Basisinkomen

Tweede-Kamerleden Mieke Sterk (PvdA) en Jan Rijpstra (VVD) hebben een voorstel ingediend om topsporters een vast inkomen te garanderen. Moeten sporters beter ondersteund worden?

M. Sterk, opsteller van het plan: “Je moet randvoorwaarden scheppen waardoor iemand optimaal kan presteren. Het kan niet zo zijn dat een topsporter op de rand van het bestaansminimum leeft. Sport zorgt vaak voor Holland-promotie, daar mag best iets tegenover staan. Overigens vind ik niet dat de staat alles moet betalen, want we leven niet in het vroegere Oost-Duitsland. NOC*NSF moet ook een grotere bijdrage leveren aan het topsport-fonds. De afgelopen kabinetsperiode heeft het ministerie van VWS er 40 miljoen in gestopt, NOC*NSF slechts 10 miljoen. Het basisinkomen dat we voorstaan moet geen bijstandsuitkering zijn. Topsport is echt een beroep geworden. We willen het geld trouwens alleen aan de echte top uitkeren, de zogenaamde A-sporters. Daarbij letten we er ook op wat iemand al uit sponsorinkomsten binnenkrijgt.”

Greg van Hest, hardloper: “Ja, een basisinkomen zou heel mooi zijn. Dan kun je echt nastreven waar je mee bezig bent, nu moet ik echt de touwtjes aan elkaar knopen. Dan heb ik het geluk dat ik nog bij mijn ouders woon, maar eigenlijk is het geen doen. Mijn verdiensten zijn natuurlijk afhankelijk van de prestaties, maar als ik een goed seizoen draai kom ik niet boven het minimum uit. Een baantje erbij zoeken lukt ook bijna niet. Ten eerste wil niemand je hebben voor drie uur per dag, maar bovendien moet je je soms zo goed voorbereiden op wedstrijden dat je toch niet kunt werken. Vanuit de politiek wordt altijd wel gejuicht als iemand een goede prestatie neerzet, maar ik denk dat ze het werk van topsporters toch een beetje onderschatten.”

Stephan Veen, aanvoerder van het Nederlands hockeyelftal: “Het is terecht dat deze discussie wordt gevoerd. De waardering voor de sporter zit niet in financiële middelen, maar een bepaalde tegemoetkoming is wel gewenst. Let wel, we praten natuurlijk niet over tennis- of voetbalbedragen. Momenteel krijg ik 500 gulden per maand van het NOC*NSF als onkostenvergoeding en heb ik een premie gehad voor de gouden medaille in Atlanta. De hockeybond looft nog iets uit als we op het WK een medaille verdienen, maar het is duidelijk dat een extra basisinkomen heel goed zou zijn. Ik moet erbij zeggen dat we in Nederland op de goede weg zijn. De laatste jaren is de hele organisatie rond sportbonden verbeterd waardoor de sport op een hoger niveau komt. We zitten nu blijkbaar al in de fase van financiële waardering.”

N. Mulder, Tweede-Kamerlid namens het CDA: “Het is gerechtvaardigd dat we erover praten, maar ik zet mijn vraagtekens bij het voorstel. Als je het hebt over sport als toegevoegde waarde in de samenleving, heb je het over breedtesport. Wij willen daar iedereen bij betrekken, zodat ook de mensen aan de zijkant van de samenleving mee kunnen doen. Het topsportfonds bedraagt nu ongeveer 50 miljoen. Als de inkomens daarvan betaald worden, vind ik het goed. Ik hoop niet dat Jan Rijpstra en Mieke Sterk een voorschot willen nemen op de 55 miljoen gulden die in de volgende kabinetsperiode extra vrij komt. Die zouden wij voor het grootste deel liever in de breedtesport steken.”

Mark Huizinga, judoka: “Het is echt nodig. In Nederland heb je altijd het probleem dat je financieel in de knoei komt als je echt voor je sportcarrière wil gaan. Dit voorstel biedt een beter uitzicht voor mensen die nu ook aan topsport kunnen en willen gaan doen. Zelf heb ik geluk dat ik sinds kort een baan bij de Koninklijke Luchtmacht heb voor 19 uur per week. Ze bieden me hele goede faciliteiten om ook aan sport te doen. Ik vind trouwens dat er in Nederland een behoorlijke mentaliteitsverandering op gang is gekomen. Dat blijkt uit dit plan. Het is nog niet zoals in het buitenland, maar langzamerhand ontstaat het idee dat sport een mooi visitekaartje is.”