De Boekenweek van Arnon Grunberg; “Dat lijkt maar zo” zei ik, “dat lijkt maar zo”

“Toen ik een kwartier voor aanvang van het boekenbal ergens in de schouwburg met Geert Mak wat beleefde woorden uitwisselde, drong minister Ritzen zich plotseling aan ons op. Zonder een poging zich voor te stellen begon hij tegen Geert Mak te spreken.” Arnon Grunberg doet verslag van tien dagen Boekenweek.

AMSTERDAM/LEIDEN/DELFT/ APELDOORN /WAGENINGEN/DEVENTER/ZWOLE/BUSSUM/HARDERWIJK/ROTTERDAM/ZOETERMEER /EINDHOVEN/OOSTERHOUT/BREDA/ MIDDELBURG/HAARLEM/MEPPEL/ASSEN/ GRONINGEN/DRACHTEN/JORWERD/ AMSTERDAM. De chauffeur spaarde voor een Porsche. Hij kon een Porsche herkennen aan het geluid van de motor. Al de eerste dag, tijdens een dinertje in het huis van een boekhandelaar in Delft, was hij plotseling naar het raam gestoven. “Daar gaat er een”, zei hij. We gingen allemaal voor het raam staan. Toen zagen we de Porsche. Het was een blauwe. Mensen die hun Porsche gebruikten om wat boodschappen mee te doen, die kon hij wel de hersens inslaan. Zijn naam is Chris.

Hij had Arnold Schwarzenegger rondgereden, een zanger van U2, de directeur van de ING-groep in een gepantserde BMW. Ik bevond mij in goed gezelschap. Al was mijn auto dan niet gepantserd, en ook een politie-escorte viel mij niet ten deel.

Chris had nog nooit een boek gelezen. Ik heb hem aangeraden dat zo te houden.

Hij at alleen patat en dronk alleen cola. Het liefst bezocht hij pretparken en kermissen, hoewel hij de laatste jaren wat voorzichtiger was geworden met botsautootjes. Een keer zei hij: “Jij houdt wel van hele andere dingen dan ik.”

“Dat lijkt maar zo”, zei ik, “dat lijkt maar zo.”

Een bibliothecaris uit Zwolle heeft geprobeerd hem een groentetaartje aan te smeren. Ik zag hem wit wegtrekken, daarom zei ik: “Chris, als jij een bord patat wil bestellen, dan bestel je gewoon een bord patat.”

In het begin klaagde hij veel over buikpijn. Maar dat kwam van de stress. “Ja”, zei hij, “die popsterren moeten om vijf uur ergens zijn, en om half vijf willen ze opeens nog uitgebreid eten. Maar het is wel mijn verantwoordelijkheid ze op tijd af te leveren. Maar als ze zeggen 'we gaan nu naar een restaurant', dan moet ik ze daarheen brengen. Dan zit ik me wel van binnen op te eten. Met de zanger van U2 heb ik zelfs een keer een politie-escorte moeten afschudden, omdat hij plotseling trek kreeg.”

Ik zei dat ik niet zo'n hongerig type was.

Vele bibliothecarissen en boekhandelaren schijnen aan Chris gevraagd te hebben: “Is het een beetje een aardige jongen of is het een etterbakje?”

Hij stelde me gerust. “Hetzelfde hebben ze me ook gevraagd over Arnold Schwarzenegger.”

Als een schrijver dezelfde vragen oproept die Arnold Schwarzenegger schijnt te hebben opgeroepen, wat kan hij dan nog meer wensen?

“Ja”, zei Chris, “en weet je, Schwarzenegger is niet veel groter dan jij. Hij lijkt zo groot, omdat ze allemaal kleine mannetjes om hem heen casten.”

En ook dit klink mij feestelijk in de oren.

Tien dagen ben ik met Chris door Nederland getrokken. Van Leiden, via Middelburg en Drachten naar Jorwerd. Hoewel Chris principieel geen kranten leest (behalve een tijdschrift waarin advertenties staan voor tweedehands Porsches) wil ik dit stuk aan hem opdragen. Omdat we hebben afgesproken dat, als ik ooit nog echt eens heel rijk word, hij mijn vaste chauffeur wordt en hij me dan zal uitleggen wat het genot is van het rijden in een Porsche.

“Als het om genot gaat”, zei ik, “ben je nooit uitgeleerd.”

