Recordjaar hoekmansbedrijf Van der Moolen

Effecten- en optiemakelaar Van der Moolen verwacht dat zijn winst over dit jaar niet hoger zal uitpakken dan het record van afgelopen jaar.

Moderne handelsystemen nemen geleidelijk de taak van bemiddelaars in effecten en opties over.

VAN DER MOOLEN IN 1997

Hoofdkantoor: Amsterdam Aantal werknemers: 158 Omzet: 267 miljoen gulden Nettowinst: 115,7 miljoen gulden Belangrijke gebeurtenis: hausse op de effectenbeurs

AMSTERDAM, 27 MAART. Van der Moolen heeft een recordjaar achter de rug. Met de harde wind van de beurshausse in de rug stuwde de marktleider onder market makers- en hoekmansbedrijven de winst met 183 procent op naar 115 miljoen gulden.

Het lijkt te mooi om waar te zijn. Zolang de koersen stijgen is beleggen in en kunnen hoeklieden en market makers die vraag en aanbod op de beurs bij elkaar brengen rekenen op handelsvolume. Zelfs als de sunshine markets plaats maken voor zwaar weer profiteert Van der Moolen. Voor verkooporders moet immers ook courtage (provisie) worden betaald.

Maar voorlopig blijft ze zon schijnen op de beurs, verwacht directievoorzitter P.C. van der Lugt. Overheden worden, mede vanwege de toelatingseisen voor de EMU en richtlijnen van het Internationaal Monetair Fonds, gedwongen hun tekorten te verminderen. De rente blijft daardoor laag waardoor de koersen blijven stijgen, redeneert Van der Lugt.

Verder verwacht zijn bedrijf een koers- en aandelenomzetstuwende werking van banken en institutionele beleggers die hun effectenportefeuilles herschikken om ze af te stemmen op de in voering van de euro. Tot slot verwacht Van der Moolen een groei van het handelsvolume onder invloed van particuliere beleggers. Ze worden rijker en hebben, mede dankzij internet, bijna net zo gemakkelijk toegang tot waardevolle beleggingsinformatie als hun adviseurs. Desondanks blijft Van der Lugt ze 'gameboy-beleggers' noemen. “Het is een serieus spel voor ze.”

Toch is Van der Moolen's toekomst niet helemaal zorgeloos. De beurscomputer rukt verder op en maakt de hoekman geleidelijk overbodig. Steeds vaker kunnen de geavanceerde handelsystemen orders van kopende en verkopende banken en commissionairs aan elkaar knopen. De hoekman kan dan niet als tegenpartij op te treden, verdient daardoor niets aan de zogenaamde spread (het verschil tussen inkoop- en verkoopprijs) en strijkt bovendien geen courtage op. Van der Lugt ziet voor deze hoeklieden in de toekomst nog wel controlefuncties weggelegd. “Vliegtuigen zijn uitgerust met een automatisch piloot waarmee ze tegenwoordig zelfs kunnen landen. Toch zullen reizigers het niet prettig vinden als de piloot helemaal niet meer aan boord is.”

Mede als gevolg van oprukkende automatisering op de beurs verwacht Van der Moolen het kunstje van een winstgroei van 183 procent het volgende jaar niet te kunnen herhalen. De nettowinst over dit jaar (exclusief een buitengewoon resultaat van 11,4 miljoen gulden uit de in liquidatie zijnde Vereniging voor de Effectenhandel) zal hooguit worden geëvenaard. Tot 2002 rekent Van der Moolen op 20 procent nettowinstgroei per jaar, een stuk minder dan de gemiddelde groei van 50 procent die het bedrijf de afgelopen vijf jaar wist te door te maken.

De winstgroei zal voor een steeds grotere deel uit het buitenland moeten komen. Van der Lugt denkt vooral in de Verenigde Staten nieuwe belangen te kunnen verwerven. Het afgelopen jaar veroverde Van der Moolen hier extra marktaandeel doordat een van de belangrijkste Amerikaanse effectenhuizen, LaBranche, waarin het Amsterdamse bedrijf een belang van 19 procent heeft, fusies aanging met een tweetal andere collega-bedrijven. Het belang in broker Surnamer Weisman werd in 1997 uitbereid van 25 tot 40 procent. Van der Moolen neemt nu 15 procent van de handel op de New York Stock Exchange voor haar rekening en wil dat percentage verder laten groeien. Van der Lugt vindt de Amerikaanse hoekmansbedrijven (specialists) “nou eenmaal meer profitable” dan de Europese. Van der Moolen kan hierdoor bovendien intensiever in twee tijdszones handelen. Desondanks bouwde Van der Moolen de afgelopen jaar ook zijn marktposities uit op de optiebeurzen van Duitsland en Zwitersland.

Het buitenland is het enige alternatief want veel ruimte in Nederland is er niet voor Van der Moolen. Op de optiebeurs mag, wegens de krapte op de beursvloer, geen nieuw personeel worden toegelaten. Komend najaar wordt dat tijdelijk opgelost omdat de optiebeurs dan verhuist naar de grote handelsvloer op Beursplein 5. Vermoedelijk wordt deze extra ruimte direct benut waarna de personeelsstop opnieuw wordt ingesteld.

Op de aandelenbeurs neemt Van der Moolen het maximum van 35 procent (42 fondsen) van de handel voor zijn rekening. Een regeling die Van der Lugt bij beursbedrijf Amsterdam Exchanges overigens zal aanvechten nu andere hoekmanspartijen zich concentreren en daardoor grote marktaandelen vergaren. Vanochtend kondigde concurrent AOT de overname van Wolbers aan waardoor dit effectenbedrijf met een marktaandeel van 32 procent Van der Moolen op de hielen zit.

Aan het plafond van 35 procent kleeft een groot nadeel voor Van der Moolen dat van oudher zeer Ajax-minded is, mede doordat de penningmeester van de club, A. van Os, tot 1986 mede-eigenaar van het bedrijf was. Een hoekmansrol voor het voetbalfonds dat medio mei naar de beurs gaat, lijkt hierdoor aan de neus van het bedrijf voorbij te gaan. “Dat is een puur theoretisch stelling”, zegt Van der Lugt. “U moet weten dat Ajax en Van der Moolen één zijn. Wij zullen absoluut die rol op ons nemen, zelfs als we daarvoor een ander fonds moeten loslaten.”

    • Sjouke Rijper