Akkoord joods geld levert adempauze op

Het akkoord over de slapende joodse bankrekeningen in Zwitserland is in wezen een akkoord om te gaan praten.

ROTTERDAM, 28 MAART. De Zwitserse banken zijn weer even veilig. Boycotdreigementen omdat ze in de ogen van sommigen in de Verenigde Staten niet genoeg hun best doen om zogeheten slapende rekeningen van Holocaust-slachtoffers op te sporen, lijken voorlopig bezworen. Voorlopig, want wat Stuart Eizenstat, de Amerikaanse onderminister van Handel, gisteren aankondigde als een “doorbraak” is in feite niet meer dan een overeenkomst van alle betrokkenen om rond de tafel te gaan zitten.

Washington wil al lang van de boycotdreiging af en laat het laatste half jaar geen gelegenheid voorbijgaan om de Zwitsers te bewieroken voor de moed het eigen oorlogsverleden onder ogen te zien. In november vorig jaar sprak minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright in Bern lovende woorden over alle stappen die Bern heeft ondernomen om klaarheid te brengen in de dubieuze geldtransacties tijdens de Tweede Wereldoorlog. En tijdens het Londense congres in december over het nazigoud werd de Zwitserse aanpak, gebaseerd op historisch onderzoek en het creëren van solidariteitsfondsen, door Eizenstat nog ten voorbeeld gesteld aan andere landen.

Maar niet iedereen in de VS denkt er zo over. Organisaties als het Joodse Wereldcongres (JWC) en de advocaten die namens Holocaust-slachtoffers in een collectieve juridische claim optreden blijven volhouden dat de Zwitserse banken miljarden in hun kluizen achterhouden - een bedrag dat ze overigens nog nooit hard hebben gemaakt. Gesteund door de machtige Newyorkse senator Alfonse D'Amato dreigden onder andere Californië en de stad New York met een boycot van Zwitserse banken bij aanbestedingen voor financiële projecten en het onderbrengen van pensioenfondsen. Het ultimatum aan de banken zou over een paar dagen aflopen.

De Zwitserse banken hebben onderhandelingen steeds geweigerd. Ze vonden - en vinden nog steeds - dat ze gedaan hebben wat ze konden om al het in hun kluizen verborgen joodse bezit op te sporen (hoewel ze bij iedere nieuwe poging toch weer allerlei rekeningen en rekeninghouders ontdekken) en dat ze met het fonds van een kleine 400 miljoen gulden hun goede wil hebben getoond.

Op de valreep hebben de Union Bank of Switzerland (UBS), de Swiss Bank Corporation (SBC) en Crédit Suisse donderdagnacht toch bakzeil gehaald, althans een eerste stap gezet. Het risico om tientallen miljarden mis te lopen als hun bewegingsvrijheid in de VS zou worden ingeperkt, heeft kennelijk zwaarder gewogen dan de afkeer van de banken van het overleg. Voor de UBS en SBC bestond zelfs het gevaar dat een aangekondigde fusie, die van hen samen de tweede bank van de wereld moet maken, zou mislukken.

Eizenstat kan weer even rustig ademhalen. Hij weet dat bij veel Zwitsers het rooskleurige beeld van hun oorlogsverleden wankelt en dat daardoor de bereidheid toeneemt om in een komend referendum steun te geven aan het solidariteitsfonds van ruim 9 miljard gulden, dat de Zwitserse regering wil instellen. Boycotdreigementen vanuit Amerika - mogelijk beantwoord met Zwitserse tegensancties van bijvoorbeeld Amerikaanse bedrijven voor mobiele telefonie - zouden allen maar “averechts” werken. Eizenstat heeft in ieder geval weer even de tijd om een strategie te verzinnen voor het geval de partijen het straks niet eens kunnen worden over de omvang van de Zwitserse afkoopsom.