Het afschudden van wetenschap; Debuutroman van Joke Hermsen

Joke J. Hermsen: Het dameoffer. De Arbeiderspers, 208 blz. ƒ 34,90

Wat moet een mooie jonge vrouw met zichzelf en met haar leven aanvangen zolang ze, zoals de arme Andromeda, vastgeketend zit op een rots, als straf om iets wat haar moeder heeft misdreven? In de mythe wordt het meisje, dat op het punt staat geofferd te worden aan een monster, bevrijd door de held Perseus, maar zo gemakkelijk lijkt Joke J. Hermsen (1961) het zichzelf niet te willen maken.

In haar debuutroman Het dameoffer bevindt de in de jaren zeventig geboren studente geneeskunde Det van Vliet zich bovenop een rots in Zuid-Frankrijk, in het zomerhuis van haar omgekomen ouders. Ze zit er vastgeketend aan haar verleden en om daarvan los te komen is de komst van Perseus niet voldoende. Om zelf iemand te worden zal ze zich psychisch moeten bevrijden van haar moeder die, zeker sinds haar dood, mythische proporties heeft aangenomen.

Andromeda moest gestraft worden omdat haar moeder Kassiopeia zich erop had laten voorstaan mooier te zijn dan de Nereiden, die zich vervolgens wilden wreken door de dochter als offer op te eisen. Det gelooft dat haar mooie, narcistische moeder eenzelfde spel heeft gespeeld met haar als inzet.

Het dameoffer is een overgeconstrueerde roman over een verstikkende moeder-dochter relatie waarin niets aan het toeval wordt overgelaten. Het verhaal is zwaar van symboliek die schools aandoet, maar wel functioneel is omdat eruit blijkt dat de hoofdpersoon haar emoties en gedachten slechts kan ordenen door in metaforen te denken.

Wat dat betreft verloochent de schrijfster, die als filosofe en letterkundige in 1993 promoveerde op Nomadisch Narcisme: Sekse, liefde en kunst in het werk van Lou Andreas-Salome, Belle van Zuylen en Ingeborg Bachmann zichzelf niet. Alles draait in de ogen van Det om de schuld van de moeder: de geslaagde historica, echtgenote en minnares, die nooit haar zwaktes heeft getoond en daarmee haar dochter de ogen heeft uitgestoken. Det verwijt haar moeder dat zij haar 'een zelfbeeld' onthouden heeft. Als ze in de spiegel kijkt ziet ze niets dan een zwart gat waarin ze verdwijnt, zonder zicht op zichzelf te krijgen.

Kort voordat Det, gekleed in een rode zomerjurk van haar moeder, verleid wordt door Perseus in de gedaante van een boerenknecht, overweegt ze nog even of de Oedipus-mythe niet òòk op haar van toepassing is. Het antwoord luidt bevestigend: ze 'vermoordt' namelijk haar moeder door het beeld dat ze van haar heeft eindelijk te vervangen door een zelfbeeld. Vervolgens bedrijft ze de liefde met een man die in theorie haar vader zou kunnen zijn omdat - zo heeft ze net ontdekt - haar moeder vlak voor ze zwanger werd minnaars had.

Had Hermsen het bij deze symbolische moedermoord gelaten dan was Het Dameoffer ondanks de voor een debuutroman fraaie, verzorgde stijl, niet uitgestegen boven de beschrijving van een omgekeerd Oedipus-complex. Maar het verhaal zit gecompliceerder in elkaar en kan op meer dan één niveau worden gelezen. Het gegoochel met Griekse mythes geeft inzicht in de schoolse manier van denken van de 25-jarige hoofdpersoon, waarin alles zijn historische, symbolische freudiaanse plaats heeft. Niet voor niets is ze opgevoed door een historica en een beeldend kunstenaar en probeert ze, behalve van haar moeder, los te komen van haar vriend die psychiater is.

Erg ver zou ze echter met de Perseus- en Oedipus-mythes niet zijn gekomen, als ze niet het manuscript had gevonden van de door haar moeder geschreven experimentele roman Kersentakken op sneeuw. In dat boek, geschreven vlak voor Dets geboorte in 1972, maakt de mythe plaats voor de werkelijkheid en treedt de moeder in al haar zwakte als mens naar voren. De geslaagde historica blijkt een onzekere eclectica, die met behulp van wisselende minnaars de relatie met haar echtgenoot boeiend probeert te houden en met angst en beven de geboorte van haar kind afwacht. In het manuscript valt herhaaldelijk de aan het schaakspel ontleende term 'dameoffer': het hoogste offer dat een speler kan brengen om te winnen. Wat het dame-offer van de moeder, Hannah genaamd, precies inhoudt wordt de dochter niet duidelijk.

Mij begon het pas te dagen aan het eind van het boek als Det liggend in een boomgaard onder een sneeuw van kersenbloesem met het beeld van haar moeder samenvalt. Hannah, zo blijkt uit het manuscript van haar roman, is als wetenschapster in conflict gekomen met de schrijfster Hannah. Als historica heeft zij haar kennis als een pakezel rondgesjouwd. Niemand had door dat ze in artikelen niet haar eigen woorden gebruikte, maar dat ze boekenkasten had leeggeroofd. Enerzijds is ze bang dat ze ooit als bedriegster ontmaskerd zal worden, tegelijkertijd wil ze haar val bespoedigen door in het geheim 'een ander schrijven' uit te proberen. Dat 'andere schrijven' beschouwt ze als een poging 'werkelijkheid te maken'.

Fictie, want om zulk schrijven is het Hannah te doen, wordt hier opgevat als het maken van nieuwe werkelijkheid en niet als realisme want, zegt ze, realisten gaan ervan uit dat de werkelijkheid om hen heen al bestaat, en beschrijven deze vervolgens zo nauwkeurig mogelijk. Dat betekent zoveel als een goede kopie maken van een slechte werkelijkheid. Maar, zo voegt Hannah hieraan toe, 'het is niet mijn bedoeling een verhandeling over poëtica te schrijven.'

Dit zinnetje beschouw ik als de sleutel van Hermsens roman en houdt tevens de zwakte ervan in. Want ondanks haar poëtische taalgebruik en haar bij tijd en wijle mooie beschrijvingen en beelden, is Het Dameoffer niet in de eerste plaats een roman, maar een feestelijk verpakte verhandeling over poëtica. Het verhaal van Det en Hannah is in wezen het verhaal van de geleerde vrouw die haar overtollige (wetenschappelijke) ballast probeert kwijt te raken om nieuwe werkelijkheden te kunnen creëren. Om schrijfster te worden, kortom.