Armeniërs blijven creatief na eeuwen geweld en vervolging; Een speciale zenuw voor overleven

Het Armeense volk is eeuwenlang onder de voet gelopen, verdreven, uitgemoord en vernederd. Toch hielden de overgebleven Armeniërs zich al die tijd staande in hun kale land. Dat ligt er nu weer verpauperd en vergeten bij, op het grensvlak tussen Europa en Azië. De taal, het eigen alfabet en de kerk maakt van de Armeniërs een stil, maar niet weg te vagen volk.

Silva Kapoetikian, schrijfster en dichteres, woont op drie hoog in een flatje in Jerevan, de stoffige hoofdstad van Armenië, temidden van veel boeken en schilderijen en reproducties van middeleeuwse manuscripten en foto's die haar tonen met de componist Aram Chatsjatoerian en andere Armeense beroemdheden. Een kleine, gezette vrouw van 79, lopen kan ze nauwelijks nog, ze schuifelt, maar ze heeft zich opgemaakt en ze is koket genoeg om zich geruime tijd bij een spiegel terug te trekken als ze op de foto moet. Een levende classica, zo wordt ze genoemd, ze is vertaald in twintig talen, vijftig van haar boeken verschenen in het Russisch. Ze won in Sovjet-tijden de Stalinprijs maar gaf die later terug, ik heb veel staatsprijzen gewonnen, zegt ze, elk kind kent mijn gedichten uit het hoofd.

De Armeense geschiedenis, zegt Silva Kapoetikian, is lang en bruut en gewelddadig geweest, maar heeft veel talenten in dit volk gelegd. “Het streven om te scheppen is er een. De Armeniërs zijn een creatief volk, ze hebben altijd geschreven. Een volk met energie. En energie is er in soorten. Er is de energie van de pijn en van het leed, en er is de energie van de rechtvaardigheid. Die energie heeft ons in leven gehouden. We hebben een speciale zenuw voor overleven.” De uitdrukking tsavet thanem betekent 'Ik neem al je pijn over'. Het is een uitdrukking die haar betekenis aan de context ontleent, die een groet kan zijn, maar ook 'niets te danken' kan betekenen, een uitdrukking die heel vaak valt.

Een geschiedenis die lang en bruut en gewelddadig is geweest. De Armeniërs zijn een klein en kwetsbaar volkje op een geografisch gezien ongelukkige plek. Armenië, tegen de zuidflank van de Kaukasus, heeft altijd op doorgangsroutes gelegen, op een snijvlak, op een kruispunt tussen Oost en West, tussen Rusland en het Midden-Oosten, tussen Europa en Azië, tussen christendom en islam. Ze zien zichzelf als bouwers van bruggen, als bemiddelaars tussen culturen. Maar de andere kant van de medaille heeft een zwaarder stempel gedrukt: al te vaak vochten anderen hun oorlogen uit op hun grondgebied. Armenië zat altijd klem tussen grotere en machtigere volken die opdrongen naar elders en de Armeniërs op hun pad vonden, onder de voet liepen, vervolgden, uitmoordden, deporteerden, onder dwang bekeerden. De Assyriërs, de Meden, de Seleuciden, de Romeinen, de Byzantijnen, de Sassaniden, de Arabieren, de Seljoeken, de Mongolen, de Perzen, de Turken, de Russen - allemaal hebben ze Armenië als prooi gezien, en in het beste geval als buffer die de klappen opving. De Armeense geschiedenis is drieduizend jaar lang een aaneenschakeling van massamoorden en massadeportaties geweest. Veel herinnert aan dat verleden. 'Baron' is Armeens voor 'meneer' - een restant van de tijd van de kruisvaarders, toen de Armeniërs hoorden hoe de Franse ridders werden aangesproken. De belangrijkste vrouwenpartij heet Sjamiram, naar de oude Babylonische koningin, de heldin uit Rossini's 34ste opera, die verliefd was op de koning van Armenië. Hoe heeft dat kleine en kwetsbare volk overleefd, al die eeuwen?

“Alfabet en taal vormen onze identiteit”, zegt Silva Kapoetikian. “Nergens staat een monument voor een alfabet. Nergens, behalve in Armenië.”

