'Boeren van de Grote Polder maken de beste kaas van Nederland'; Leiden kan nergens meer bouwen

De strijd om de ruimte in Nederland wordt steeds feller. Maandag buigt de Tweede Kamer zich over kabinetsvoorstellen voor aanpassingen in de ruimtelijke ordening na 2005. In Leiden en omgeving is er nu al ruzie over de verdeling van de grond.

LEIDEN, 28 MAART. Ruim drie jaar geleden werden de boeren in de Grote Polder, een hoek van het Groene Hart van Holland op een steenworp van Leiden, plotseling opgeschrikt door Leidse ambtenaren die hun land begonnen op te meten. Ze kregen te horen dat het niet lang meer zou duren of ze zouden moeten wijken voor de almaar groeiende behoefte van Leiden aan nieuwe woningen.

Sommigen lieten zich daarop maar vast voor goed geld afkopen, maar anderen besloten zich uit alle macht te verzetten tegen de Leidse plannen. Onder hen chirurg in ruste O. Langezaal, bewoner van een fraai gerestaureerde 17e-eeuwse hoeve aan de Weipoortsche Vliet. “De Grote Polder is een uniek poldergebied zoals je verder nergens ter wereld aantreft”, zegt hij. “De boeren hier maken de beste kaas van Nederland. Captein won laatst de eerste prijs en Paardekooper heeft ook al een prijs gewonnen. Als je dit wilt begraven onder sfeerloze nieuwbouw, wordt het één grote huizenwoestijn met hier en daar een oude kerktoren ertussen. Dat moeten we voorkomen.”

Enkele kilometers verderop, in het stadhuis van Leiden, zit PvdA-wethouder Tjeerd de Rij van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Hij is voor Langezaal de grote boosdoener. Weinigen weten beter dan De Rij hoe fel er tegenwoordig vooral in het westen van Nederland om elke vierkante meter grond wordt geknokt. Zijn stad is vol maar houdt dringend behoefte aan meer woningen, want steeds meer mensen willen een eigen huis. Voor zover mogelijk zijn er de afgelopen jaren nieuwe woningen binnen de stadsgrenzen gebouwd. Steeds vaker raakt Leiden echter in last, wanneer De Rij weer ergens een gaatje probeert op te vullen.

“We hebben nog geprotesteerd, maar het heeft ons niets opgeleverd”, zegt de 71-jarige mevrouw Van Ee, die al sinds de jaren vijftig in een huis aan de Kernstraat woont, waarnaast nu op een voormalig speelveld een groot appartementenblok verrijst. Van Ee en haar straatgenoten verloren hun zaak maar op slechts enkele tientallen meters afstand bevindt zich een plek, waar de wethouder onlangs in het stof moest bijten.

Bij referendum wees een meerderheid van de Leidenaren een plan af om een oude, bouwvallige villa met een tuin er omheen op te offeren voor weer een appartementenblok. “Het is niet leuk de mensen steeds veldjes te moeten ontnemen”, vindt ook de Rij. “Daar moeten we nu mee stoppen.”

Volgens de gemeente Leiden zou de woningnood heel eenvoudig kunnen worden ondervangen door de aanleg van een nieuwe wijk op het naburige militaire vliegveld Valkenburg.

Al jaren betogen De Rij en het Leidse stadsbestuur dat de activiteiten van de militaire luchthaven in het rustige tijdperk van na de Koude Oorlog best kunnen worden ingepast in die van een ander militair vliegveld elders in Nederland. Het Ministerie van Defensie houdt echter vol dat Valkenburg nog niet gemist kan worden en weet zich daarbij gesteund door een machtige bondgenote: koningin Beatrix, die voor haar vliegreizen van het vliegveld gebruik pleegt te maken.

Op grond van de nu nog geldende wettelijke voorschriften zou Leiden 1500 huizen mogen bouwen in de noordoostelijk van de stad gelegen Boterhuispolder, maar dit acht de stad zelf een te grote aanslag op een waardevol natuur- en recreatiegebied. Ook het kabinet is het hier bij nader inzien mee eens en wil dit gebied alsnog opnemen in de zone van het Groene Hart waaraan niet meer mag worden getornd.

“Dus blijft over de Grote Polder”, stelt De Rij, die de landschappelijke en cultuurhistorische waarde ervan bagatelliseert. “De brouwerij van Heineken zit daar toch al aan de ene kant en aan de andere kant zie je in de verte al de buitenwijken van Zoetermeer. De enigen die zich daartegen verzetten zijn wat mensen die daar oude boerderijen hebben gekocht en opgeknapt en nu vrezen voor hun vrije uitzicht.”

Met nauw verholen verontwaardiging vernemen Langezaal en andere buurtbewoners de argumenten van de wethouder. Hun persoonlijke omstandigheden hebben niets met de kwestie te maken, stellen ze. Bovendien is Zoetermeer helemaal niet te zien vanuit de polder. De buurtbewoners kunnen rekenen op een in dit opzicht niet minder belangrijke bondgenote dan de koningin: minister De Boer, belast met de zorg voor zowel het milieu als de ruimtelijke ordening.

De minister heeft zich steeds krachtig voor het handhaven van het Groene Hart uitgesproken, volgens haar een onvervangbaar veenweidegebied dat een belangrijke functie als groene long van de Randstad vervult. De Boer en het kabinet houden Leiden voor dat het zijn woningzoekenden maar richting Den Haag moeten sturen, waar in de buitenwijken duizenden nieuwe woningen in aanbouw zijn.

Dat laatste spreekt het Leidse stadsbestuur echter in het geheel niet aan. “Leiden raakt juist hoe langer hoe meer georiënteerd op Schiphol”, aldus De Rij. “Bovendien moet een stad als Leiden zelfvoorzienend zijn en niet de inwoners hoeven wegsturen naar andere steden.”

Zo zitten de Leidenaren aan alle kanten klem, net nu het met de stad na decennia van neergang, waarbij men voortdurend krap bij kas zat en op financiële steun van het rijk was aangewezen, weer beter gaat.

“Misschien zijn we achteraf te meegaand geweest”, meent De Rij. “Eerder dan de meeste andere steden zijn wij hier begonnen met het renoveren en bouwen in de stad zelf. Dat heeft Leiden veel goed gedaan, maar het is wel erg zuur dat we mede daardoor nu in de problemen komen.”