Culbertson ontleed

Dat de bridgewereld Ely Culbertson veel dank is verschuldigd, is buiten kijf. Als geen ander slaagde deze in Roemenië geboren (1891) zoon van een Russische moeder en een Amerikaanse vader er in de bridgesport te populariseren. Artikelen, lessen, voordrachten en de uitgave van het befaamde The Bridge World moesten hem daarbij helpen.

Zijn systeem (een mooi woord in dit verband, daarover later meer) bracht hij aan de man via zijn overbekende Blue Book (1930), Red Book (1933) en Gold Book (1936). Hij organiseerde spectaculaire, met veel publiciteit omgeven, matches tegen de sterkste teams uit zijn tijd. En het moet gezegd, hij won ze bijna allemaal. Die publiciteit, en de bijbehorende revenuen, had de in Amerika woonachtige Culbertson, keihard nodig. Zijn extravagante levensstijl (vijf huizen, eigen merk sigaretten, kaviaar bij de thee, luxe reisjes naar Italië voor de aanschaf van stropdassen) was geldverslindend en het familiekapitaal van moederszijde was door de Bolsjewieken geconfisceerd. Zijn houding aan de bridgetafel was even excentriek als de rest van zijn gedrag. Zo vroeg tegenstander Sims na een denkpauze van een kwartier eens: “Waar zit u toch over na te denken, professor?”, waarop Culbertson antwoordde: “Ik probeer vast te stellen of ik twee of drie down zal gaan.” Met name oudere spelers beschouwen de in 1955 overleden Culbertson als dè autoriteit op het gebied van de bridgesport. Velen spelen zijn systeem nog, waarbij de kracht van een hand wordt uitgedrukt in honneurtrekken: H-klein is een 1/2 ht, een aas is 1 ht., enz. De Nederlander Jules van Ogtrop is groot geworden met bridge à la Culbertson. Voor zijn ouders en leermeesters gold Culbertson als de bridge-goeroe. Bridgeauteur en voormalig meesterklasser Van Ogtrop (78) analyseert in Bridge Magazine IMP (te beginnen vanaf het april/mei nummer) hoe goed Ely Culbertson nu werkelijk bridge speelde. Hij doet dat aan de hand van spellen uit de befaamde wedstrijd over 300 handen tegen een sterk Engels viertal (1933). Hoewel niet offcieel kreeg de match de status (en uiteraard de publiciteit) van een wereldkampioenschap. De wedstrijd werd door Culbertson zelf 'reviewed' en 'explained' in The Contract Bridge Championship of 1933, News Chronicle. Twee voorbeelden met commentaar van Van Ogtrop. Eerst het toppunt van inertie (van de maestro zelf):

In de andere kamer opende Morris als west met 1♠, waarna het contract 4♠ werd, gemaakt met een overslag (blijkbaar geslagen). Wie denkt dat Culbertson zich zou uitputten in excuses voor zijn laffe bieden heeft het mis. Nu zijn partner eenmaal had geopend, had deze ook maar moeten doorbieden, zo luidde Culbertsons absurde redenering, uitsluitend bedoeld om de schuld van zich af te schuiven. Soms zag Culbertson een voor de hand liggende analyse volledig over het hoofd:

Op de andere tafel had Tabbush in een enthousiaste bui de oosthand geopend met 2♠, waarna 4♠ het eindcontract werd, simpel gemaakt na een troefstart van Gottlieb. Op de tafel van Culbertson dit:

Zuid kwam geïnspireerd uit met en vervolgde met , overgenomen door noord. Deze incasseerde ook en speelde toen sullig troef na. Lightner trok en troefde een klaveren op tafel. Op en verdwenen twee klaveren, waarna de rest werd geclaimd: tiens slagen. Na afloop klaagde Culbertson ach en wee: “Had ik mijn eigen Blue Book maar beter gelezen, dan zou ik nog een keertje hebben verhoogd.” Een beetje reclame was natuurlijk nooit weg, maar Culbertson had blijkbaar niet gezien dat 4♠ down zou zijn gegaan als Beasley een vierde rondje harten had gespeeld, waardoor troeftien zou promoveren. De conclusie van Van Ogtrops analyse is overduidelijk: bridge stond in die dagen op een ander (lager) niveau dan tegenwoordig. Veel afspeelfouten, onhandig bieden. Een mythe doorgeprikt? Niet helemaal, want bridge zou zonder het marketing-genie Culbertson lang zo'n vlucht niet hebben genomen. Besproken: Culbertson ontleed, een analyse in drie delen door Jules van Ogtrop in Bridge Magazine IMP (Postbus 93326, 2509 AH Den Haag).