Een groen tapijt zonder koeien

Nausicaa Marbe: Mândraga. Meulenhoff, 222 blz. ƒ 36,90

Nausicaa Marbe is de literaire wereld binnengetreden met twee verhalen: de roman Mândraga en haar levensverhaal, dat zij vertelde aan journalisten van kranten en televisie. Om de conclusie dat het ene verhaal iets te maken heeft met het andere te voorkomen, verklaarde ze in die interviews dat de roman geheel aan haar verbeelding is ontleend.

Haar verhaal acht zij niet slechts van persoonlijk belang, het gaat ons allemaal aan. Deze kwestie komt in verhulde vorm ook in het boek zelf voor, in een passage die beschrijft hoe de jonge vrouw Moira ('Ira') Arvanitidis voor het eerst het landgoed bezoekt dat eeuwenlang in het bezit van haar familie is geweest: 'Zover haar oog reikt, is er nu land. Vlak land. Hollands land, er is geen verschil. Omdat haar hand nu vies is, aarzelt ze of ze de camera tevoorschijn zal halen, besluit de foto's een andere keer te nemen. Is dat het? zullen ze in Nederland vragen. Een groen tapijt zonder koeien of schapen?'

Een landschap spreekt niet voor zichzelf, dat moet betekenis krijgen, worden uitgelegd aan anderen. Hetzelfde geldt voor al dan niet persoonlijke geschiedenissen: om daar literatuur van te maken moeten ze door middel van de taal en de verbeelding een betekenis met een algemene strekking krijgen.

Ira Arvanitidis is de hoofdpersoon, een Roemeense van Grieks-joodse ouders maar al jaren wonend in Amsterdam, die terugreist naar haar geboorteland omdat haar vader op sterven ligt. Dat is de aanleiding om de geschiedenis van haar familie en van haarzelf op te halen. In die geschiedenis speelt het landgoed Mândraga een belangrijke rol: het was eeuwenlang in het bezit van de bojarenfamilie Arvanitidis, totdat de grond in 1947 genationaliseerd werd, toen Roemenië een socialistische Volksrepubliek werd.

Ira wordt geconfronteerd met haar stervende vader, een schrijver die wegens de censuur nauwelijks heeft kunnen publiceren. Ze deelt het verdriet van haar moeder, een buiten de grenzen succesvolle kunstenares. Als ze met haar moeder het landgoed bezoekt, ontmoet ze de jonge directeur van de aldaar gevestigde 'landbouwcoöperatieve'. Ze raakt onder zijn bekoring, hoewel ze hem blijft wantrouwen. Die directeur is de enige dubbelzinnige figuur temidden van de andere, nogal vlakke personages. Dat is vooral zo omdat de verhoudingen van te voren al bepaald zijn: zowat alle personages zijn slachtoffers van het regime, hun drama ligt vooral in de vergeefse worsteling met de onpersoonlijke, bureaucratische macht.

De hoofdstukken vertellen afwisselend over de belevenissen van Ira in de tegenwoordige tijd, over haar kindertijd, en de lotgevallen van haar familie gedurende zo'n veertig jaar, de periode na het verlies van het landgoed. De steeds verspringende tijd geeft de roman een verbrokkeld karakter. Bovendien krijgen we van vrijwel ieder personage het levensverhaal, niet alleen van de ouders, Noëmi en Toto, maar ook van de vier grootouders en van enkele bijfiguren. Dat maakt het onnodig taai voor de lezer. De noodzaak van zoveel achtergrondinformatie is lang niet altijd duidelijk.

Wel bevat het boek overtuigende beschrijvingen van schrijnende en absurde voorvallen. Zoals de passage over de grootvader, die net als vele van zijn vrienden op een dag thuis wordt opgehaald door 'mannen in zwartleren jassen' en terugkeert in een dichtgespijkerde kist, met de mededeling 'in de cel in zijn slaap overleden'. In andere gevallen worden daarentegen allerlei emoties wel genoemd ('Terwijl ze aan de grond genageld staat, voelt ze een kwaadheid oplaaien als vuur. Midden in de kamer brandt Ira van woede, vervloekt ze de regering die geen grond of huizen teruggeeft'), maar nauwelijks overgebracht. Zulke grote emoties lijken misschien bruikbaar materiaal omdat ze persoonlijk doorleefd werden, maar laten de lezer onverschillig.