Het Armeense alfabet werd in het jaar 404 in de toenmalige hoofdstad van het land, Etsjmiadzin, ontworpen door de heilige Mesrop Masjtots, de man die in de twintig jaar daarna ook de bijbel in het Armeens vertaalde. Armenië was toen al een eeuw lang een christelijk land, want zij waren in 301, nog voor in Rome de grote christenvervolgingen plaatshadden en nog voor de Bijzantijn Constantijn zich bekeerde, naar het christendom overgegaan. Ze zijn 's werelds oudste christelijke natie.

Amerikaanse cultuur

De Armeniërs mythologiseren hun taal en nog meer hun alfabet: het is hun trots en het is een deel van de nationale ideologie, de mentaliteit. “Zegt het niet genoeg dat we ondanks alle veroveringen, deportaties en genocides nog steeds weten waar de ontwerper van ons alfabet is begraven”, vraagt Silva Kapoetikian in haar flatje op drie hoog in die stoffige hoofdstad. “Mesrop Masjtots leeft. Hij neemt als levende deel aan ons leven. Onze taal is niet alleen maar een communicatiemiddel. De taal heeft een historische missie.” Tijdens het communisme met zijn internationalistische ideologie was de liefde voor de taal ons verzet, zegt Silva Kapoetikian.

En Silva Kapoetikian schuifelt naar de gang en toont een plaquette met het Armeense alfabet, 38 hoekige gouden letters, de 38 letters van Mesrop Masjtots, en in elke letter is één van haar dichtregels gegrift. Daarnaast hangt een ander kunstwerk, haar beroemdste dichtregel, in steen geschreven, in re- liëf, iedereen kent die regel, zegt ze, je komt hem overal tegen. Soms zelfs op muren, als graffiti. Het zijn de slotregels van haar gedicht Woorden aan mijn zoon: “Al vergeet je je moeder / vergeet nooit je taal.”

En nu? Betekent die taal en betekent dat alfabet nog iets in het Armenië van vandaag - dat verpauperde landje, vergeten door Europa, ingeklemd tussen het oosten van Turkije, Iran, het vijandige Azerbajdzjan en het eveneens verpauperde Georgië? Natuurlijk, zegt Silva Kapoetikian, de extreme verpaupering van nu, en de geringe middelen voor cultuur vormen een bedreiging. “De Amerikaanse cultuur rukt op, de televisie biedt alleen nog maar vervlakking en mensen trekken weg, 700.000 intellectuelen en hoog opgeleide Armeniërs zijn de afgelopen jaren naar Rusland en het Westen gegaan, want hier gebeurt niets, hier is niets te doen en niets te verdienen. Maar de Armeniërs zullen ook dat overleven. We hebben drieduizend jaar overleefd. Zoals ooit een Chinese filosoof zei: deze ellende kan driehonderd jaar duren, maar ook driehonderd jaar gaan voorbij”, zegt Silva Kapoetikian in haar flatje op drie hoog in de stoffige hoofdstad. “Dit volk heeft nog iets te vertellen”, zegt ze, en ze glimlacht.

Steenvlaktes

De Armeense cultuur is oud, maar onbekend. We eren Galileo Galilei, maar achthonderd jaar vóór Galilei schreef een Armeense geleerde dat de aarde niet op de ruggen van drie olifanten rust, maar rond is, dat het aan de ene kant licht is als het aan de andere kant donker is en dat de maan geen licht geeft, maar zonlicht weerkaatst.

Niettegenstaande die oude cultuur is Armenië een straatarm land, een leeg land, het landschap is kaal en onvruchtbaar en streng. Een land van vale bergen en boomloze valleien en kale, winderige steenvlaktes waarop niets gebeurt. Zelfs vogels zie je er nauwelijks. Maar overal vind je kerken en kloosters, vaak duizend jaar en nog ouder, op bergtoppen, in de dalen, uitgehakt in de rotsen, op onherbergzame plaatsen. Kale, simpele, zwartgrijze gebouwen, onversierd, afgezien van de chasjkars, in steen uitgehakte kruisbeelden, in reliëf. Vaak zijn die kerkjes al meer dan duizend jaar in gebruik.

