Moord in Dokkum

Lezers die willen reageren op de inhoud van de boekenbijlage kunnen hun brief sturen aan: Redactie Boeken NRC Handelsblad Paleisstraat 1, 1012 RB Amsterdam

In de Boekenbijlage van 20 maart doet recensent Bastiaan Bommeljé een boekje open over de publicatie van de historici Beliën en Van Hoogstraten. De Nederlandse geschiedenis in een notendop. Deze recensie heeft een hoog Bonifatiusgehalte. Opnieuw krijgen enkele leden van de Tweede Kamer er van langs omdat ze Willem van Oranje bij Dokkum hebben laten vermoorden.

'Wat elke Nederlander van de vaderlandse geschiedenis moet weten', de ondertitel van het boekje, wordt als een spiegel voorgehouden. De moord op Bonifatius is daarbij meestal het stokpaardje bij uitstek. Ook Max Pam sluit zich hierbij aan in NRC Handelsblad van diezelfde datum in zijn bijdrage 'Berouw', waarin hij schrijft 'zoals wij allen weten heeft die moord op Bonifatius zich in 754 bij Dokkum voltrokken'. In de NRC wordt kennelijk voor ons gedacht. Het zou de krant met haar recensenten en andere medewerkers sieren historische zaken met een open mind tegemoet te treden. Bommeljé en de zijnen gaan volledig voorbij aan de vele publicaties van de Nederlander Albert Delahaye die ons op overtuigende wijze een totaal ander beeld voorschotelt dan het historisch gezwam in voornoemde notendop. De moord vond plaats aan het thuisfront in het stamland van de Fresones d.w.z. Frans-Vlaanderen. Delahaye, die in een Frans tijdschrift de 'Galileo Galilei van deze eeuw' wordt genoemd, mag kennelijk in eigen land niet vernoemd, laat staan vereerd worden. De heilige huisjes moeten ten koste van alles in stand worden gehouden. De 'overbekende' moord in Dokkum vormt de doodsteek voor de kennis van 'onze' vaderlandse geschiedenis. Dàt zou iedere Nederlander moeten weten. Kamerleden, er is nog hoop!