En toen ik vanochtend wakker werd, was het eerste wat ik dacht, in het fotoalbum van Chris hang ik naast Arnold Schwarzenegger. En misschien zal ik binnenkort ook op andere plaatsen naast Arnold Schwarzenegger komen te hangen.

Het vliegtuig uit Sydney landde een kwartier te vroeg. Per fax was mij medegedeeld dat een mevrouw van het radio 1-journaal aan het eind van de slurf op mij zou staan te wachten. Wie er ook op mij stond te wachten aan het eind van de slurf, geen mevrouw van het radio 1-journaal. Behulpzaam KLM-personeel vertelde mij dat het waarschijnlijk om een vergissing ging. Een Zweedse diplomaat die naast mij had gezeten en op het traject Sydney-Singapore het diplomatenleven had bezongen, schudde mij de hand. Op het traject Singapore-Amsterdam had hij het gezinsleven bezongen, maar de laatste twee uur van de reis had hem plotseling een ongekende droefheid overvallen. Vlak voor we gingen landen zei hij: “Over drie uur zit ik aan de lunch met mijn vader.”

Toen ik om negen uur in mijn hotel in Amsterdam was aangekomen, werd ik gebeld door de mevrouw van het radio 1-journaal. “Ik heb je drie keer laten omroepen.”

Ik nodigde de mevrouw uit op mijn hotelkamer en gaf mijn eerste interview. Me wel bewust van het feit dat we allebei ook maar gestuurd werden.

's Avonds had ik nog een gesprek met een mevrouw van de redactie van Barend en Witteman. Ik verontschuldigde mij en zei dat de Australische tijd nog niet geheel uit mijn hoofd was verdwenen. Wat ik geschreven had, werd bijna volledig genegeerd en dat zou de komende dagen zo blijven. Dit is geen klacht. Ik vermoedde al dat ik naast Arnold Schwarzenegger zou komen te hangen, misschien was dat zelfs stiekem mijn wens.

Daarom herhaalde ik nog maar eens dat het er niet om ging wie je denkt dat je bent, als je dat al kan weten, maar dat het er om gaat wie anderen denken dat je bent. En wie anderen denken dat jij bent, dat is een spel.

“Ben je wel in een praatstemming?” vroeg Sonja, vlak voor de uitzending begon.

Ik besefte hoe erg het moest zijn iemand te interviewen die niet in een praatstemming was. Ik deed mijn uiterste best in een praatstemming te geraken en pijnigde mijn hersens af welke anekdote bij deze vraag paste, maar niet op elke vraag paste een anekdote.

Na afloop werd ik door Sonja omhelsd en ik besefte hoe mooi en lekker roem is. Zelfs als het maar een heel klein beetje lokale roem is, op wereldschaal niet meer dan een onweersbuitje boven de Waddeneilanden. Als zoete bruisende rode Italiaanse wijn is roem. Lambrusco is de naam, meen ik.

Iedereen wil worden waargenomen, al is het maar door één iemand. Wie niet wordt waargenomen bestaat niet. Roem is de ultieme vorm van waargenomen worden. Je hebt roem met politie-escorte en roem zonder politie-escorte, het behoeft geen uitleg welke het A-merk is. Maar in beide gevallen gaat het hem om de ultieme vorm van waargenomen worden, het is zó waargenomen worden dat er eigenlijk recht door je heen wordt gekeken, naar iets anders, naar iemand anders.

Daarom heb ik besloten het geld dat ik verdiend heb tijdens de boekenweek te investeren in twee fotografen die mij twee maanden lang moeten achtervolgen. Elke minuut dient te worden vastgelegd, want alleen zo kan elke minuut de illusie meekrijgen van betekenis. Of je nu vier jenevertjes bestelt of gehuld in een groen Mongools lam met een klappertjespistool schiet. Twee maanden naast Arnold Schwarzenegger hangen, zal het project gaan heten en alleen serieuze professionele fotografen die er geen bezwaar tegen hebben om in struiken te liggen en langs regenpijpen te klimmen, kunnen zich bij de redactie van deze krant melden. Ik zal natuurlijk alles doen om ze van me af te schudden.

Toen ik een kwartier voor aanvang van het boekenbal ergens in de schouwburg met Geert Mak wat beleefde woorden uitwisselde, drong minister Ritzen zich plotseling aan ons op. Zonder ook maar een poging te doen zich voor te stellen begon hij tegen Geert Mak te spreken.