Een verpauperd land. De oorlog tegen Azerbajdzjan om de controle over de door Stalin aan Azerbajdzjan toegewezen Armeense enclave Nagorny Karabach, in 1988 begonnen en in 1994 bevroren in een wankel bestand, heeft geleid tot de sluiting van de grenzen met Azerbajdzjan en met Turkije. Daardoor werden de banden met Rusland, de belangrijkste handelspartner, en met de zee en Europa afgesneden. De economie van Armenië liep na 1988 kreunend vast.

Het is zichtbaar in Jerevan, de hoofdstad, een bruine stad in het dal tussen de besneeuwde bergen, in de schaduw van de machtige berg Ararat. De stad aarzelt tussen de seizoenen, de winter is voorbij, de lente nog niet begonnen. Grijze wijken lijken liefdeloos tegen de berghellingen te zijn gegooid. Vuile flats. Een nieuwe stad, want Jerevan was drieduizend jaar geleden al bewoond, maar aan het begin van deze eeuw woonden er maar 40.000 mensen, tegen 1,2 miljoen nu. Achter de steedse façades liggen binnenplaatsen die doen denken aan dorpen, met kleine haveloze huisjes en veel rommel en vaak een klein fabriekje met een hoge schoorsteen waar niets gebeurt en met waslijnen die twintig of dertig meter lang, van flat naar flat, over de binnenplaats zijn gespannen. Jerevan is een groot dorp waar niemand haast heeft en waar niemand luidruchtig wordt, of agressief. Een stille stad. Een stil volk. Een fluisterend volk. Het weinige verkeer slalomt moeizaam tussen de gaten in het asfalt. De cafés hebben kunstrozen en op de tafeltjes liggen stapeltjes lavasj, het platte Armeense brood, vaak dun als papier, je eet het maar je gebruikt het ook als servet, of onderlegger, je pakt er hapjes eten in.

De meeste mannen zijn werkloos, ze staan in zwartleren jasjes de hele dag te leuteren onder de platanen, in kleine groepjes. Zwarte jassen, zwarte koppen. Alleen de goklust leeft: Jerevan is vol casino's en bingohallen en pokerclubs en playhouses, gevestigd in winkels waar men vroeger boeken verkocht. Boeken kan niemand meer betalen.

In zulke grootformaat bingohallen zitten hier en daar aan tafeltjes wat jongemannen gebogen over hun kaarten, terwijl een onzichtbare vrouw toonloos nummers afroept. Het lijkt de enige economische activiteit in deze hoofdstad, want verder staat het leven stil: geen fabriek die nog werkt. Overal roestige hijskranen, als verwijtende vraagtekens bij half afgebouwde gebouwen waaraan niet meer wordt gewerkt. Lege muren met gapende gaten voor de vensters die er niet in zitten.

Liefdeloos

De heilige Mesrop Masjtots vind je na vijftien eeuwen overal, in standbeelden en straatnamen en op de bankbiljetten, mèt het heilige alfabet van 38 letters. De eerste letter is de eerste letter van het woord 'God'. De laatste letter is de eerste letter van de naam Christus. God de Vader en God de Zoon zijn wachtposten aan de beide uiteinden van het alfabet.

Hoog boven de stad, in rotsen uitgehouwen, ligt Matenadaran, bewaakt door een stenen Mesrop Masjtots. Matenadaran is de bewaarplaats voor honderdduizend historische manuscripten, bijbels uit de zesde eeuw, prachtig versierde middeleeuwse geschriften. De dichter Gevorg Emin vergeleek de Armeniërs en hun verleden met een pauw en zijn staart: het mooiste en indrukwekkendste ligt achter hen. Hier, in dit grotmuseum, ligt dat indrukwekkende verleden. Hier bewaart Armenië zijn alfabet en zijn taal, en daarmee zijn verleden. “Dit is een volk”, schreef Osip Mandelstam, “dat de sleutels van zijn taal laat rinkelen, ook als het ze niet gebruikt, om er schatten mee te ontsluiten.” Waarop lijkt onze taal, vragen Armeniërs de bezoeker. En: wat vindt u van ons alfabet?

