Bankroet HCS: slot na zes jaar teleurstelling

Zes jaar na het bankroet weigeren de curatoren de schuldvraag over de ondergang van HCS in hun eindrapport te beantwoorden. Wat is de les van een van de wonderkinderen van de 'wilde' jaren tachtig?

AMSTERDAM, 28 MAART. De doodgravers van het Nederlandse bedrijfsleven blijven beleefd. Tot en met de laatste pagina's. De eerste bijlage bij het 106 pagina's tellende eindrapport van de curatoren van het sinds 1992 failliete automatiseringsbedrijf HCS Technology heet organigram. Een onwerkelijk woord voor een wirwar van tientallen BV-tjes en tussengeschoven houdstermaatschappijtjes. Spaghetti à la HCS.

Geen wonder dat ook de financiële relaties op een gegeven moment zo chaotisch waren dat het kapitaal van een Duitse aanwinst direct werd overgeheveld naar een Nederlandse BV die het geld doorsluisde naar een verliesgevende Amerikaanse deelneming. De financiële uitholling van het hele HCS concern was daarna nog maar een kwestie van tijd.

In 1986 ging het bedrijf dat financier drs. J. Kuijten had opgebouwd naar de Amsterdamse effectenbeurs. In 1992 was HCS bankroet. Twee grote reddingsacties liepen op een mislukking uit. Elk faillissement kent grote verliezers. Doorgaans zijn dat de werknemers die op straat komen en de toeleveranciers die niet betaald krijgen. Het banenverlies bij HCS, waar op het hoogtepunt in Nederland zo'n 1.800 mensen werken, bleef echter beperkt. Leveranciers kunnen wellicht bij een aantal dochters nog geld krijgen. De grootste strop is voor drie superbeleggers: J. van den Nieuwehuyzen (industrieconcern Begemann), E. Albada Jelgersma (supermarktketen Unigro) en bouwondernemer in ruste L. Melchior. Geschat verlies: 200 miljoen.

Kuijten verdiende aan HCS zo'n 250 miljoen gulden. Hij was de (financieel) creatieve ondernemer, die in 1991, twee jaar na zijn afscheid, HCS wel weer wilde redden, maar toen door de drie grootaandeelhouders werd versmaad. Zijn plan was echter beter uitgepakt dan dat van de beleggerstroika, zeggen nu de curatoren.

HCS was een de bedrijven die de jaren tachtig 'wild' maakten: persoonlijk ondernemerschap, twisten met beleggers, trammelant in de top, rijk worden in de no nonsense tijd, grote overnames en snelle, financieel gedreven deals. Zo constateren de curatoren bijvoorbeeld dat in de jaren 1988 en 1989 verschillende eenmalige transacties plaatsvonden die een “substantieel positief effect op de winst uit gewone bedrijfsuitoefening” hadden. “Dit effect blijkt niet uit de jaarrekening.”

Overmatige financiering met bankkrediet en verliesgevende buitenlandse expansie deden HCS in 1991 de das om en toen duurde het nog een jaar voordat faillissement werd aangevraagd. De oorzaken van de ondergang waren in die jaren een veel voorkomend patroon. Nu is Euro een wachtwoord voor fusies en overnames, toen zorgde '1992' voor magie en zelfoverschatting. Ook bedrijven als Medicopharma (medicijnenhandel), Infotheek (automatisering) en Daf (vrachtauto's) liepen om die reden op de klippen. De producten mochten prima zijn en het personeel hardwerkend, maar de financiële buffers waren te klein. Het financiële management liet te wensen over, bij directies en onder commissarissen die daarop toezicht houden.

Een oordeel over de rol die ABN Amro bij HCS heeft gespeeld als financier en regisseur zoekt de lezer tevergeefs. In hun rapport noemen de curatoren evenmin namen van degenen die zij (mede)verantwoordelijk houden voor de ondergang van HCS. Wel is er 12,5 miljoen gulden ontvangen van “een aantal betrokkenen”. Dat bedrag is een Nederlands record voor schikkingen wegens wanbeleid en of nalatige accountantscontrole. In financiële termen een mooie uitkomst, al is onduidelijk hoe groot het tekort in de boedel is en hoeveel geld de curatoren zelf hebben gekost.

De volstrekte anonimiteit wist de vraag naar de verantwoordelijkheid voor het bankroet weg. Over het al dan niet tekortschieten van directeuren en commissarissen vellen de curatoren geen oordeel. Wiens schuld? Welke boete? Na bijna zes jaar afwikkeling van de boedel en onderzoek naar de oorzaken is dat een teleurstellend slot. De langlopende afwikkeling en de gebrekkige uitkomst illustreren de oppermachtige positie van curatoren, die slechts begrensd wordt door het toezicht van een rechter-commissaris.

Zo blijft er rondom alle betrokkenen een waas van geheimzinnigheid hangen, behalve om Kuijten, die enige betaling aan de boedel ontkent. In plaats van touwtrekken in achterkamertjes is voor deze grote debacles een rechtsgang bij de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof te verkiezen. Dat biedt een hoger tempo, hoor en wederhoor en publieke oordeelsvorming die ook nuttig is voor de managers die nu hun wereldconcerns bouwen.

    • Menno Tamminga