De Oscar is ook een beetje voor het fonds; Tien jaar fonds voor culturele omroepproducties

Het is bijna onmogelijk geworden iets moois voor de televisie te maken zonder steun van het Stimuleringsfonds voor Bijzondere Culturele Omroepproducties, dat tien jaar geleden onder veel kritiek van start ging. Zou de Nederlandse televisie er zonder fonds anders uit gezien hebben?

De ene omroep reageerde minder opstandig dan de ander, maar gepikeerd waren ze allemaal. Het besluit van minister Brinkman, in 1988, om een deel van de STER-opbrengsten voortaan te bestemmen voor subsidiëring van bijzondere - en liefst culturele - programma's, trof hen als een onaangename aantasting van hun autonomie. Voordien was de hele pot met reclamegeld altijd ongeclausuleerd naar Hilversum gestuurd, maar nu konden ze pas voor het ontbrekende deel in aanmerking komen als ze een plan voor iets moois indienden. Ze voelden zich bevoogd, en spraken schamper over een sigaar uit eigen doos.

De afgelopen dagen heeft het Stimuleringsfonds voor Bijzondere Culturele Omroepproducties zijn tienjarig bestaan gevierd. De kritiek bestaat nog steeds, maar inmiddels kan het fonds wel bogen op een imposante lijst van dramaseries, ballet- en muziekprogramma's, documentaires, kinderuitzendingen en radioprodukties die met zijn steun tot stand kwamen. Vrijwel alles wat de afgelopen tien jaar ook maar enigszins boven de middelmaat uitstak, is gesubsidieerd. Tot en met de dinsdagnacht met een Oscar bekroonde film Karakter, die mede onder auspiciën van de NPS is gemaakt en daarom door het Stimuleringsfonds kon worden beschouwd als een subsidiabele televisieproductie. Net als, drie jaar eerder, de Oscar-winnaar Antonia.

Al die projecten kwamen onder ogen van wisselende groepjes uit de meer dan zeventig 'externe adviseurs' die het Stimuleringsfonds ten dienste staan. Onder hen bevinden zich de schrijvers Marion Bloem, Mies Bouhuys, Nicolaas Matsier, Wanda Reisel en Willem van Toorn, de regisseurs Annette Apon, Rudolf van den Berg en Pieter Verhoeff, de journalisten Rinus Ferdinandusse en Ingrid Harms en uiteenlopende cultuurfunctionarissen als Stefan Felsenthal (ex-NOS), Piet Meerburg (bioscoop-exploitant) en Jan Wolff (De IJsbreker). De eerste voorzitter van het fonds was Jan Kassies; na diens dood trad de historicus Jan Bank aan.

En zou de Nederlandse televisie er nu, zonder het fonds, heel anders uitzien? Ik vrees van wel, want het besluit van Brinkman kwam niet uit de lucht vallen. Tien jaar geleden was in het programma-aanbod onmiskenbaar sprake van kaalslag. Nog maar zelden zag men op de twee Nederlandse zenders van toen dramaseries met filmische kwaliteiten, documentaires die zichtbaar geld en moeite hadden gekost, of kinderprogramma's van hoge kwaliteit. Niet voor niets kreeg het nieuwe instituut de naam Stimuleringsfonds; er moest hoog nodig van alles gestimuleerd worden.

Maar wat was er dan gebeurd? Voordien was het heel normaal dat elke omroep programmamakers in dienst had, die volop de ruimte kregen programma's naar hun eigen smaak te maken. Zo produceerde Henk de By in de jaren zestig bij de VARA een groot aantal zorgvuldige schrijversportretten en zo bewerkte Walter van der Kamp bij de AVRO klassieke romans (waaronder Karakter) tot gewaardeerd tv-drama. Misschien zou bij herzien blijken dat hun werk de tand des tijds niet heeft doorstaan, maar destijds stonden zij - en vele anderen - garant voor waardevolle programma's. Daar was geen subsidie voor nodig, dat betaalden hun omroepen zelf.

Het grote publiek

De grote verandering kwam met de opkomst van het kijkcijferonderzoek, de introductie van STER-reclame en de entree van omroepen als TROS en Veronica die hun programma-aanbod ondergeschikt maakten aan marketing-principes. Het is allemaal niet zo abrupt gegaan als de voorgaande zin suggereert, maar het eind van het liedje was dat steeds meer programmamakers zich gedwongen zagen voor doelgroepen te werken. Hun eigen smaak was niet meer van belang; ze richtten zich op de vermeende smaak van een zo groot mogelijk publiek. “Ik maak het niet voor mezelf, maar voor de kijkers,” luidde nu het parool. Dat klinkt democratisch, maar het voordien zo veelkleurige programma-aanbod werd er wel buitengewoon eenzijdig van.