Zijn collega van buitenlandse zaken nam in New York tenminste de moeite 'Van Mierlo' tegen mij te mompelen, maar zelfs dat kon er bij Ritzen niet af. Niet dat ik de bewindsman iets kwalijk nam. Hij leek mij net zo wanhopig als wij daar in dat kamertje, alleen had ik sterk de indruk dat hij het al veel langer was dan wij.

Later zei hij tegen mij: “Ik lees veel, maar ik moet bekennen jou heb ik nog nooit gelezen.” Ik vond dat woord 'bekennen' zo merkwaardig, alsof ik ook maar één moment serieus verwacht had dat hij zou zeggen: “Dat hoofdstuk over Astrid daarvan heb ik zo genoten, en mijn vrouw en kinderen ook.”

“Ach meneer”, zei ik, “wij hebben allebei nog een heel leven voor ons.”

“Wat heb je eigenlijk gedaan voor je schrijver werd?” wilde de minister weten. Ik kon niet antwoorden, want de burgemeester van Amsterdam wilde mij de hand schudden. Het was maar goed dat de burgemeester dat wilde, want de bewindsman had zich direct, na het stellen van zijn vraag, omgedraaid naar iemand anders. De burgemeester leek zich beter op zijn gemak te voelen op dit feestje. Ik informeerde waar het koninklijk huis was, maar dat wist de burgemeester ook niet. Had er niet één heel klein prinsje van af gekund om de boel wat op te vrolijken, of Freddy Heineken?

Later, in de schouwburg zelf, schuifelde meneer Ritzen langs mij heen met de woorden “daar ben ik weer”. Ik begreep dat we het best met elkaar hadden kunnen vinden als we elkaar maar onder andere omstandigheden hadden ontmoet.

Tijdens de toespraak van CPNB-voorzitter Pieter de Jong keek ik af en toe opzij naar de heer Ritzen. Nico Slothouwer schreef: “Er heerste een soort collectieve verlegenheid, die met drank werd bestreden.”

Ik hoopte dat de minister een loopjongen had die intelligent genoeg was om te begrijpen wat de minister nodig had.

Na het voorprogramma heb ik noch de burgemeester noch de minister teruggezien, wat ik spijtig vond, want de ervaring leert mij dat bewindslieden pas laat op de avond echt loskomen. Ik heb nog een tijd rondgedwaald en vragen over mijn jas beantwoord. Of de jas te koop was, of het echt was, en of ik niet bang was voor het antibontcomité.

“Maar mevrouw”, zei ik, “dit zijn gewoon wat haren van een Mongools lam die later groen zijn geverfd, als men mij kaalscheert blijf ik toch ook gewoon verder leven?”

Om tien voor twaalf zei de directeur van de CPNB: “Jij bent levensgevaarlijk.” De rest van de nacht zat ik met een tiental kennissen, waarvan twee uit Duitsland, op een trap. Een notaris gaf mij zijn visitekaartje, met de woorden: “Als je me ooit nodig hebt.” Later kreeg ik ook nog visitekaartjes van een psychotherapeut en een huisschilder.

Hierna reisde ik tien dagen door Nederland. Veel meer dan de auto van Chris, boekhandels, bibliotheken, restaurants en benzinestations heb ik niet gezien. In Meppel stelde een mevrouw triomfantelijk vast dat haar buurvrouw niet wist wie ik was. Het leek wel alsof ze hiermee een persoonlijke overwinning op mij had behaald. “Onlangs signeerde ik voor iemand, die dacht dat mijn naam Arnold Grunwald was”, zei ik, “als je het zo bekijkt kun je liever volledig onbekend zijn.”

In Oosterhout signeerde ik een brillenkoker en in Groningen een beha. (Eentje die uit een tas kwam, niet een beha die nog warm was. Ze had er zelfs een speciale stift die op textiel schreef voor meegenomen.

“Is dit een weddenschap?” informeerde ik.

“Nee,” zei het meisje, “het was een ingeving.”

Vlak voor haar stond een jongeman die het citaat 'passiviteit is soms een groter raadsel dan moord' voor in zijn boek wilde hebben.

Ik had al eerder bedacht dat het een goed idee was ondergoed te gaan signeren. Schoon ondergoed voor twintig gulden en vies ondergoed voor honderd gulden.

Op verzoeken voor persoonlijke opdrachten schreef ik meestal 'drink veel witte wijn', of 'ik hoop dat je van witte wijn houdt', of 'drink 's avonds voor het slapen gaan een neutje'. Misschien kwam dat omdat minister Ritzen maar niet uit mijn hoofd wilde.

