Angstige ogenblikken 2

Daar zijn ze! Ze zijn over het ijs naar de spoordijk gelopen.Sara staat nog onderaan de dijk, maar Lijsje loopt al langsde rails. Het ijs kraakt als ik er een voet op zet.Ik blijf aan de kant staan. Kom, Sara, kom Lijsje! roep ik.

Het kost me grote moeite mijn angst niet in mijn stem te lieten doorklinken. Sara luistert gelukkig. Ze komt over het ijs naar mij toe.Ik klik de lijn aan Sara 's halsband en bind haar vast aaneen heiningpaal. Terwijl ik daarmee bezig ben, hoor ik geraas.Er komt een trein aan! Dit is het dan. Dit wordt Lijsjes dood. Als de trein voorbij is gedenderd, draai ik me om en kijkverslagen naar de spoordijk. Even zie ik niets, dan verschijnt opeens de kop van Lijsje boven de kruin van de dijk - ze leeft nog! Maar ze schijnt zo geschrokken te zijn dat ze helemaal niet reageert op mijn geroep. Nu moet ik als de donder zien dat ik haar van die spoordijk haal. Ik ren langs de vaart en vind een plek waar ik kan oversteken zonder door het ijs te zakken. Struikelend door riet en braamstruiken haast ik mij naar de plaats waar Lijsje op de dijk zit.En dan komt van de andere kant een trein! Ik wend mijn gezicht af en geef geen cent meer voor Lijsjes leven. Wat zal ik bovenop de dijk zien? Lijsje dwars doormidden gereden, bloed en ingewanden tussen het grauwe grind! Zodra de trein voorbij is, kruip ik verdrietig tegen de dijk omhoog. Als ik boven sta, kijk ik langs de rails. En in plaats van een bloederig lijk, zie ik een bibberende Lijsje zitten.Ik loop naar haar toe, neem haar in mijn armen en zo snel als ik kan strompel ik omlaag, het ijs over, naar Sara die niet lijkt te beseffen aan welk gevaar ze is ontsnapt.Tien minuten later lopen we met z'n drieën op de weg. We hebbenhet er heelhuids afgebracht. Later op de dag schiet me te binnen dat ik vergeten ben Lijsje een pak rammel te geven.'s Avonds knuffel ik haar.