Betrapt op een graai uit de lege schatkist

ROME, 28 MAART. De gemiddelde Italiaan heeft het wantrouwen tegenover de politiek in zijn dna. Eeuwenlange buitenlandse overheersing en decennia van slecht bestuur hebben de relatie tussen overheid en burger vertroebeld.

Toen zes jaar geleden een lawine van corruptieschandalen aan het licht kwam in Italië, brak er een soort volksopstand uit, door de justitie geleid. Die had twee doelen: de traditionele regeringspartijen ten val brengen, en de burger meer greep geven op de politiek.

Het eerste doel is bereikt, al hebben sommige machthebbers van vroeger zich weten te recyclen. Voor het tweede doel is een aantal referenda gehouden, waarin de Italianen de koers zouden uitzetten die de politiek zou moeten volgen.

Tenminste, dat dachten ze. In 1993 stemde bijna 90 procent voor een meerderheidsstelsel. Maar de kleine politieke partijen zijn taai en de leiders van de grote partijen durven niet te zeggen dat de kiezer eigenlijk de baas is. Daarom liggen er nu plannen op tafel die bijna haaks staan op de uitslag van het referendum en kleinere partijen een vaak verlammende macht blijven geven.

Nog soepeler en nog eensgezinder zijn de politieke partijen over een ander referendum heengestapt, waarin de financiering van partijen uit de schatkist werd stopgezet. Dat was een reactie op de enorme politieke corruptie die is blootgelegd. Het parlement moest maar een ander systeem ontwikkelen, want het is goed voor een democratie als partijen kunnen functioneren, maar de boodschap was duidelijk: de staat is er niet om de politieke partijen in leven te houden. Geen massale staatssteun meer.

Een enkele individuele politicus uitgezonderd, hebben de partijen gezamenlijk besloten dat dat een vergissing moet zijn geweest van de kiezer. Iemand moet de rekeningen toch betalen. Eerst werd er een noodverband aangelegd en kregen de partijen 150 miljard lire, bijna 180 miljoen gulden, in verband met verkiezingsuitgaven. Marco Pannella van de kleine Radicale Partij ging dit geld uitdelen, in briefjes van 50.000 lire, ongeveer 60 gulden, onder het motto: dit is niet van mij, dit is van jullie.

Maar er moest een structurele oplossing komen. Min of meer in stilte is een wetswijziging doorgevoerd. De Italianen konden al op hun belastingformulier aankruisen of ze acht promille van hun aangifte wilden bestemmen voor een kerkgenootschap of sociaal werk. Ze zouden nu ook vier promille aan de politieke partijen kunnen geven.

De penningmeesters haalden opgelucht adem, maar waarschuwden dat het lang zou kunnen duren voordat dat geld binnen was. Ook daar was een oplossing voor. Nog stiller, in een commissievergadering en als aanhangsel van een wet, besloten de partijen alsvast een greep te doen in de schatkist. Ze kenden zichzelf 110 miljard lire toe, ongeveer 130 miljoen gulden.

Minister van Financiën Vincenzo Visco liet weten dat dit geld er niet is en dat het zeer de vraag is of het er ook zal komen. “Ik heb geen flauw idee hoeveel mensen die vier promille hebben gekozen,” zei Visco. Hij vervolgde eufemistisch: “Het ziet er niet naar uit dat het er erg veel zijn.”

Toen president Oscar Luigi Scalfaro begin deze week na een uitgebreide check up uit het ziekenhuis kwam, viste hij die wet uit de stapel papieren die lag te wachten op ondertekening. Hier doe ik niet aan mee, zei Scalfaro. Hij weigerde de wet te tekenen en stuurde hem terug naar het parlement. Scalfaro beriep zich daarbij op artikel 81 van de grondwet, waarin staat dat alle uitgaven gedekt moeten zijn - als dat artikel altijd zou zijn nagevolgd, zou Italië niet zo'n enorme overheidsschuld hebben.

Behalve in het parlement klonk overal applaus voor deze presidentiële tik op de vingers. De partijen proberen stiekum geld uit de schatkist te halen terwijl heel het land op dieet staat voor Europa, schreef La Repubblica. Aangeslagen door het boegeroep erkennen de meeste politici beschaamd dat Scalfaro eigenlijk gelijk heeft. Er is nu een openbaar debat in het vooruitzicht gesteld over de vraag of en hoe partijen aanspraak kunnen maken op publieke financiering. Alleen de separatistische partij Lega Nord, die altijd zo fel uithaalt tegen het gekonkel in Rome, zegt niets van te begrijpen van alle ophef. Daar is de geldnood kennelijk het grootst.