In Leiden werd ik ondervraagd door een journalist over een boekje dat was gemaakt in een oplage van zeven exemplaren en er net zo uitzag als het boekenweekgeschenk. Maar op een titelpagina en een colofon na, waren de bladzijden leeg. Het boekje kostte 350 gulden of meer.

Alle zeven waren al verkocht, zo hoorde ik en het antiquariaat had een wachtlijst van veertig personen. Sommige kopers, zo vertelde men mij, hadden naar de lege bladzijden gestaard, alsof daarop iets bijzonders te zien was. Naar jouw lege bladzijden staren, ook dat is een vorm van waargenomen worden.

Als een schrijver erin slaagt lege bladzijden te verkopen dan verdient hij het inderdaad naast Arnold Schwarzenegger te hangen. En in veel gevallen denk ik, is onbedrukt papier inderdaad meer waard dan bedrukt papier.

Ik ben van plan binnenkort weer een boek te maken dat alleen zal bestaan uit een titelpagina, een omslag en een colofon. De eerste vier drukken zullen de bladzijden leeg blijven, pas bij de vijfde druk zullen de bladzijden zich langzaam gaan vullen. De titel zal luiden Bizniz, een familiegeschiedenis, en het zal zich afspelen in een reformhuis in New York.

Dan nu de top-tien van boekhandels waar ik heb gesigneerd.

10. Boekhandel Gianotten, Breda

Men leek verbaasd te zijn dat ik kwam. In eerste instantie dachten ze dat ik een boek wilde afrekenen. Een dame zei tegen mij: “En nu niets lelijks meer over andere schrijvers zeggen.” Ik trad niet in discussie. De verlegenheid van het personeel maakte veel goed. Een klant wilde een uitvoerig gesprek met mij over de oorlog beginnen.

9. Boekhandel Brouwer, Drachten

De eigenaar zei, wijzend op een stapel Reve: “We leven in het Voskuil-tijdperk.”

“Ik dacht dat we in het Palmen-tijdperk leefden.”

“Nee, niet hier in Drachten.”

Men had er meer van verwacht en maakte mij subtiel duidelijk dat dat niet aan de boekhandel lag.

8. Boekhandel Nawijn & Polak, Apeldoorn

Het leek wel alsof de eigenaren bevreesd waren een persoonlijk woord tot mij te richten. Men was tevreden over de opkomst, maar leek ook erg opgelucht toen ik weer vertrok.

7. Boekhandel Van Piere, Eindhoven.

In het kantoortje van de bedrijfsleider at ik een harinkje en een broodje zalm. Vriendelijke mensen. De haring zal ik niet snel vergeten.

6. Boekhandel Aalpoel & Schouten, Deventer

Na afloop met de boekhandelaar warme chocolademelk gedronken, daarna nog Deventer koek gekocht. Een klant verzocht om een duimafdruk, waarvoor ik mijn duim moest insmeren met lippenstift.

5. Boekhandel Kooyker/Ginsberg, Leiden

Twee boeken van Hugo Claus gesigneerd, tot verbazing van andere klanten. Ik was heel blij Eva Biesheuvel weer te zien, en het was de eerste dag.

4. Boekhandel Athenaeum, Haarlem

De eigenares wilde mij volstoppen met drank, wat ik om voor de hand liggende redenen weigerde. Ik beloofde een andere keer terug te komen en mij dan wel vol te laten stoppen.

3. Boekhandel Los, Bussum

De eigenares maakte zich zorgen toen twee klanten die aangeschoten waren en een zware lucht van alcohol verspreidden, met mij een gesprek begonnen. “Moet ik ze verwijderen?” Zelf kreeg ik een fles cognac.

2. Boekhandel Iwema, Assen

Een fles champagne werd bij binnenkomst meteen geopend. Men leek werkelijk blij dat ik naar Assen was gekomen. Ik had er wel langer willen blijven.

1. Boekhandel Scholtens Wristers, Groningen

Vanwege de beha natuurlijk, Albert Hoogeveen en een mevrouw die mij een waterpistool gaf, zodat ik ermee op mijzelf kon schieten. Zij zou dat ook doen.

En nu zou ik wel eens willen weten hoeveel beha's Arnold Schwarzenegger eigenlijk gesigneerd heeft. En of dat meisje uit Groningen meer gesigneerde beha's heeft en nu een gesigneerd behamuseum wil beginnen. Daarin wil ik wel investeren.

Visitekaartjes met “behasigneerder” heb ik alvast laten drukken.