Oorlog als offer

Barbara Ehrenreich: Blood rites. Origins and history of the passions of war. Virago Press 1997, 292 blz. ƒ 70,95

812.490, 812.940

In de strijd tegen het roofdier, tijdens de oertijd van de mensheid, heeft de mens zichzelf een roofdier geschapen: oorlog. Dat is in het kort de portee van het alleraardigste boek Blood Rites van Barbara Ehrenreich. Oorlog zit niet in onze genen, zegt Ehrenreich, die in het bezit is van een Ph.D in biologie en eerder schreef over vrouwengeschiedenis. Mensen willen niet van nature oorlogvoeren. Eerst, aldus Ehrenreich, moet de mens een transformatieritueel ondergaan alvorens hij zijn medemens de hersens in kan slaan. Vandaar de demonisering van de tegenstander, de 'andere staat' waarin soldaten worden gebracht door training en depersonalisatie, maar ook het kleurrijke vertoon met vlaggen en vaandels. Wij moeten de oorlog heilig verklaren, aldus Ehrenreich, als bezwering tegen de even verschrikkelijke als vergeten angst die ons, oog in oog met de oorlog, kwelt: opgegeten te worden.

Om die stelling te onderbouwen, bedrijft Ehrenreich onderhoudende, maar zeer speculatieve geschiedschrijving. In de oertijd moesten de eerste hominiden zich zien te redden zonder klauwen, slagtanden of uitzonderlijke kracht. Ze konden onder deze omstandigheden alleen overleven als aaseter, stelt Ehrenreich. Altijd op hun hoede voor het roofdier dat terugkwam bij zijn prooi. Altijd bang zelf opgegeten te worden. Zo machtig was het roofdier in onze voorgeschiedenis dat het volgens de schrijfster door ons tot god werd verheven. Wat vast staat is dat overal ter wereld goden om offers vragen die bestaan uit vlees, vaak van offerdieren, soms van mensen. Dat is volgens Ehrenreich de religieuze vertaling van de benarde situatie waarin wij lange tijd verkeerden: die van prooidier.

Door solidariteit en samenwerking ging de mens echter effectiever jagen. Tegen het eind van het paleolithicum verdwenen allerlei grote zoogdieren, een verschijnsel dat volgens Ehrenreich samenhing met een vorm van de drijfjacht waarbij dieren massaal werden opgejaagd naar een afgrond. Door het wegvallen van die grote roofdieren verloor de man zijn centrale positie in de mensengemeenschap. En daarom ontstond volgens Ehrenreich, oorlog als nieuwe bron van status voor mannen, die nu symbolisch slag leverden met het roofdier.

Als we dit ware roofdierkarakter van de oorlog inzien, zegt Ehrenreich, is het eindelijk mogelijk er iets tegen te ondernemen. De anti-oorlogsbeweging ziet zij als het begin van een nieuwe, oorlogsloze periode. Maar uit haar boek zou, bij gebrek aan elk bewijs, evengoed de tegenovergestelde conclusie worden getrokken: oorlog, geworteld in het prehistorische verleden van de mens, is onvermijdelijk. Dat is de zwakte van dit op zichzelf prikkelende boek: zonder bewijzen kunnen we alle kanten op.