. De afspraak is dat mijn man in het weekend kookt, maar dat schiet er vaak bij in, dan moet hij klusjes doen. Ik vind het geen probleem. Het enige waar ik wel eens ruzie over maak is de rommel. Verdorie, roep ik dan, jullie ruimen ook nooit wat op en ik moet er tegenaan kijken. Verder gaat het huishouden me goed af. Alleen als ik me niet goed voel, dan kan ik er heel gespannen van raken. Of zoals nu, mijn dochter viert zaterdag haar verjaardag, dan moet ik oppassen dat ik niet chaotisch word.

“Toch denk ik nog steeds: als de kinderen groot zijn, zoek ik een baan. Ik moet dan toch mijn dagen zien door te komen. Een baan van twintig uur. Nu zou ik het nog niet aankunnen. Als ik om me heen kijk en ik zie de stress van werkende moeders, dan denk ik: waarom zou ik?”

Fatima Aouriaghel, 29, LHNO. Een zoontje van tweeëneenhalf en een zoontje van net een jaar. Ze woont, met haar man, in een gerenoveerde driekamerwoning middenin de Pijp. Haar moeder beneden, met haar broertje van negen. Ze werkt fulltime bij Albert Heijn en verdient daar ongeveer tweeduizend gulden netto per maand mee.

“Ik moet wel werken, want mijn man is werkloos. Soms doet hij wat via het uitzendbureau, maar hij heeft moeite met Nederlands. Ik zeg tegen hem: 'je moet een cursus doen'. Hij wil wel en hij had zich er ook een keer voor opgegeven, maar hij ging nooit. Het was tijd verspillen. Ik ken hem van Albert Heijn, hij was een klant. Hij komt uit Casablanca, ik van het platteland.

“Ik begin meestal om acht uur en dan sta ik om zes uur op. Mijn jongste maakt me wakker, ik geef hem een flesje. Hij slaapt weer door, maar voor mij heeft het dan geen zin meer om in bed te gaan. Ik hang de was op en ik strijk. Tegen achten breng ik mijn kinderen naar mijn moeder, soms slapen ze dan nog. Toen Albert Heijn nog pas om negen uur open ging, had ik het gemakkelijker. Mijn man slaapt altijd nog als we weggaan, hij zit vaak tot twee, drie uur 's nachts televisie te kijken.

“Als ik in de middagpauze thuis kom om te eten is hij meestal net op. Mijn kinderen zijn overdag bij mijn moeder. 's Middags ben ik meestal om vijf uur thuis, dan heb ik de boodschappen bij me. Soms eet ik bij mijn moeder, soms kook ik zelf. Vissticks met frites, of uitgebreid. Gebraden kip met saus of zo. Het probleem is dan alleen dat ik zo'n verschrikkelijke honger heb en dan duurt het nog een uur voordat alles klaar is.

“Mijn man eet later, hij is vaak bij zijn vrienden. Hij eet trouwens voor de televisie, ik in de keuken. Na het eten breng ik de kinderen naar bed. Om de drie dagen gaan ze eerst in bad. Niet elke dag, daar ben ik te moe voor. Ik ga altijd even bij mijn kinderen liggen als ze moeten slapen en heel vaak val ik dan zelf ook in slaap. Dan schrik ik om twaalf uur wakker en dat is heel vervelend, want dan moet ik de afwas nog doen.

“Op zaterdag hoef ik nooit te werken. Dan ga ik om acht uur met de kinderen de deur uit, naar de speeltuin. Of we halen oud brood bij de bakker, voor de eendjes. Het grote voordeel is dat ze 's middags nog lang slapen. Dan kan ik de boodschappen doen. Op zondag maak ik het huis schoon.

“Ik heb me voorgenomen: als mijn man werk vindt, ga ik drie dagen werken. Hij móét toch iets kunnen vinden. Ik zeg tegen hem: 'je kunt toch gaan schoonmaken?' En als hij werk heeft gevonden, dan wil ik nog een kind. Ik wil graag proberen of ik een dochtertje kan krijgen.”

