Bundesbank: Italië, België blijven risico's

BONN, 28 MAART. De Duitse Bundesbank heeft zich scherp geuit over een aantal deelnemers aan de Europese Monetaire Unie. Bankpresident Hans Tietmeyer noemde de extreme staatsschuld van België en Italië een “hypotheek en een risico” voor de muntunie.

Beide landen zijn met hun schulden ver verwijderd van het vereiste criterium. De ernstige bezorgdheid van de Bundesbank over deze twee landen, weerhield de bank, noch de Duitse regering ervan in te stemmen met een stipte invoering van de Europese munt in elf landen op 1 januari 1999. “Tegen de achtergrond van de bereikte vooruitgang in veel EU-lidstaten en na afweging van de nog bestaande problemen en risico's, lijkt deelname aan de monetaire unie wat stabiliteitspolitiek betreft verdedigbaar”, schrijft de Bundesbank. Gistermiddag gaf Tietmeyer samen met minister van Financiën, Theo Waigel, een persconferentie over de Europese muntunie. Tevoren had hij in het kabinet een toelichting gegeven op het advies van de Bundesbank over de euro, waarom de regering had verzocht.

Voor het kabinet van bondskanselier Kohl was het advies aanleiding zich aan te sluiten bij de opvatting van de Europese Commissie en het Europees Monetair Instituut in Frankfurt, die eerder deze week vaststelden dat elf landen fit zijn voor de euro. Het gaat om België, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Finland.

Tietmeyer maakte er geen geheim van de beoordeling van de Commissie niet te delen, waar het gaat om het duurzaam vervullen van de criteria voor de overheidsfinanciën. België en Italië voldoen volgens de bankier bij lange na niet aan het schuldencriterium. De staatsschuld is in beide landen twee keer zo groot als de 60 procent van het Bruto Binnenlands Produkt (BBP), die het Verdrag van Maastricht aanbeveelt. Deze landen zullen volgens Tietmeyer nog dit jaar aanvullende bezuinigingsmaatregelen moeten nemen.

Volgens Waigel is het noodzakelijk dat zij nog in de tweede helft van dit jaar met een stabiliteitsprogramma komen en de begrotingen voor de komende drie jaar vastleggen. Daaruit zou moeten blijken, dat het deze landen ernst is met het afbouwen van de staatsschuld. De Bundesbank plaatst ook vraagtekens bij de duurzaamheid van het criterium voor het overheidstekort in verschillende landen. De tekorten zijn in 1997 duidelijk afgenomen en in een aantal landen onder de 3 procent van het BBP uitgekomen. Desondanks bestaat in sommige landen een 'gebrek aan convergentie'.