KINDEROPVANG; Afscheid van 'zwarte' oppas bevalt goed

De meeste werkende ouders improviseren kinderopvang bij familie, vrienden en buren. Een nieuwe, zij het dure mogelijkheid is de leidster-aan-huis.

UTRECHT, 27 MAART. Drie oppassen hebben de dochters Heijink tot nu toe versleten. De eerste, geworven via de krant, bleek na negen maanden manisch depressief. “Toen kon ze meteen vertrekken”, zegt moeder Louise (37), “maar ze heeft ons nog weken bedreigd.” De tweede, een via via-aanwinst, beviel goed maar verliet het gezin toen ze klaar was met de pedagogische academie en ging werken. De derde oppas bleef maar drie maanden en eind vorig jaar zat het gezin plotseling zonder. Toen deed Barbara ten Heuvel haar intrede, geen 'zwarte' oppas maar een leidster-aan-huis.

De leidster-aan-huis is een nieuwkomer op de markt voor kinderopvang. Drie jaar geleden introduceerde stichting Kindercentrum de Schaapskooi in Gouda haar: een oppas met een MBO-opleiding of met veel ervaring in verzorging, in dienst bij de stichting maar werkend aan huis. In Gouda bleek de vraag zo groot dat er inmiddels 35 leidsters werken. Ouders betalen 25 gulden per uur. Het initiatief vond navolging in Utrecht, waar de stichting Skobi sinds begin dit jaar drie leidsters in dienst heeft. Hier betalen ouders 27,50 gulden per uur (en 38,25 gulden op zaterdag na vijven en op zondag). De leidsters ontvangen een CAO-salaris. Sinds september vorig jaar heeft de Utrechtse vrouwenvakschool Alida de Jong ook een opleiding leidster-aan-huis die acht maanden duurt. De eerste elf leerlingen zwaaien binnenkort af.

“Eerlijk gezegd beschouw ik dit niet helemaal als werk”, bekent Barbara ten Heuvel (25), terwijl ze om half twaalf staat te wachten bij de deur van Alexandra's klas. “Het is gewoon leuk om te doen. Zoals laatst, heb ik hier een hele middag gezeten voor een playbackshow. Alexandra deed de Spice Girls.” Ten Heuvel heeft een middelbare beroepsopleiding gevolgd waarmee ze bejaarden-, kraam- of gezinshulp kon worden. Eerder werkte ze in een kinderdagverblijf en als 'zwarte' oppas. “Ik ben wel blij dat ik nu een organisatie achter me heb. Voor als er iets gebeurt, je weet nooit.”

Voorlopig is ze twee dagen per week van elf tot vijf in het gezin, en buiten die tijden als het nodig is. Eén dag heeft de vader, fulltime manager, zijn ouderschapsverlof. De resterende dagen neemt Louise het oppassen voor haar rekening, terwijl ze tussendoor werkt. Sinds oktober vorig jaar heeft ze een vertaalbureau aan huis dat voor het Europees Parlement documenten vertaalt.

Groep 2 gaat uit en Alexandra (5), met gekleurde vlechtjes in het haar, vliegt Barbara om de hals. Buiten staat Laura (8), die uit een ander deel van het gebouw komt, al bij haar fiets. Samen rijden ze naar de speelzaal van Nelleke (3), even verderop. Die komt aanrennen met paarse ogen, oranje wangen en een blauwe neus. “Wat mooi!”, roept Barbara. “En wat ben je nu eigenlijk?” “Prinses!” gilt Nelleke. Als ze op de fiets gehesen is, vertelt ze dat ze vannacht heeft gedroomd dat ze dood was. “Gekkie”, zegt Barbara. “En wat heb je nog meer gedroomd?” “Niets, alleen maar dat ik dood was.”

Tussen de middag is er weinig tijd, de twee oudsten moeten om één uur weer op school zijn. De kinderen blijven niet over, vooral Laura heeft daar een hekel aan. Nelleke houdt niet zo van de crèche en blijft 's middags altijd thuis. Wel moet ze om kwart voor één weer mee op de fiets om met Barbara haar zussen weg te brengen, en om kwart voor drie om ze weer op te halen. Louise luncht boven in haar kantoor, ze heeft het te druk om mee te eten. Barbara dekt de tafel en schaaft de kaas. “Mag ik nog een plakje”, zegt Nelleke. “Please.” Ze slurpt met haar schminkmond van de melk, die oranje kleurt.

Na het eten veegt ze met een bezem de kruimels van de grond en neemt meteen even de tafel mee. “Het is al negenveertig!”, waarschuwt Laura om elf voor één. Haar moeder komt met rode konen van de concentratie naar beneden om de kinderen uit te zwaaien. “Dag tutteltjes.” Op het laatste moment wil Alexandra twee gekleurde vlechtjes minder, want iemand heeft gezegd dat het raar was. Haar moeder neemt de tijd om de draadjes eruit te halen, terwijl ze uitlegt dat er altijd wel iemand is die iets raar vindt en dat je je daar eigenlijk niets van aan moet trekken.

Louise Heijink is tevreden over de leidster-aan-huis. “Financieel is het onvoordelig, maar dat heb ik er wel voor over. Het is heel vertrouwd, ik heb het idee dat ik het helemaal aan haar kan overlaten. En als zij ziek is wordt er iemand anders gestuurd.” Op de zwarte oppassen was ze zo langzamerhand uitgekeken. “Dan komen ze weer te laat, of ze komen opeens een keer niet opdagen. Dat geeft veel stress.” Hoe duur de nieuwe oppas precies wordt, is nog niet helemaal duidelijk. “Het is waarschijnlijk deels aftrekbaar.”

Voorzover bekend bestaat de leidster-aan-huis alleen nog maar in Gouda en Utrecht. In Arnhem is zij geflopt. Op het idee gebracht door Gouda, vond directeur A. Geurtz van kinderdagverblijf Olleke Bolleke in samenwerking met de gemeente negen bijstandsmoeders die na een korte opleiding graag het nieuwe beroep wilden uitoefenen. De prijs voor ouders zou 17,50 gulden per uur bedragen. Maar ondanks publiciteit in huis-aan-huisbladen en op de radio bleven de aanmeldingen van ouders uit. “Het grootste struikelblok bleek de prijs te zijn”, zegt Geurtz. “Het gat tussen het zwart laten doen en wit en verantwoord was kennelijk te groot.” Dat het initiatief in Gouda wel van de grond kwam, verklaart hij uit het kleine aanbod aan opvangplaatsen daar.

Als de oudste dochters weer op school zijn, haalt Barbara de strijkplank tevoorschijn. Ook licht huishoudelijk werk hoort tot haar taken. Terwijl ze strijkt leest Nelleke haar “nepverhaaltjes” voor en schenkt zichzelf het ene na het andere glas yoghurtdrank in. “Ze is in de fase dat ze wil laten zien dat ze alles zelf kan”, zegt Barbara. Even later zakt Nelleke onderuit met haar handen op haar buik. “Ik ben misselijk.” Maar al snel veert ze weer op. “Even aan mamma vertellen dat ik misselijk ben.” Ze opent de deur om naar boven te gaan. “Niet als ze aan de telefoon zit”, waarschuwt Barbara. Nelleke is al weg. “Ik zal eerst kloppen!”, roept ze vanaf de trap.