Nog geen bedragen genoemd; Akkoord joods geld Zwitserse banken

GENÈVE/ ZÜRICH, 27 MAART. Zwitserse banken hebben gisteren in principe overeenstemming bereikt met het Joods Wereldcongres (JWC) en met advocaten die namens rechthebbenden van slapende joodse rekeningen uit de tijd van de Holocaust optreden.

Dat heeft de Amerikaanse onderminister van Handel, Stuart Eizenstat, gisteravond bevestigd.

Het principe-akkoord kwam vlak voor Amerikaanse financiële autoriteiten zich zouden uitspreken over opheffing van een moratorium op eerder afgesproken Amerikaanse sancties tegen de Zwitserse banken.

Eizenstat riep gisteren op tot verlenging van dit moratorium, dat 31 maart afloopt. De Zwitserse en Amerikaanse regeringen gaven tegelijk in Bern een - zeldzame - gezamenlijke verklaring uit waarin zij sancties tegen Zwitserse banken, in de vorm van een collectieve boycot, als “ongerechtvaardigd en contraproductief” afwezen.

Ook de Israelische regering sprak zich tegen sancties uit. Volgens sommige schattingen zou zo'n boycot de Zwitserse banken 120 miljard gulden kunnen kosten.

De deelnemers aan het principe-akkoord hebben nog geen overeenstemming bereikt over een uit te keren bedrag. “Ik vond dat het zeer belangrijk was het paard niet achter de wagen te spannen, geen dollarbedragen rond te strooien voor we het eens werden over een structuur”, aldus Eizenstat, die namens het Amerikaanse Congres nauw betrokken is bij de onderhandelingen, gisteren in New York. De voorzitter van het JWC, Edgar Bronfman, heeft recentelijk de prijs van een dergelijk akkoord op 3 miljard dollar becijferd.

Het akkoord betreft volgens Eizenstat de afhandeling van de in collectieve naam door advocaten in New York ingediende claims ter waarde van in totaal 20 miljard dollar tegen de Zwitserse fusiepartners UBS en SBS en de Crédit Suisse, inzake onder andere slapende rekeningen en gestolen goud.

Eizenstat bevestigde dat de Banque Nationale Suisse (BNS), die 70 procent van het van joden gestolen goud heeft behandeld, niet aan het akkoord deel heeft.

De uitvoerend directeur van het JWC, Elan Steinberg, toonde zich gisteren niettemin tevreden over het bereikte principe-akkoord. “Wij voelen aan Zwitserse zijde de wil om tot overeenstemming te komen”, zei hij. “Wij willen de teruggave van alle gestolen eigendommen. De principes zijn vastgesteld.”

Maar de voorzitter van het Israelisch Joods Agentschap (de semi-officiële immigratieorganisatie), Abraham Burg, meende dat het akkoord “niet beantwoordt aan de eisen van de beroofde personen”. Hij sprak van een “public relations campagne” van de zijde van de banken.

Burg zit samen met Bronfman het joodse comité voor dat is belast met onderhandelingen over deze kwestie. (AFP, AP, ANP)