Nu heeft de Nederlandse televisie ongetwijfeld weer veel meer te bieden dan tien jaar geleden. Eén goede dramaserie en één mooie documentaire per week op zijn minst, en meestal meer. “Negentig procent van het aanbod is tinnef, tien procent is goed tot zeer goed,” schrijft tv-recensent Frits Abrahams in de deze week verschenen jubileumbundel Het scherm der verbeelding. “Ik praat die tinnef niet goed, ik pleit er alleen voor dat we onze ogen niet sluiten voor de kwaliteit van de rest.”

Die verbetering is grotendeels veroorzaakt door Brinkmans sigaar uit eigen doos (nu ter waarde van 31 miljoen gulden). Grotendeels, maar niet helemaal. Wat ook meehielp, is de intussen sterk gegroeide aantrekkingskracht die de televisie uitoefent op nieuw filmtalent. “Het zal wel niet aardig van me zijn tegenover de VPRO,” zei de cineast Frans Weisz in 1990, toen hij voor die omroep een tv-serie maakte naar Bij nader inzien van J.J. Voskuil, “maar ik maak liever een film voor vijf blinden in een bioscoop dan voor vijf miljoen mensen in hun huiskamers. Ik heb een spookbeeld voor ogen van mensen die er doorheen praten en maar met een half oog kijken.” Naarmate de Nederlandse film minder mensen naar de bioscoop trok en de financiering steeds moeizamer werd, is dat spookbeeld echter verdwenen. Een jongere regisseur als Mike van Diem, de maker van Karakter, werd allang niet meer door zijn vrienden en collega's geminacht toen hij eerst een paar afleveringen van Pleidooi regisseerde. Al zijn vrienden en collega's werkten immers óók voor de televisie. En zelfs Frans Weisz, van wie de VPRO vanaf 5 april de serie Het jaar van de opvolging vertoont, kijkt er niet meer op neer.

Ontwapenend

De kritiek op het Stimuleringsfonds geldt nu, net als bij iedere andere subsidie-instelling, vooral de beoordeling van de aanvragen. Zonder enige moeite kunnen bij elke omroep verontwaardige verhalen worden verzameld over de afwijzing van de prachtigste plannen. Soms lijkt die verontwaardiging terecht te zijn, want niet elke procedure verloopt vlekkeloos en de schijn van tegenstrijdige uitspraken is niet steeds te voorkomen. Het gaat nu eenmaal altijd over papieren voornemens, die verschillend kunnen worden beoordeeld. Bepaald ontwapenend, maar ook nogal onbeholpen is bijvoorbeeld een passage in het jongste jaarverslag over een succesvolle bezwaarprocedure na de aanvankelijke afwijzing van het NPS-comedy-project 101 jaar cinema: “De mondelinge toelichting heeft het bestuur ervan overtuigd dat de schrijver/regisseur precies wist wat hem voor ogen staat en dat het script anders gelezen was dan de bedoeling was”. Pas als het wordt uitgezonden, weten we of het fonds terecht door de knieën is gegaan.

Het lijkt intern gesteggel, en dat is het vaak ook, maar het heeft directe gevolgen voor hetgeen op de televisie wordt vertoond. De praktijk leert immers dat het bijna onmogelijk is geworden bij de televisie nog iets moois te maken zonder subsidie van het Stimuleringsfonds. Omdat in de jaarverslagen ook openhartig melding wordt gemaakt van alle geweigerde verzoeken, is eenvoudig vast te stellen dat een door het fonds afgewezen programmavoorstel zelden alsnog wordt gemaakt en uitgezonden. Eén van de weinige uitzonderingen betreft de dramaserie Pleidooi, die veel minder subsidie kreeg dan was aangevraagd en desondanks - onder meer door sponsoring en door extra lange dagen voor alle betrokkenen - kon worden geproduceerd. Ook de fraaie tv-registratie van het omstreden toneelstuk Emily kwam, ondanks een afgewezen subsidieverzoek, toch tot stand.

Maar veel andere overtuigende voorbeelden zijn er niet. Tenzij men ook Una voce particulare, de opera- en operettetalentenjacht van Ernst Daniël Smid bij de TROS, als zodanig zou beschouwen: blijkens het jaarverslag werd de subsidie-aanvraag afgewezen (“niet van hoogwaardig artistiek gehalte”), maar niettemin wordt vanavond alweer de vijfde aflevering uitgezonden. Wie liever iets anders ziet, had de afgelopen dagen onder meer de keuze uit programma's als De dans om de kast, Bitter is de verbanning en Ulay in photography, allemaal gesubsidieerd.