Relativisme gerelativeerd; Op de bres voor dé waarheid

Felipe Fernández-Armesto: Truth. A History and a Guide for the Perplexed. Bantam Press, 257 blz. ƒ 53,95 Thomas Nagel: The Last Word. Oxford University Press, 147 blz. ƒ 64,40

'In de wetenschappelijke beoefening van werktuigkunde steekt meer wijsbegeerte, dan in alle filosofische systemen', schreef Multatuli. Het is een uitspraak die men al diegenen zou willen voorhouden die beweren dat de waarheid niet bestaat. Deze bewering is onzinnig, omdat we zonder waarheidsbegrip niet kunnen denken.

Tegenover iemand die oprecht verkondigt dat waarheid niet bestaat, staat een ander eigenlijk machteloos. Wat te doen? De Oxfordse historicus Felipe Fernández-Armesto ontsteekt dan in grote woede. Zijn Truth is een furieuze aanklacht tegen wat hij de 'waarheids-vandalen' noemt. De Amerikaanse filosoof Thomas Nagel voelt eenzelfde ergernis over de intellectuele luiheid van de hedendaagse cultuur. In The Last Word probeert hij nog één keer te laten zien dat de uitspraak 'de waarheid bestaat niet' irrationeel is. Nagels wapen is echter niet de polemiek, maar een arsenaal aan redeneringen.

Nagel, een van de meest bestudeerde filosofen van deze tijd, bestrijdt in The Last Word het relativisme, de opvatting dat waarheid altijd relatief is ten opzichte van een subjectief gezichtspunt. Wat waar is voor mij, hoeft niet waar te zijn voor jou, aldus de relativist.

Nagel betoogt daarentegen dat we eenvoudigweg niet ontkomen aan de noties van een objectieve werkelijkheid en een objectieve waarheid. Zijn redenering verloopt als volgt. Op basis van gewone, alledaagse gedachtes laat hij zien dat we die niet zouden kunnen hebben zonder de noties van een objectieve werkelijkheid en waarheid. Neem een gedachte die iemand koestert als hij mijmerend naar de populier in zijn achtertuin kijkt. 'Mijn populier staat in een tuin in de stad, alleen en verloren en groot.' Zelfs het koesteren van deze eenvoudige gedachte vereist verscheidene cognitieve vaardigheden: om te beginnen de vaardigheid de populier te herkennen. Is het dezelfde populier als een dag tevoren? Deze vaardigheid iets te herkennen berust op het vertrouwen dat, wanneer we onze ogen sluiten, alles min of meer blijft zoals het is. Zelfs als we onze ogen voorgoed sluiten, blijft die populier 'het lied dat de dood in ons brak nog voortzingen over de stad', aldus Nagel.

Voortbestaan

Ons herkenningsvermogen vooronderstelt dus dat we een notie hebben van voortbestaan in de tijd. Maar dat is niet de enige notie die we nodig hebben. We kunnen die populier alleen herkennen, indien we hem kunnen lokaliseren. Dat kunnen we op twee manieren. Ten eerste op een subjectieve manier, bijvoorbeeld door te zeggen dat die populier links van ons lichaam staat. De tweede manier van lokaliseren is door bijvoorbeeld op een plattegrond aan te wijzen waar die populier staat - een objectieve manier.

Als we opgroeien, leren we gaandeweg onze subjectieve manier van lokaliseren in te bedden op die objectieve landkaart. Dat gaat met vallen en opstaan; de objectieve werkelijkheid corrigeert ons. Op dezelfde manier leren we dat sommige dingen omvallen, als we ertegen duwen en dat we om sommige objecten heen moeten lopen. Zodoende ontwikkelen we een intuïtieve fysica, een werktuigkunde. Die werktuigkunde moet grotendeels waar zijn, want anders zouden we niet overleven. Dit betekent dat zelfs de simpele gedachte 'Daar staat een populier' de waarheid van een objectief wereldbeeld veronderstelt.

De inbedding van ons subjectieve gezichtspunt in een objectief beeld van de werkelijkheid verloopt niet altijd probleemloos. Vaak bestaat een conflict tussen beide gezichtspunten. Dit conflict is het hoofdthema van het werk van Thomas Nagel, beroemd geworden door zijn artikel 'Hoe is het om een vleermuis te zijn?' Het antwoord op die vraag luidt natuurlijk dat we ons dat niet kúnnen voorstellen. We nemen de werkelijkheid niet waar met behulp van een sonar. Tegelijkertijd zien we dat die vleermuis om dezelfde bomen heenvliegt waar wij om heen lopen. Blijkbaar beschikt een vleermuis over een soortgelijke werktuigkunde als wij. Ofschoon de vleermuis en wij een subjectief gezichtspunt op de werkelijkheid innemen, moeten we die inbedden in een objectief beeld van de werkelijkheid.

