Veeeelden vullen met verhalen; Gesprek met filmer Karim Traïdia

De van oorsprong Algerijnse regisseur Karim Traïda won op het filmfestival Rotterdam de publieksprijs voor 'De Poolse Bruid', waarin de Poolse migrante Anna stug haar dromen verwezenlijkt op het Groningse platteland. “Ik herkende veel in Anna. Ze probeert haar lot een andere draai te geven.” 'De Poolse Bruid'. Te zien in: Alfa en Desmet, Amsterdam; Springhaver, Utrecht; Lantaren/Venster Rotterdam; Haags Filmhuis; Scala, Nijmegen, Filmcentrum Poelestraat, Groningen.

Een berg, een rivier, een vuilnisbelt. Mooi vond hij het daar niet; hij speelde erin. Hij was kind. Nu herinnert hij het zich. Het landschap zit vol verhalen. Op de belt vond een meisje een rok, ze hield hem in haar handen en de wind bolde hem op. De rok briest naar het prikkeldraad, zacht raakt de stof het metaal. Het hek staat onder stroom, zodat de rok verschroeit, zodat er uit de oren van het meisje rook komt.

Een huis, een veld, een bosje waarboven wolken hangen. Mooi vond hij het daar niet. Hij probeerde weer kind te worden, zodat het land vanzelfsprekend kan worden, zodat het zich met verhalen kan vullen. Een onbemande tractor rijdt naar de horizon, aan het eind van een veld zolang dat je veeeeld wilt schrijven, worden twee mannen begraven.

Karim Traïdia (1949) vertelt het een en filmde het andere. Hij werd geboren tussen de berg en de rivier in een dorp vlak bij Algiers en hij maakte zijn eerste lange speelfilm bij het huis en het veld op het Groningse hogeland in de buurt van Ulrum. Besbes heet het dorp, De Poolse bruid heet de film. Op het International Rotterdam Film Festival won hij in februari de Citroën Publieksprijs, wat betekent dat hij door de bezoekers van het festival met het hoogste cijfer werd gewaardeerd. Het was de eerste keer dat een Nederlandse film die eer te beurt viel.

Liever dan regisseur noemt Traïdia zich verteller. En hij vertelt. Een Westfaalse mop bijvoorbeeld: “Een boer en een knecht werken al vijftien jaar samen. Ze wisselen nooit een woord. Op een dag koopt de knecht een brommer. Goh, zegt de baas, dat is een mooie brommer. De volgende dag verschijnt de knecht niet op zijn werk. Jaren later komen de boer en de knecht elkaar weer tegen. Vraagt de boer: Waarom ben je nooit meer teruggekomen? Zegt de knecht: Ik vind alles best maar dat gedoe over die brommer dat was ik zat.” Dan komt er een brok autobiografie: “Ik ben uit Algerije weggegaan omdat het meisje van wie ik hield van haar ouders niet met mij mocht trouwen. Ik heb een maand gehuild en toen nam ik de boot naar Frankrijk. Als belangrijk man zou ik terugkomen. In Frankrijk ben ik druiven gaan plukken. En in elke druif zag ik haar foto.” En later een vervolg op dit brok: “Mijn beste vriend uit Algerije belde mij op toen hij in de krant over mijn prijs had gelezen. Hij zei dat ook mijn eerste liefde er van gehoord had. Haar man had haar het bericht voorgelezen. Ze had geglimlacht en gezegd: 'Dat weet ik'. Alsof ze niet verrast was.”

De Poolse bruid gaat over de Groningse boer Henk en de Poolse vrouw Anna die langzaam aan elkaars gezelschap wennen. De vrouw is naar Nederland gekomen om te werken, maar komt in een bordeel terecht. De man is op alleen gebleven op de boerderij van zijn ouders en hij vecht met de bank om er voor altijd te kunnen blijven. Anna vlucht en Henk vangt haar op. “Toen ik het script las, herkende ik veel in Anna”, zegt Traïdia. “Ze probeert haar lot een andere draai te geven. Het gaat haar niet alleen om geld verdienen, anders was ze wel in het bordeel gebleven. Ze droomt ook. Anna wil andere mensen ontmoeten, door hen gewaardeerd worden. En ze slaagt erin die droom op het Groningse platteland werkelijkheid te laten worden. Gelukkig ontmoet ze gastvrijheid.”

De Poolse bruid is een film waarin weinig lijkt te gebeuren; zo weinig dat elk gebaar een belevenis wordt. Henk zit aan tafel in de keuken en drinkt thee en zo lang alleen is hij al dat hij niet begrijpt dat als Anna thee inschenkt hij niet tegelijkertijd een plak beboterde ontbijtkoek kan pakken - daarvoor staan pot, schaal en kop te dicht bij elkaar. Henk was alleen in zijn ruimte en langzaam begint hij die ruimte met iemand te delen. Praten is het niet dat deze mensen bij elkaar doet komen; al zegt Henk wel dat Anna er als een Byzantijnse prinses uitziet als ze met een handdoektulband uit de badkamer komt en helpt hij haar met de juiste intonatie van 'hoe gaat het ermee'.

