Investering van vijftien miljoen gulden; Wijers wil met bv filmproductie steunen

AMSTERDAM, 27 MAART. Minister Wijers (Economische Zaken) is van plan een bedrag van vijftien miljoen gulden te reserveren als startkapitaal en bijdrage aan de productie van Nederlandse speelfilms.

In een brief aan de Tweede Kamer liet de bewindsman, samen met de staatssecretarissen Nuis (Cultuur) en Vermeend (Financiën), gisteren weten dat in de loop van dit jaar op initiatief van Economische Zaken een besloten vennootschap wordt opgericht onder de werktitel Film Investeerders Nederland (FINE B.V.). Het is de uitwerking van een van de in juni vorig jaar aangekondigde samenhangende maatregelen om vooral de productie van publiekgerichte films met commerciële potentie te stimuleren.

FINE B.V. moet gaan opereren als een risicodragende financiële instelling. Wijers acht het van belang dat de instelling niet waargenomen zal worden als een nieuw filmfonds van de overheid, maar als 'een structuur die als concentratiepunt zal optreden voor filmfinanciering'. Daarbij zal op non-exclusieve basis worden samengewerkt met iedere partij waarin financieel vertrouwen bestaat. Het gaat om de productie van films, waarvan de financiering gezien moet worden als 'normale en aantrekkelijke economische activiteit'.

FINE is bedoeld als katalysator voor de herstructurering van de filmsector in de komende jaren: “Belangrijk is daarbij dat het departement niet terechtkomt in de rol van een permanent onmisbare cofinancier van filmproducties.” In eerste instantie zal nauw worden samengewerkt met de stichting Nederlands Fonds voor de Film, die al sinds jaar en dag achtergestelde leningen verstrekt aan filmproducenten. Deze leningen hoeven alleen terugbetaald te worden als de film winst oplevert. Er wordt vanuit gegaan dat op den duur de druk op het budget voor productiebijdragen van het Filmfonds dankzij de nieuwe initiatieven af zal nemen, waardoor het fonds 'zich in toenemende mate zal kunnen richten op het ontwikkelen van het in Nederland aanwezige artistieke potentieel.'

Bij de opzet van de faciliteit is gekozen voor een internationaal perspectief: “Vestiging van buitenlandse productiemaatschappijen is niet alleen niet tegen te houden, maar heeft in principe ook een positief effect op de bedrijfstak,” zo menen de ondertekenaars van de brief aan de Kamer, die volgende week over het initiatief zal debatteren. Punt van discussie is daarbij vermoedelijk de verhouding tussen Nederlandse en internationale producties, en ook de omvang en aard van de door FINE te initiëren producties. In gesprekken met vertegenwoordigers van de Nederlandse filmproducenten bleken al verschillen van mening over 'soort en maat' van de beoogde films.

In een eerste reactie vraagt R. Rienstra, directeur van het Nederlands Fonds voor de Film zich af of de voorgestelde maatregelen voldoende zullen zijn om de noodzakelijke trendbreuk in de filmfinanciering te bewerkstelligen en wijst op de veel omvangrijker overheidsinvesteringen in bij voorbeeld Denemarken en de Duitse bondsstaat Noordrijn-Westfalen. Ook de broodnodige samenwerking met de publieke omroepen dreigt volgens Rienstra onder vuur te komen, als de Nederlandse publieke omroep gekortwiekt wordt door de regering.

De nieuwe investeringsfaciliteit wordt geflankeerd door enkele fiscale maatregelen. De eerder aangekondigde toepassing van de zogeheten Tante Agaath-regeling voor kleine investeerders op de filmproductie blijkt moeilijk te realiseren.

Wel wordt er een concept ministeriële regeling opgesteld voor de willekeurige afschrijving van de voortbrengingskosten voor bepaalde, door de minister van Economische Zaken aan te wijzen films. Het voor de belastingen op een moment naar keuze afschrijven van bepaalde kosten wordt door filminvesteerders als bijzonder gunstig ervaren. Tot de overige voorgestelde fiscale maatregelen ten gunste van bepaalde films behoren het recht op toepassing van investeringsaftrek. Ook wordt het mogelijk gemaakt dat participatie in filmproductie via een commanditaire vennootschap zal worden behandeld analoog aan de regeling voor de zeescheepvaart.