Gevangen

Nagels standpunt is vatbaar voor twee soorten kritiek. Relativisten, zoals de postmoderne pragmaticus Richard Rorty, werpen tegen dat Nagels standpunt inhoudt dat er zelfs op het gebied van de ethiek universele regels zouden gelden die voorschrijven wat we moeten doen. Maar moeten we juist op ethisch gebied niet tolerant zijn en afwijkende meningen toestaan?

Nagels antwoord hierop is dat we een afwijkende mening alleen accepteren als we die kunnen begrijpen. Dat betekent dat we iemand met een afwijkende mening altijd mogen vragen zijn mening te rechtvaardigen. Door die rechtvaardiging kunnen we de positie van de ander begrijpen, juist omdát die rechtvaardiging een beroep doet op ethische regels die gelden voor iedereen, van een objectieve view from nowhere.

De tweede aanval komt van filosofen voor wie de natuurwetenschap de maat der dingen is. De mens is een product van de evolutie. Ook de menselijke rede is het product van die evolutie. We moeten dus ook voor de voortbrengselen van die rede, onze gedachten, een evolutionaire verklaring geven.

Nagel pareert deze aanval door erop te wijzen dat een evolutionaire verklaring zichzelf ondermijnt. Een dergelijke verklaring moet geloofwaardig en redelijk zijn. Maar dat zijn normen waarop een evolutionaire verklaring geen beroep mag doen, want die normen behoren tot het domein van de rede. Iemand die voor de rede een evolutionaire verklaring biedt, begaat dus een logische fout. Hij geeft een beschrijving, terwijl een rechtvaardiging vereist is. Onze woede verdwijnt niet, wanneer we horen dat die veroorzaakt wordt door een te hoog gehalte aan adrenaline in ons bloed. We begrijpen onze gedachten niet beter, als we horen dat ze veroorzaakt worden door bepaalde hersenprocessen. We kunnen het denken niet van buiten het denken begrijpen.

Tromgeroffel

Nagels gedetailleerde redeneringen tegen het relativisme zijn breekbare pianosonates vergeleken bij het tromgeroffel dat opklinkt uit Fernández-Armesto's Truth. Ook hij is een tegenstander van het relativisme, maar waar Nagel betoogt, fulmineert hij. De aanleiding voor zijn boek is dat zijn vak, geschiedenis, bedreigd wordt door het relativisme. Immers, indien waarheid niet bestaat, is de ene versie van de geschiedenis net zo geloofwaardig als de andere.

Fernández-Armesto is bekend geworden door zijn boek Millenium, waarin hij in één klap duizend jaar geschiedenis behandelt. Truth wordt gekenmerkt door eenzelfde megalomaan streven. Fernández-Armesto negeert in zijn geschiedenis van het waarheidsbegrip vrijwel de hele Europese geschiedenis van na de reformatie en de wetenschappelijke revolutie. Hij besteedt de meeste aandacht aan volkeren in andere werelddelen die in andere tijden leefden. Op grond van die beschrijvingen concludeert hij dat de weg naar de waarheid ons gewezen wordt door wat we zien, door de traditie waarin we leven, door ons gevoel en door ons verstand. Zijn conclusie: waarheid is onontkoombaar.

Als redenering tegen het relativisme is zijn betoog een voorbeeld van dezelfde logische fout die de evolutionisten maken, de 'beschrijvende drogredenering'. Ook al hebben mensen overal ter wereld duizenden jaren lang op deze manier in de waarheid geloofd, dan nog kan de relativist zijn schouders ophalen. Mensen hebben immers ook in goden geloofd? De relativist eist terecht een redenering die hem dwingt in de waarheid te geloven.

Een dergelijke redenering bevat Truth niet. Fernández-Armesto schrijft alsof hij het pleit al gewonnen heeft. Maar zelfs hij heeft de waarheid niet in pacht, zoals blijkt wanneer hij beweert dat Nietzsche, die 'net als Hitler niet van mensen maar wel van dieren hield' overleed, terwijl hij een mishandeld paard verdedigde.

Van dergelijke blunders in een boek over waarheid zou je bijna relativist worden, als Nagel in The Last Word niet zo overtuigend had laten zien dat de relativist zichzelf weerlegt. Immers, wie zegt dat waarheid niet bestaat, dat 'misschien niets geheel waar is, en zelfs deze uitspraak niet', die vraagt je om dat wat hij zelf beweert niet voor waar te houden. Dat moeten we dus ook niet doen. Zonder waarheid kunnen we niet leven.