Documentaire fotografie; Kunst in galeries

Boris Becker, t/m 18 april in Aschenbach Galerie, Bilderdijkstraat 165c, Amsterdam. Wo t/m za 13-18 uur; Edwin Zwakman, t/m 22 april in Galerie Akinci, Lijnbaansgracht 317, Amsterdam. Di t/m za 13-18 uur; Thomas Struth, t/m 15 april in Galerie Paul Andriesse, Prinsengracht 116, Amsterdam. Di t/m vr 11-18 uur, za 14-18 uur; 'Urban Space', t/m 10 april in het Berlage Instituut, Marnixstraat 317, Amsterdam. Ma t/m vr 9-17 uur.

Het fotografen-echtpaar Bernd en Hilla Becher drukt al tientallen jaren een duidelijke stempel op de hedendaagse fotografie in Duitsland. Sinds het eind van de jaren vijftig brengt het tweetal op systematische wijze het industrieel erfgoed van Europa in beeld in duizenden sobere zwart-witfoto's van watertorens, graansilo's, oliepompen en fabrieken. Als docent aan de kunstacademie in Düsseldorf heeft Bernd Becher bovendien een hele nieuwe generatie fotografen beïnvloed. Leerlingen als Thomas Ruff, Andreas Gursky, Candida Höfer en Thomas Struth opereren inmiddels zeer succesvol binnen de kunstwereld met hun documentaire, zakelijke fotografie.

In Galerie Aschenbach is momenteel een expositie te zien van een jongere en minder bekende Becher-leerling die in 1990 in Düsseldorf afstudeerde. Boris Becker (1961) fotografeert net als Struth en Ruff grauwe huizenblokken en troosteloze betonnen flats die je in de buitenwijken van iedere stad kunt tegenkomen. De gebouwen zijn frontaal gefotografeerd en steken haarscherp af tegen de grijze lucht. Het is alsof de avondklok is ingesteld, of alsof zich net een atoomoorlog heeft voltrokken, want elk teken van leven ontbreekt. Alleen een enkel achtergebleven winkelwagentje of een verkeersbord duidt in deze spooksteden op menselijke aanwezigheid.

Je zou denken dat dit soort sombere foto's van gebouwen dodelijk saai zijn om naar te kijken, maar niets is minder waar. Door het monumentale formaat en de ongelofelijke scherpte van de kleurenfoto's zijn allerlei spannende details zichtbaar. Het betonnen skelet van een in aanbouw zijnde torenflat in Krakau blijkt bij nadere beschouwing ondergespoten te zijn met grafitti. Waarschijnlijk was het geld halverwege de bouw op en is het geraamte van de flat nu een toevluchtsoord voor verveelde jongeren uit de buurt. De heipalen die even verderop in het stuk niemandsland als grafzerken uit de grond steken, zijn overwoekerd met onkruid. Niets wijst erop dat de gebouwen ooit nog zullen worden afgebouwd.

Van Thomas Struth (1954), die eind jaren zeventig bij Becher afstudeerde, zijn drie foto's bij Paul Andriesse te zien. Na jarenlang over de hele wereld desolate straten te hebben gefotografeerd, houdt Struth zich nu onder meer bezig met het portretteren van families. Op het eerste gezicht zijn deze foto's minder sober en afstandelijk dan zijn architectuurfoto's, maar ook in zijn nieuwere werk is de invloed van de Bechers onmiskenbaar aanwezig. Systematisch fotografeert Struth de families die hij tijdens zijn reizen ontmoet. Stijfjes poseren ze in hun woonkamers, serieus in de lens van de camera kijkend. Het zijn onpersoonlijke portretten, waarbij de personen louter als onderwerp voor Struths fotografische onderzoek dienen, zoals de watertorens in de foto's van de Bechers.

Niet alleen in Duitsland, maar ook in Nederland kan deze documentaire, haast conceptuele vorm van fotografie op veel belangstelling rekenen. Zo maakt Rineke Dijkstra al jarenlang consequent portretten van verschillende typen mensen (gabbers, moeders, tieners) en legt Gerco de Ruyter met zijn luchtfoto's als in een encyclopedisch overzicht steeds kleine stukjes van het Nederlandse landschap vast.

De tentoonstelling 'Urban Space' in het Berlage Instituut te Amsterdam toont het werk van een tiental fotografen waarin het verstedelijkte landschap centraal staat. Ook hier valt de seriematige manier van werken op. Zo maakte Nico Bick een serie foto's van tankstations langs snelwegen in Europa. Net als Bernd en Hilla Becher neemt hij in elke foto hetzelfde standpunt in ten opzichte van het object en is het licht in vrijwel iedere foto identiek. De tankstations zijn uitgezocht op vormovereenkomsten en vormen zo typologieën van een specifiek soort architectuur die wereldwijd hetzelfde is. Onbewust ga je zoeken naar verschillen en overeenkomsten, naar aanwijzingen die duidelijkheid kunnen geven over de plek waar de foto's gemaakt zijn. Maar alleen de benzineprijzen en de nummerborden van de auto's lichten een tipje van de sluier op.

Je moet dit soort foto's eigenlijk niet op hun esthetische kwaliteiten beoordelen, want de composities zijn eenvoudig, de onderwerpen saai en de kleuren flets. Als individuele foto's hebben ze geen enkele waarde, maar gepresenteerd in een serie krijgen ze wel degelijk betekenis. De foto's vormen het verslag van een fotografisch onderzoek, met het zo exact mogelijk in beeld brengen van een specifiek onderwerp als doel. Bicks werk sluit daarmee aan bij de traditie van de Nieuwe Zakelijkheid, met fotografen als Albert Renger-Patzsch en August Sander als grondleggers.

De grote landschapsfoto's en stadsgezichten van de Nederlander Edwin Zwakman (1969), te zien bij Galerie Akinci, lijken in eerste instantie ook te passen binnen de documentaire traditie in de fotografie. Zijn foto's tonen rijtjeshuizen in aanbouw, verkeersknooppunten vanuit de lucht gezien en sfeervolle vergezichten langs de kust. Maar wanneer je langer naar de foto's kijkt, blijken er dingen niet te kloppen. Een snelweg mondt uit in zee en afritten bevinden zich aan de verkeerde kant van de weg. Hoe realistisch de foto's ook lijken, ze zijn volledig in scène gezet. Zwakman bouwde de landschappen na in zijn atelier, met watten als stapelwolken, opgestapelde cassettebandjes als flatgebouwen en fly-overs van karton.

Alhoewel zijn foto's de spontaniteit uitstralen van snel genomen snapshots, werkt Zwakman in werkelijkheid maandenlang aan zijn maquettes. Tot in de kleinste details construeert hij zijn landschappen, zoals ook de planologen het Nederlandse landschap volledig hebben ingericht. Je weet dat het om nagemaakte situaties gaat, omdat de verhoudingen en het perspectief niet kloppen, maar toch geloof je in de objectiviteit van het medium fotografie en bekijk je de foto's als registraties van de werkelijkheid, zoals je ook de kartonnen decors in een televisiesoap voor echt aanziet.

Met zijn nagemaakte rijtjeshuizen heeft Zwakman de benauwende sfeer in pas uit de grond gestampte nieuwbouwwijken treffend weten te verbeelden. Net als in Alex van Warmerdams film De Noorderlingen ligt de straat middenin de polder er verlaten bij, maar achter al die identieke ramen spelen zich ongetwijfeld de meest vreselijke dingen af.