Vroegere CDA-leider Elco Brinkman mist het premierschap niet

DEN HAAG, 26 MAART. Hij zegt dat “de wond redelijk is geheeld” en mist het premierschap niet. “Voor zover ik mijn gevoelens kan beschrijven, heb ik niet echt iets van: zat ik maar dáár. Als ik Wim Kok tegenkom denk ik niet: jij zit op mijn stoel. Ik gun het hem en hij doet het goed. Dat zeg ik niet uit beleefdheid, ik vind het echt.”

Aldus Elco Brinkman, de vroegere CDA-leider en voor de verkiezingen van '94 de gedoodverfde minister-president in een interview in Forum, een uitgave van de werkgeversorganisatie VNO/NCW. Het is de eerste keer dat Brinkman, sinds zijn vertrek uit de politiek, publiekelijk terugblikt op zijn 'val'.

Brinkman is voorzitter van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf, de werkgeversorganisatie in de bouwwereld.

Brinkman moest '94 na de zware verkiezingsnederlaag van het CDA (min twintig zetels) het fractievoorzitterschap neerleggen en stapte later op als Tweede-Kamerlid. Zelf verklaart hij dat er bij hem toen “ook sprake was van een zekere opluchting”.

Hij schetst in het interview dat zijn loopbaan - eerst hoge ambtenaar, later minister en nog weer later fractievoorzitter - steeds door anderen is gestuurd. Toen hij in deze kabinetsperiode werd gepolst voor het burgemeesterschap van Den Haag, zei Brinkman nee. “Ik besloot eens niet te voldoen aan het verwachtingspatroon dat anderen van mij hadden. Ik kan je zeggen dat het een geweldig gevoel van opluchting gaf. Dit was eindelijk een beslissing die mijn hart mij ingaf.”

Brinkman oordeelt dat toenmalig CDA-leider Lubbers de opvolging “niet veel anders” had kunnen regelen. “Wat zou er gebeurd zijn als Lubbers eerst de formatie had meegemaakt en dan was opgestapt? Dat zou toch kiezersbedrog zijn?” Alleen vindt Brinkman nog altijd dat Lubbers de kandidatuur van hem te vroeg heeft gesteld. “Het is allemaal niet handig geweest en ik denk dat hij er net zo min blij mee is als ik.”