Stoere Gary Numan verzuipt in holle muziek

Concert: Gary Numan. Gehoord: 26/3 Tivoli, Utrecht.

Serieus nemen of om hem lachen, dat is altijd een beetje de vraag geweest bij de Engelse zanger Gary Numan, ook gisteren toen hij in Utrecht optrad, het enige concert in Nederland tijdens zijn huidige tournee. De macho-poses die hij aannam, de microfoonstandaard in beide handen vastpakkend, waren vaak potsierlijk, de stoere grimas waarin zijn gezicht verwrong had, met die naar voren stekende onderlip, iets varkenachtigs.

Toch was er, tussen het headbangen - wat je met kort haar beter niet kunt doen wil het goed ogen - en de megalomane gebaren door iets te zien en te horen van wat hem ooit een hippe artiest maakte. In 1979 had Numan met zijn toenmalige groep Tubeway Army een grote hit met de popklassieker 'Are 'Friends' Electric', een nummer dat gedomineerd wordt door een zware synthesizer, die een sterke, tegelijkertijd opwindende en melancholieke melodie speelt. Het ultramoderne van Tubeway Army had iets imponerends, evenals Numans lage stem, die een schelle metaalachtige bijklank had en in de hogere tonen op een fraaie manier oversloeg.

Numan ging de jaren tachtig in als de personificatie van dat tijdperk en als typische representant van de voornaamste stroming in de alternatieve pop van dat moment, de new wave. In Engeland bleef hij hits scoren, met nummers als 'Cars' en 'We Are Glass', en bleven zijn albums het eveneens goed doen, daarbuiten werd hij een cult-artiest met een kleine maar vaste schare fans, voor veel popliefhebbers de man die ooit één mooi liedje had gemaakt en daarna veel pompeuze onzin.

Nadat de new wave uit de jaren tachtig een tijdlang volkomen on-cool werd gevonden, is er de laatste jaren een lichte ommekeer te bespeuren. Zo kon het ook gebeuren dat eind vorig jaar de eerbetoon-cd Random verscheen, waarop eigentijdse groepen als The Orb, Sukia, Kenickie, Republica en Bis zonder schaamte nummers van Numan vertolken. Ook de Amerikaanse Foo Fighters namen een van zijn songs op in hun oeuvre. Het effect van die toegenomen belangstelling was gisteravond overigens niet te merken: de zaal was slechts half gevuld, met voornamelijk oude fans.

Numan was bij vlagen imposant: als hij met een zelfverzekerde blik charismatisch de zaal inkeek, of zijn stem nog eens zo liet overslaan als alleen hij kan. Maar vaak kreeg dat zelfverzekerde iets arrogants, en vaak verzoop zijn zang in de muziek die zijn begeleiders speelden, met bombastische drums, lelijke metal-gitaren en gedateerd aandoende toetsenpartijen - muziek die niet alleen bot, maar ook hol klonk. Dat gold niet alleen voor het materiaal van Numans vorig jaar verschenen achttiende album Exile, ook 'Are 'Friends' Electric' had de subtiliteit verloren die het bijna twintig jaar geleden had. Numan en zijn bandleden - allen in het zwart gekleed - maakten er de juiste bewegingen bij: testosteron-poses die de keus tussen serieus nemen en lachen niet moeilijk maakten.