Jacqueline Overeem, 37, LHNO, certificaten op Havo- en VWO-niveau. Een dochter van zes en een zoon van drie. Twee jaar geleden gescheiden, vader woont voor een deel van het jaar in Ghana. Ze heeft een gerenoveerde vierkamerwoning aan de rand van de Pijp. Geen werk, bijstand, huursubsidie.

“Ik sta om tien over zeven op, kleed me aan, en dan maak ik mijn dochter wakker. Ik zeg: 'hé, kleed je aan, was je gezicht'. Om half acht haal ik mijn zoon uit bed. Ik geef ze een cracker en een beker melk. Mijn zoontje krijgt warme sojamelk, hij is allergisch.

“We hebben een hele tijd van die gesteriliseerde melk gedronken, voor 85 cent per liter. Ik had met mijn uitkering gefraudeerd. Toen de Sociale Dienst er achter kwam, moest ik een jaar lang tachtig gulden per maand terugbetalen en daarna een jaar lang tweehonderd gulden. Ik heb nu weer 1.700 gulden in de maand, ik kan weer kopen wat ik wil. Elmex tandpasta, brood bij de bakker, biologisch fruit. Om tien á vijftien over acht gaan we de deur uit, mijn dochter naar school, mijn zoon naar de crèche.

“Om vijf over negen ben ik weer thuis. Ik zet koffie, ik ren drie minuten voor mijn conditie en ik doe mijn oefeningen om te zorgen dat ik recht blijf. Mijn rug is scheef, dat zit in de familie. Dan doe ik de bedden en dan ligt het eraan of ik vrij van de kinderen ben of niet.

“Op donderdag en vrijdag ben ik niet vrij, dan is mijn zoontje thuis en dat zijn mijn poetsdagen. 's Morgens bij het ontbijt denk ik al: o, wat heb ik veel te doen. Hij gaat video kijken en ik begin met de badkamer, om de week krijgt die een grote of een kleine beurt. De tegels blink ik na met papier of met de gebruikte handdoeken. Na de badkamer doe ik de wc en dan ga ik overal zuigen en dweilen. Op donderdag heb ik geen aandacht voor mijn zoontje. Ik probeer zo snel mogelijk op te schieten, dan kan ik op vrijdag met hem naar buiten. Op vrijdag stof ik in principe alleen.

“'s Avonds doe ik niets. Ik ga dan niet staan strijken, wat je van veel andere moeders hoort, en ik was ook niet. De buren wassen wel 's avonds, ik heb over het lawaai geklaagd bij de woningbouwvereniging. 's Avonds lees ik. Ik vind: als je dan je huishouden doet, ga je ermee naar bed. Tot voor kort rookte ik 's avonds wiet, maar daar ben ik nu mee opgehouden. Soms was ik 's morgens nog stoned, dat kan toch niet? Nu rook ik alleen in het weekend, de keren dat de kinderen bij hun vader zijn.

“Aan het eind van de middag haal ik mijn zoontje op, we gaan naar huis en dan zet ik ze voor de televisie, behalve als ik denk: o nee, vandaag maar eens geen tv. Ik heb nu voor elkaar dat ze niet de hele zaterdagochtend zitten te kijken. Om half zeven eten we, meestal rijst of pasta, en als zij hun toetje eten maak ik de keuken schoon. En dan zeg ik: hup, uitkleden, douchen. Pyjama's aan, tanden poetsen, verhaaltje lezen en dan moet ik bij mijn zoontje blijven zitten tot hij slaapt. 's Nachts wordt hij altijd wakker en dan kruipt hij bij mij in bed.

“Het vermoeiendst van alles vind ik dat je altijd met hùn geest bezig bent. Je bent een drieling. En ik moet voor alle drie denken. Waar ik nou het meest tegenop zie is als mijn zoontje vijf wordt. Dan moet ik gaan werken van de Sociale Dienst. Ik wil graag werken in de uren dat ze op school zitten. Ik wil niet dat ze naar de naschoolse opvang hoeven, veel te veel stress. En ik heb al zoveel stress. Ik heb al bedacht: ik ga me heel laks opstellen. Als ze me iets aanbieden dat me niet bevalt zeg ik: 'daar ben ik te hoog voor opgeleid'. Bij de milieupolitie werken, dat is het enige dat ik wel wil.”