Al lag het land in puin, in die sobere kerken en kloosters hebben monniken eeuwenlang gebedenboeken en verhalen geschreven en de geschiedenis vastgelegd. Een anthologie van de Armeense poëzie begint in de vijfde eeuw. Nu ligt dat land weer in puin. Geen toerist komt deze kant uit, toeristische souvenirs ontbreken - met uitzondering van op leer geschilderde letters van het Armeense alfabet, in de vorm waarin ze voorkomen op die middeleeuwse geschriften, of in de vorm van gouden letters op kleine plaquettes.

Niet alleen de taal en het alfabet houden de Armeniërs bij elkaar. Ook de Kerk, zegt catholicos Karekin I. “Neem de Armeniërs hun kerk af, en ze houden op Armeniërs te zijn.” Eeuwenlange vervolgingen hebben de Armeniërs over de hele wereld verspreid, ze zijn, net als de joden, een volk met een diaspora. Meer Armeniërs wonen buiten de landsgrenzen dan er binnen: vier tot zes miljoen tegen 3,5 miljoen. Alleen al in San Francisco en Los Angeles wonen één miljoen Armeniërs. “En waar de Kerk verdwijnt, verdwijnen zij. De jezuïeten deden het in Polen, in de zeventiende eeuw: ze dwongen de 200.000 Armeniërs in het land katholiek te worden. Nu zijn er overal in de wereld Armeense gemeenschappen, alleen in Polen niet.”

Patriarch-catholicos Karekin I is hoofd van de Armeense Apostolische Kerk, die in het jaar 301 werd gesticht, toen de Armeense koning, en met hem zijn volk, tot het christendom overging. Een kleine, grijze man met een witte baard en een levendige stem in een grijs gewaad zonder enige opsmuk achter een veel te groot bureau. Hij roept van tijd tot tijd vloeiend Frans of Engels in de telefoon.

Karekin I zetelt in Etsjmiadzin, eeuwenlang hoofdstad van Armenië, het Jeruzalem van de Armeniërs. Hier, in dit stadje op 26 kilometer van de huidige hoofdstad Jerevan, staat de basiliek waar elke Armeniër een keer een kaars wil hebben aangestoken. Hier werd de Armeense Kerk gesticht, hier ontstond het alfabet, en die eerste bijbelvertaling.

Al die zeventien eeuwen lang zijn de Armeense natie en de Armeense Kerk synoniem geweest, zegt de catholicos. “De Kerk was een staatskerk, de Kerk was altijd de hoop van de natie, een wegwijzer. Al die teksten in Matenadaran zijn religieuze teksten.”

Het geldt nog steeds, zegt Karekin, want we moeten de restanten van het communisme uit de geest van de mensen bannen, we moeten de Armeniërs weer geestelijke en morele waarden bijbrengen. “Zeventig jaar communisme hebben de kennis over de Kerk vernietigd. Vraag een Armeniër naar onze heiligen uit de achtste of veertiende eeuw: ze zeggen hem niets meer.” Maar de geest van de Kerk is niet vernietigd, zegt de catholicos. “Het communisme heeft getracht de band tussen de Kerk en de Armeense identiteit te breken, met zijn agressieve atheïsme en zijn manipulatie van de geest”, zegt hij.

De geschiedenis heeft de Armeniërs er nooit onder gekregen. “We hebben overleefd. Maar wat is overleven? Overleven is niet sterven. Maar het leven is meer dan niet sterven. Het leven heeft ons geleerd creatief te zijn.”

De catholicos staat op en roept een priester en geeft hem de sleutels van het museum van Etsjmiadzin, ik kan u een rondleiding aanbieden, zegt hij. En het museum herbergt gouden miskelken van eeuwen her, oude schilderijen en gobelins en zelfs een stukje van de ark van Noach. “Niemand heeft de Armeniërs er onder gekregen”, zegt de catholicos. “Je kunt de Armeniërs hun Bijbel afpakken. Je kunt de Armeniërs tot zwijgen brengen. Maar zoals wij zeggen: als de Armeniërs zwijgen, spreken de stenen.”