Lancée en verder

WAT IS ER toch aan de hand met de zaak-Lancée? De politiechef van Schiermonnikoog werd door een arrestatieteam van zijn bed gelicht in verband met een aanklacht wegens incest. Ten onrechte, zo blijkt achteraf. Alle aanleiding dus voor een amende honorable. Justitie blijkt daarbij volgens een uitgelekte brief te denken aan een bedrag van 79.000 gulden (inclusief de bedragen voor de mede getroffen gezinsleden). Van excuses geen woord.

“Er is een politiegedeelte en er is een justitiegedeelte”, zei minister Sorgdrager (Justitie) naar aanleiding van de recente berichten zuinigjes op de televisie. Dat is een tekenende uitspraak. Zij geldt niet alleen voor het als beledigend ervaren financiële aanbod van haar kant. De hele zaak-Lancée is een symptoom van verstoorde verhoudingen tussen politie en openbaar ministerie, zo blijkt uit het eerder uitgelekte rapport-Bakkenist. Deze spanningen blijken ook bij een zonder meer noodzakelijke schadeloosstelling nog op te spelen.

Het rapport-Bakkenist ontketende op zijn beurt een bestuurscrisis in het Groningse politiekorps en via de betrokkenheid van procureur-generaal Steenhuis en de val van “super-PG” Docters van Leeuwen een justitiële crisis tussen minister en openbaar ministerie, die zelfs de reorganisatie van het OM in gevaar dreigde te brengen. Deze week rondde Sorgdrager de behandeling van de reorganisatie in de Tweede Kamer alsnog met succes af.

DE CRISIS bleek zelfs een geluk bij een ongeluk. De functie van super-PG met de bijsmaak van 'onderminister' verdwijnt. De macht van het college van PG's wordt voorlopig uitgesmeerd over vijf in plaats van drie portefeuillehouders. Dat biedt wat meer mogelijkheden voor verschillende inzichten aan de top. Niet onbelangrijk voor een organisatie die zuinig moet zijn op zijn onpartijdige ('magistratelijke') inslag.

Sorgdrager heeft verder haar directe verantwoordelijkheid voor het OM overeindgehouden, tot en met de omstreden bevoegdheid strafvervolging in een concrete zaak te stoppen. Dat moet ze dan wel melden aan het parlement, maar dat oordeelt politiek en niet 'magistratelijk'. Dit is het eind van de spreekwoordelijke fluwelen handschoen waarmee de politiek van oudsher het OM aanpakt. Het kan niet anders dan dat dit de strafrechtspleging als geheel meer tot inzet van publieke controverses maakt.

De zaak-Lancée is een goede gelegenheid minister Sorgdrager aan haar zo stoutmoedig opgeëiste verantwoordelijkheid annex zeggenschap over het justitieel bedrijf te houden. Het laatste wat Sorgdrager daarover aan de Tweede Kamer te zeggen had, was dat het optreden van justitie en politie “niet onverantwoord was”. Dit betitelde zij als “een kritisch oordeel”. De Kamer nam genoegen met dit foezelige antwoord, hoewel de minister volmondig had erkend dat er sprake was geweest van “fouten en onvolkomenheden”. Nog afgezien van de “discrepantie tussen wat in eerste instantie en in tweede instantie aan haar was gemeld”. Intussen zijn er aanwijzingen opgedoken dat een officier van justitie ten onrechte een ontlastende verklaring uit het dossier heeft gehouden. Een doodzonde voor een magistraat, zou men zeggen.

ALLEEN AL om dit verwijt recht te zetten is een nader debat met de Tweede Kamer geboden. De vaste commissie voor Justitie heeft de zaak-Lancée echter doorgeschoven naar een meer algemeen 'bestuurlijk' overleg over de Groningse crisis. Maar het gáát in deze zaak om de justitie, die immers het gezag opeist over de opsporing.

De kwestie-Lancée heeft recht op een volwaardige afronding. Het toch al discutabele argument van het Kamerlid Dittrich dat Lancée de publiciteit heeft gezocht en daarmee de schade niet heeft beperkt, heeft - zeker na de jongste draai die de affaire heeft genomen - iedere geloofwaardigheid verloren om zijn partijgenote verder uit de wind te houden.