“Uit het scenario van Kees van der Hulst heb ik veel dialogen geschrapt”, zegt Traïdia. “Wat er gebeurde moest zichzelf verklaren. Dat was de uitdaging van De Poolse bruid. Ik ben daarbij erg geholpen door de acteurs, Jaap Spijkers en Monic Hendrickx. Zij waren in staat van alles te tonen zonder zich te hoeven uitspreken. Van der Hulst was het met mijn bewerking van het scenario overigens niet eens. Daarom staat er nu een disclaimer op de aftiteling van de film.”

Zwijgen

Zwijgend wordt duidelijk dat Anna op de boerderij haar geld kan verdienen met het doen van de huishouding en zwijgend doet Anna meer dan dat. Ze legt een tafelkleed op tafel, ze trekt de jurken van zijn moeder aan, ze kookt Pools, ze maakt harde geluiden met het strijkijzer en ze dwingt Henk voor het eten te bidden. 'Onzevaderdieindehemelenzijt', raffelt Henk dan, om zijn gebed te beëindigen met woorden die Anna niet uit Wat en Hoe in het Pools kan hebben geleerd. 'Stomme trut dat je d'r bent', zegt Henk, maar als hij met zijn vork in zijn rechterhand wil beginnen te eten, brengt hij hem toch snel over naar zijn linker. Henk eet voortaan met mes en vork.

“Ik heb mijn ouders nooit met elkaar horen praten”, zegt Traïdia. “Mijn vader verdiende het geld en dat hield hij in zijn zak. Als mijn moeder iets nodig had, vroeg ze het aan de kinderen. Wij vroegen het dan weer aan hem. Ik weet niet of ze van elkaar hebben gehouden. Misschien moest hun liefde wel blijken uit het feit dat ze samen waren.

“In De Poolse bruid is Anna niet alleen dankbaar. Ze beseft dat ze wat te bieden heeft. Zij is niet de enige die zich moet aanpassen.”

Traïdia kwam in 1981 in Nederland terecht in het voetspoor van zijn broer, de acteur Hakim Traïdia, het meest bekend van het tv-programma Sesamstraat. Karim schreef sketches voor hem en voor zichzelf poëzie. “In 1985 ben ik van de ene op de andere dag gestopt met dichten. Ik had voor de dag van de zwarte kunst, waarmee kunst door niet-blanken werd bedoeld, op verzoek een gedicht over discriminatie geschreven?. Ik las het gedicht voor en iedereen werd stil en droevig. Toen dacht ik: hier moet ik mee ophouden. Ik moest mijn hart sturen en ik wil door mijn hart gestuurd worden. Ik kon de humor niet vinden in de poëzie.”

Traïdia studeerde in 1991 af aan de Nederlandse Filmacademie met De onmacht, die werd genomineerd voor een Gouden Kalf. De film gaat over een gastarbeider in Parijs die daar als vanzelfsprekend impotent wordt. Voor bittere scherts zorgt de lijst met ge- en verboden van het pension waar hij verblijft: van gij zult niet zingen, en zeker niet in het Arabisch, tot gij zult niet masturberen. Na zijn debuut volgden, naast werk voor de televisie, nog drie korte speelfilms, waaronder Aischa, over een Marokkaans meisje dat in onmin leeft met haar Hollandse stiefmoeder, en Lijdensweg, waarin een Arabische vader zijn te Nederlands wordende zoon uit wanhoop vermoordt. In Lijdensweg wordt het beeld soms zwart en verschijnt in witte letters de vertaling van het klagelijke Arabische lied dat te horen is in beeld, of een tekst van een schrijver: 'En hoe zal je hen straffen wier berouw reeds groter is dan hun overtreding?'

“Migranten, nieuwkomers, zullen altijd terugkeren als onderwerp van mijn films”, zegt Traïdia. “Het doet er niet zoveel toe waar ze vandaan komen. De Poolse bruid had wat mij betreft net zo goed een Algerijnse bruid kunnen zijn.” Traïdia werd voor de regie van De Poolse bruid gevraagd door de bedenkers van Route 2000, een project dat vier veelbelovende regisseurs een low budget productie liet maken over Nederland tegen het jaar 2000. Voor dit project had Traïdia ook zelf een scenario ingediend. Het ging over een Nederlandse handelaar die een kind uit Joegoslavië adopteert.

