De foto's van Jevgeni Chaldej; Een held van zijn tijd

Yevgeny Khaldei: Witness to history. The photographs of Yevgeny Caldej. Biographical essay by Alexander and Alice Nakhimovsky. Aperture, 95 blz. ƒ 94,-

Het beeld van deze eeuw is door een handvol fotografen gevangen. Door Robert Capa, Henri Cartier Bresson en Philip Jones Griffiths bijvoorbeeld. En door Jevgeni Chaldej, zoals zijn naam in het Nederlands wordt gespeld. Wie kent niet het beeld van de sovjet-soldaat die 2 mei 1945 op het dak van de Rijksdag in Berlijn een rode hamer-en-sikkel-vlag plant? Het is bovendien geen toevalstreffer, het is de tussentijdse apotheose van een klein maar indrukwekkend oeuvre.

Het fotoboek Witness to history illustreert dit zonder opgelegd pandoer. Voor wie om een hoekje kan en wil denken, rijst een beeld op van Jevgeni Chaldej (1917-1997) als een kind van het twintigste eeuwse communisme: als winnaar en verliezer tegelijkertijd, zoals alleen in Rusland mogelijk was, als intellectueel èn arbeider, kosmopoliet en patriot, dader en slachtoffer.

Jevgeni Chaldej komt uit een artistiek gezin. Zijn vader is musicus, zijn opa kent de jiddische literatuur op zijn duimpje. Nog geen jaar na zijn geboorte in Joezovka, de mijnstad in de Donbass die in de jaren dertig Stalino en nog weer later Donetsk zou gaan heten, verliest hij zijn moeder. Ze wordt vermoord bij een van de antisemitische pogroms die na de bolsjewistische machtsovername de burgeroorlog vergezellen.

Later moet Chaldej zijn school verlaten als Stalins collectivisatiecampagne de Oekraïne in ontreddering achterlaat. De jonge Chaldej gaat voor een bonkaart á 800 gram brood in een fabriek van de spoorwegen werken. Hij maakt er zijn eerste camera: van bordkarton en de bril van zijn oma. Door geld te sparen op een rekening van de bank krijgt hij later als premie (de sovjet-autoriteiten dachten zo de ouwe sok te bestrijden) zijn eerste echte toestel, dat hij later zal vervangen door de sovjet-Leica FED (naar de initialen van Tsjeka-stichter Feliks Edmoendovitsj Dzerzjinski).

Zijn werk spoort in die jaren keurig met de officiële lijn. Sotsart is de koers: vastberaden en vrolijke arbeiders temidden van de zware industrie, zij het zo gecomponeerd dat de meesterhand niet onopgemerkt kan blijven. Relatief ongeschonden doorstaat hij de 'rode terreur' eind jaren dertig en de oorlogen waarmee de Sovjet-Unie het 'duivelse' Molotov/Ribbentrop-pact van 1939 effectueert. Wat Chaldej ziet, bijvoorbeeld aan misdadigheid van de geheime dienst NKVD, fotografeert hij niet. Hij onthoudt het slechts.

De komst van de nazi's in Stalino in oktober 1941 heeft een veel dramatischer gevolg. Zijn hele familie wordt vermoord, de lijken in een mijnschacht gedumpt. Tegen deze achtergrond is zijn keuze voor communistische partij en Rode Leger eenvoudig, hetgeen in onze tijd van historiografische reflectie nog wel eens over het hoofd wordt gezien. Sterker, als oorlogsfotograaf in dienst van het officiële persbureau Tass heeft hij vanaf 1941 een relatief autonome positie. Met de benodigde documenten op zak kan hij nu zelf zijn marsroute bepalen.

Ook in de Sovjet-Unie betekent de oorlog voor sommigen niet minder maar juist meer vrijheid. Zijn foto's zijn in deze periode weliswaar moederland-getrouw maar niet conform het 'socialistisch realisme'. Chaldej, inmiddels uitgerust met een echte Leica, trekt van front naar front. Zijn beelden zijn soms dramatisch, dan weer propagandistisch of ontspannen, en altijd zorgvuldig gekadreerd. Chaldej is erbij. In Moermansk, in het uiterste Noorden, en in Sebastopol, op het zuidelijke puntje van de Krim.

