Kinderen die blijven somberen

Iedereen is wel eens depri. Bijvoorbeeld als je ruzie hebt, of als je niet uitgenodigd bent voor een feestje, of als je verloren hebt met voetballen, of als jullie kat is doodgereden, of als je liefste pony wordt afgemaakt. Meestal is je sombere stemming na een paar uur weer over, of na een paar dagen. Het kan ook erger zijn. Je kunt je een paar maanden bijna iedere dag rot voelen, omdat bijvoorbeeld je ouders bijna iedere dag ruzie hebben, of omdat ze gaan scheiden en je vader niet meer thuis komt.

Je bent depri als je het even niet meer ziet zitten. Het gaat dus over. Ook als je je een hele tijd vaak somber voelt, ben je tussendoor meestal nog wel vrolijk. Maar sommige kinderen worden bijna nooit meer opgewekt. Die blijven somber. Als dat maanden duurt zegt de dokter: “Dat kind is depressief, of lijdt aan dysthymie.” Dysthymie is nog niet zo erg als depressie, dan wil je echt niks meer, maar dysthymie kan wel jaren duren.

Depressie is het eerst ontdekt bij grote mensen. Een echte depri vindt zichzelf waardeloos. Hij vindt dat hij niks kan en dat hij nergens goed voor is. Hij vindt zichzelf gewoon een slecht mens. Hij denkt dat het allemaal zijn eigen schuld is en dat het nooit meer goed komt. Hij is helemaal hopeloos. Hij is steeds somber en is ook niet meer op te vrolijken. Als je een gekke bek naar hem trekt of een leuke mop vertelt gaat een depressieveling heus niet lachen. Misschien wordt hij zelfs wel kwaad. Maar meestal zegt een depressieveling weinig, ook niet als hem iets wordt gevraagd. Het liefst ligt hij maar zo'n beetje op de bank of in bed, maar slapen gaat ook niet echt. Hij wordt mager. Hij denkt dat het leven nooit meer beter kan worden en denkt vaak aan de dood, zelfs aan zelfmoord. Hij is rijp voor de psychiater. Die geeft hem dan pillen en gaat ernstig met hem praten. Over hoe hij zich voelt, over wat hij in het verleden heeft meegemaakt en over wat hij van zichzelf denkt. De psychiater probeert dan om zo iemand een beetje positiever over zichzelf te laten denken. Hij traint hem daar in. En soms gaat het dan beter.

Aan volwassen mensen zie je makkelijker dat ze depressief zijn dan aan kinderen. Want kun je je voorstellen dat je de hele dag blijft liggen? Of dat niemand je kan opvrolijken? En kun je als kind wel voelen dat niemand wat aan je heeft? Dat je nergens bij hoort? Dat je niks kunt? Soms zul je dat wel eens voelen, als je je door een vriendje of vriendinnetje of door je vader of je moeder in de steek gelaten voelt. Maar je laat je dan toch weer snel troosten.

Echt depressieve kinderen laten het soms niet merken. Ze zitten niet steeds te somberen, maar gaan vreemde dingen doen. Ondertussen groeien ze niet, slapen ze slecht en halen ze slechte cijfers op school. Ze worden snel kwaad, vechten snel, gaan op straat hangen en raken soms verslingerd en verslaafd aan gokken en peppillen. Ondertussen zijn ze zo depressief als een deur. Psychiaters noemen dat een gemaskeerde depressie. Dat is een depressie met een maskertje op, zodat hij er als een andere ziekte uit ziet. Dus als een groeiziekte, of als hyperactiviteit, of als gokverslaving.

Het is dus tamelijk moeilijk om te zien dat kinderen depressief zijn. Ze zijn het ook niet erg vaak, maar als ze depressief zijn, is het wel een ernstige ziekte. Soms is het zo erg dat ze een tijdje worden opgenomen in een psychiatrische inrichting. Meestal gaan depressieve kinderen in therapie. Het is vaak het best als dan het hele gezin gaat praten met de therapeut, want vaak is er iets mis tussen het kind en zijn ouders en broers en zusjes. Dus iedereen die in het huis woont van een kind dat depressief is moet eigenlijk les hebben in hoe ze met elkaar om moeten gaan.

Het is niet alleen moeilijk om te ontdekken dat een kind depressief is. Het is nog moeilijker om een depressie te genezen en nog veel lastiger om te ontdekken hoe het komt. Veel psychiaters zeggen dat depressief worden er al van de geboorte in zit, dat het erfelijk zou zijn. Maar andere dokters vinden dat kinderen pas depressief kunnen worden als ze het gevoel hebben dat nooit iemand ze begrijpt, of als ze zijn mishandeld of verwaarloosd, of als een van hun ouders dood is. Misschien is het een combinatie van beide, maar hoe het echt komt dat sommige kinderen zwaar depri worden, weet nog niemand.