Traïdia voltooide onlangs het scenario voor zijn volgende film, A-ziel. “Het is een film over de op 3 december 1994 vermoorde journalist Said Mekbel, hoofdredacteur van Le Matin. De Algerijnse fundamentalisten hadden daarvoor al twee keer een aanslag op hem gepleegd. Toen hij in Nederland was, vroeg ik Zaid: waarom blijf je hier niet? Waarom vraag je hier geen asiel aan? 'Asiel aanvragen is ook sterven', antwoordde hij. 'Als ik hier blijf, doe ik afstand van mijn collectieve identiteit. Het enige dat ik nog doen kan, is kiezen tussen twee verschillende soorten sterven: geestelijk of lichamelijk'.” De regisseur wacht nu op bericht over het al dan niet toekennen van subsidie. “Misschien struikelen de subsidiegevers over de relevantie van het verhaal voor Nederland.”

Traïdia richtte in 1994 samen met andere kunstenaars, onder wie Willem van Toorn en Stefan Sanders, het SAIA op (Steuncomité Algerijnse Intellectuelen in Amsterdam, de Nederlandse afdeling van het CISIA, Comité de Soutiens aux Intellectuels Algeriens). “We nodigen mensen uit Algerije uit om te praten over hun vak en hun land. Zij vertellen hoe het is om in Algerije kunstenaar of journalist te zijn. Zo willen we de aandacht vestigen op het geweld in Algerije. Iedere stem die zich, waar ter wereld ook, verheft, heeft een echo in Algerije.”

Wij wij wij

Traïdia heeft sinds de vertoning van zijn film in Rotterdam al vaak te horen gekregen dat zijn film zo Nederlands is. Beschouwt hij dat als een compliment? “Ik beschouw het als een compliment voor mij als filmer. Een filmer moet alles kunnen, ik zou bij wijze van spreken ook een film over Eskimo's moeten kunnen maken. Je hoeft niet alles ergens van te weten. Als je maar nieuwsgierig bent, als je maar wilt weten hoe het komt dat iemand is zoals hij is. Onder de Algerijnse dictatuur mocht je nooit ik zeggen, alleen maar wij wij wij. De fundamentalisten gaat het ook alleen om een collectieve identiteit, gebaseerd op religie. Maar ieder mens is op de eerste plaats een individu. Daarna is hij pas Turk of Nederlander, moslim of katholiek of een mengsel daarvan. Ik ben Algerijn, Fransman, en Nederlander, en omdat ik hier al zolang woon, word ik dat laatste steeds meer.”

In De Poolse bruid glimlacht Anna naar het hogeland als ze de was ophangt. De ploeg trekt voren in de vruchtbare zeeklei. Anna huppelt op haar kaplaarzen achter de tractor aan, en Henk laat haar naar Ede Staals liefdeslied over deze grond luisteren. 'Prachtig mooi' vindt hij het, het land en het lied, en prachtig mooi vindt hij Anna, die zijn liefde gaat delen.

“Op de begraafplaats in mijn dorp stond een vijgenboom”, zegt Traïdia. “Wij kinderen plukten de sappige vruchten. Een oude vrouw verbood het ons. Ze maakte ons bang door te zeggen dat de boom de doden opzoog. Maar een tak hing over het hek van de begraafplaats. Daarvan plukten wij wel, dat leek ons geen dodenfruit.”

Traïdia is weer kind geworden om Groningen te begrijpen zoals hij Algerije begreep. “Je woont ergens en je vraagt je niet af waarom. Pas later ga je de schoonheid van een landschap zien, alsof dat het is wat je je herinnert. In de montage lijkt het alsof het landschap op de gevoelens van de hoofdpersonen reageert.”

Traïdia vulde dit Groningen met een verhaal, zoals Algerije voor hem al uit verhalen bestond. De spanning tussen Anna en Henk maakt de film volgens Traïdia verrassend. Hij wordt veroorzaakt door de pooiers die Anna blijven achtervolgen, maar meer nog door de almaar uitgestelde omzetting van liefde in aanraking. “In het scenario waren Henk en Anna perfecte mensen. Ze roken niet, ze drinken niet, ze accepteren alles van elkaar, ze zijn goed. In overleg met Jaap heb ik besloten dat ze wel moesten vrijen. Maar wanneer? Iedere keer moet je denken: nu gaat het gebeuren. Maar het gebeurt niet, zelfs niet als Anna tijdens een onweer bij Henk in bed kruipt. Hij maakt ruimte voor haar en zij benut die ruimte. Pas als ze allebei niet aan seks denken, komt het zo ver. Nadat er een moord is gepleegd, veegt Henk het bloed van Anna's gezicht. Langzaam vloeit het vegen naar strelen.”

Traïdia legt niet uit. Hij vertelt. Over een tante gezegend met een mooie man, over boze schorpioenen in de Sahara, over de grote en treurige dag dat Algerije onafhankelijk werd, over zijn stad die op de boot naar Frankrijk een strip werd, over een muzikant die in Parijs de blues van de migranten speelde. “Herinneren helpt me bij het maken van films”, zegt Traïdia. “Herinneringen en dromen. Voor mij is al het denkbare mogelijk, je kunt elk verhaal naar je eigen territorium verplaatsen. Ik kan jou laten zien wat ik zie als ik mijn ogen dichtdoe.”