Moederland

En hij gaat mee met het Oekraïense front totdat ook hij uiteindelijk in april 1945 de Duitse hoofdstad Berlijn nadert. Chaldej voorziet een symbolisch moment. Hij heeft bovendien de foto gezien die Joe Rosenthal had gemaakt van Amerikaanse mariniers met de stars and stripes op het, op Japan veroverde, eiland Iwo Jima. Per vliegtuig laat Chaldej zich naar Moskou terugvliegen. Zijn vriend en kleermaker Kisjitser maakt van tafellakens drie rode sovjet-vlaggen voor Chaldej. Daarmee op zak keert hij terug naar Berlijn.

De eerste vlag geeft hij aan sovjet-soldaten op vliegveld Tempelhof, de tweede aan jongens bij de Brandenburger Tor. Op het dak van de Rijksdag neemt hij vervolgens met zijn laatste vlag en soldaat Aljosja Kovaljov dé foto. 'Dat had Hitler niet gedacht: dat een tafelkleed van een joodse kleermaker nog eens bovenop de Rijksdag zou wapperen om te worden vereeuwigd door een joodse fotograaf', aldus Chaldej drie jaar geleden in een biografisch interview met NRC Handelsblad.

Maar zo simpel blijkt het toch niet. Twee problemen dienen zich in eerste instantie aan. Allereerst moet soldaat Kovaljov uit de boekjes worden geschreven. Hij is een Oekraïener uit Kiev. Het Kremlin heeft liever een Rus (Jegorov) en een Georgiër (Kantarija) als helden die gelauwerd kunnen worden. Vervolgens moet de foto geretoucheerd worden. De man die de vlaggendrager op het dak vasthoudt, draagt om beide polsen een horloge. En dat wijst op plunderactiviteit.

Dat weerhoudt Chaldej er niet van om bijvoorbeeld de overwinnaars-parade op het Rode Plein in Moskou, de topconferentie in Potsdam en het geallieerde tribunaal in Neurenberg te fotograferen. Zijn foto's van maarschalk Georgi Zjoekov bijvoorbeeld illustreren de status die de krijgsmacht in Rusland geniet. Zijn beelden van bijvoorbeeld Stalin en Göring, die tijdens het proces door een Amerikaanse MP werd weggeknuppeld toen hij Chaldej in de kantine wilde aanvliegen, raken de kern van de anti-fascistische coalitie en de daarin opgesloten breuk.

Als die breuk zich aandient, duikt een derde probleem op en is het met Chaldej gedaan. In 1948 is de door partij-ideoloog Zjdanov aangewakkerde en door Stalin verder ontketende campagne tegen het 'kosmopolitisme' in volle gang. Van het ene op het andere moment verliest Chaldej zijn betrekkelijke vrijheid. Hij wordt door Tass ontslagen. Robert Capa probeert nog met hem in contact te komen. Chaldej ontwikkelt zelfs zijn filmpjes voor diens vertrek uit Moskou.

Anti-semitisme

Maar het helpt allemaal niet. Integendeel. De verwarring straalt van de foto's af die hij in deze periode maakt: portretten van onder andere Anna Achmatova, Mstislav Rostropovitsj en Dmitri Sjostakovitsj. Pas in 1959, drie jaar na de befaamde rede van Chroesjtsjov, krijgt hij weer een baantje, dit keer bij het partij-orgaan Pravda. Maar in 1976, ten tijde van een door het Brezjnev-bewind geregisseerde anti-semitische golf, zal hij deze betrekking weer verliezen. Arm en eenzaam overlijdt Chaldej, vol spijt over zijn loyaliteit jegens de communistische partij, in oktober 1997.

Witness to history maakt duidelijk waarom. Uit elke pagina stijgt de paradox op. De geschiedenis wordt geschreven door de winnaars, zo wil het cliché. Maar in Rusland zijn de winnaars van vandaag niet zelden de verliezers van morgen. Niet toevallig eindigen de photographs of Yevgeny Khaldei met een portret van maarschalk Zjoekov, de man die Stalin én Chroesjtsjov redde maar desondanks werd uitgerangeerd. In zijn datsja kijkt Zjoekov naar de foto's van Chaldej. Zijn blik is nostalgisch, maar niet tevreden.

    • Hubert Smeets