Het woord is steen geworden

Yi Munyol: De Dichter. Uit het Koreaans vertaald door Harry Sihan. Meulenhoff, 192 blz. Prijs ƒ 36,90

Woedend stormt een kroegloper een bar uit. In de deuropening draait hij zich om en schreeuwt: 'Tien jaar lang drink ik al op andermans kosten, maar in de toekomst moet ik meer kieskeurig zijn van wie ik iets aanneem. (...) Ik drink nog liever de pis van een rund dan dat ik mijn dorst les met de wijn van verraders en hun nageslacht.' De jongen die hem net een glas wijn aanbood, blijft beduusd achter. Hij heeft een lesje geleerd over eerlijkheid. Het is niet de eerste keer en zal ook niet de laatste zijn.

De jongen die stomgeslagen op zijn barkruk achterblijft, is de hoofdpersoon van de Koreaanse roman De Dichter van Yi Munyol (1948). In eigen land is Yi al lang een van de belangrijkste auteurs. In Frankrijk verschenen eerder bij Actes sud al vijf van zijn romans. Nu kan ook Nederland hem dan leren kennen.

'Het gesloten koninkrijk' werd Korea in de vorige eeuw genoemd en in literair opzicht lijkt het land soms nog steeds even ondoordringbaar. De Dichter is bij mijn weten de eerste Nederlandse vertaling van een moderne Koreaanse roman. Het boek is verpakt als een historische roman, maar heeft een tijdloos thema: hoe schrijvers en dichters omgaan met politiek. De grootvader van de jongen heeft zich als provinciaal gouverneur aangesloten bij rebellen en die schande blijft de familie achtervolgen. Na zijn executie dreigt de staat ook de vader en zoons te doden. Als kind moet de jongste zoon onderduiken; na de vroege dood van zijn vader lijdt hij armoe met de rest van het gezin. Officieel heeft de familie na jaren gratie gekregen, maar het sociale stigma een verradersfamilie te zijn, leidt tot een eindeloze serie verhuizingen. Vastbesloten de oude positie van zijn familie terug te winnen, neemt de zoon deel aan de staatsexamens. Om als eerste te eindigen, pleegt hij zelf verraad aan zijn familie: in een gedicht veroordeelt hij de acties van zijn eigen grootvader. In de kroeg, na zijn examen, verloochent hij zijn gedicht weer; het is die lafheid en misplaatste eerzucht waardoor de kroegloper vol walging zijn drank laat staan.

Zijn eerste dichtersdaad is er dus een van verraad en dat verraad wordt de dichter nagedragen. Loyaliteit aan de staat laat zich niet rijmen met trouw aan de familie. Dat besef is het begin van een nieuwe serie zwerftochten. De dichter verruilt de ene ambitie voor de andere. Hij wil volksdichter worden, dan rebellendichter, en mislukt als beide. Elke keer stelt hij zijn nieuwe kennissen maar vooral zichzelf teleur. Pas als hij hoogbejaard is, durft hij te begrijpen dat de poëzie de maat voor zijn leven moet zijn en niet andersom.

De dichter in deze roman is gemodelleerd naar de historische Kim Sakkat (1807-1863), 'Bamboehoed Kim', van wie zo'n 200 gedichten over zijn. Maar meer dan het beeld van de zwerver met de breedgerande hoed en het skelet van diens levensverhaal heeft Yi eigenlijk niet geleend. De hoed biedt bescherming: tegen de zon, maar ook tegen herkenning. Er is al eens op gewezen dat Yi Munyols eigen leven zekere parallellen vertoont met dat van de dichter uit zijn roman. Yi's vader was communist die tijdens de Koreaanse oorlog overliep naar het noorden. Net als de grootvader van de dichter die zich aan de verkeerde kant van de rebellen schaarde, was Yi's vader een man die voor de verkeerde politieke overtuiging koos. Hoe moeten de achtergebleven familieleden dat verraad uitleggen? De dichter haat zijn grootvader eerst, maar leert langzaamaan begrip op te brengen voor diens daad, vooral wanneer hij inziet hoe complex de motieven erachter zijn geweest.

Die persoonlijke verbintenis, die elke auteur met zijn romanstof heeft, weet Yi prachtig onder te brengen in een toon die beurtelings aftast en enthousiasmeert. Het ene moment is de roman schijnbaar oprecht in zijn aarzeling en weet Yi zich als historicus te vermommen. Even later wordt de pen gevoerd door een zelfverzekerde romanschrijver en krijgt de lezer laconieke conversaties en sobere maar scherpe portretten voorgeschoteld.

Uiteindelijk biedt de onthechte berusting de dichter heel letterlijk een oplossing. Iemand schreef het al: zelden is een romanpersonage mooier uit een boek verdwenen. Het contrast met het afgaan van toneel door de kroegloper uit zijn jeugd is enorm. Zonder grote gebaren, met een laatste blik achterom, stapt de dichter de deur uit en lost dan op in het landschap. 'Hij was een dichter, niet meer dan een dichter, met niets dat hem verbond aan deze wereld. (...) Hij was veranderd in een boom, in een steen, in een witte wilde roos, die in een scheur van een muur was gaan bloeien.'

Er bestaan meer romans over auteurs en de verantwoordelijkheden van het schrijverschap, maar er zijn maar weinig die zo onnadrukkelijk zo veel te zeggen hebben. Hopelijk krijgen we binnenkort meer van Yi Munyol te lezen.