Theatrale expositie over Antarctica in Brussel; een kleuterklas op de Zuidpool

Het Laatste Continent, Esplanade Jubelpark, Brussel. T/m 30 juni, dagelijks 10-19u. Inl. 00-3270344444.

De scheepsvloer loopt scheef. Dat voel je onmiddellijk als je de kajuit binnenstapt. Geen wonder, het schip zit al maanden vast in het pakijs. Op tafel liggen kaarten, een Bijbel, een bril en een pijp. Stemmen van de bemanning klinken onverstaanbaar in de gierende wind rond het schip. Het hout kraakt. Dit is het hart van de Belgica, de boot waarmee de Belg Adrien de Gerlache honderd jaar geleden een tocht naar Antarctica ondernam.

Deze expeditie vormt de aanleiding voor een bijzondere tentoonstelling over de moeizame ontdekking van het laatste continent. Het werelddeel dat in aardrijkskundelessen vaak wordt overgeslagen en dat in de atlas niet meer is dan een randje rond de aars van de wereldbol. Dat heeft de kennis van het continent, dat Europa in omvang overtreft, geen goed gedaan: de makers van de expositie moesten ijlings enkele ijsberen uit het decor verwijderen, omdat deze dieren uitsluitend op de Noordpool vertoeven.

Honderd jaar geleden was die kennis niet veel groter. Er waren robbenjagers en walvisvaarders die de wateren schaamteloos plunderden en af en toe een glimp van Antarctica hebben gezien, maar met uitzondering van enkele oevers bleef het een 'terra incognita australis', onbekend zuidelijk land. De tentoonstelling begint daarom in een 19de-eeuwse bibliotheek, als symbool voor het papieren bestaan van Antarctica. Via een gang vol fosforkleurig licht belandt de bezoeker in de Belgica.

Belgen op de Zuidpool. Het verhaal van de expeditie heeft een onmiskenbaar Kuifje-gehalte. Onderweg doopten de ontdekkers de onbekende eilandjes Île d'Anvers en Terre de Brabant. Ze hebben de pool nooit bereikt, maar dragen de trieste titel van eerste overwinteraars in het pakijs. De 28-jarige kapitein De Gerlache, die tot het vertrek van de expeditie in 1897 voornamelijk op de lijn Oostende-Dover had gevaren, had zijn leven te danken aan zijn eerste stuurman Roald Amundsen. Aan de hand van oude filmbeelden is te zien hoe deze Noor in 1911 zijn rivaal Robert Falcon Scott versloeg in het bereiken van de mythische 90, de geografische pool.

De gangen met het vreemde licht brengen de bezoeker naar 1957. Om de Koning Boudewijn-basis tegen een storm te beschermen zijn voedselkisten in de sneeuwgang geplaatst. Buiten huilen honden in de striemende wind. In de gang is het acht graden onder nul. De ijskou lijkt door een gebroken raam naar binnen te stromen. Wie zonder jas de gang uit vlucht, komt in een lichtgevende witte mist die de 'white out' moet verbeelden, een verschijnsel waardoor poolreizigers niets kunnen zien en soms geen voet meer durven te verzetten.

Net als in de bibliotheek, de kajuit van de Belgica en de sneeuwgang van de Boudewijnbasis is de bezoeker hier weer een deel van het decor. Niet voor niets is de tentoonstelling ontworpen door theatermakers. Je loopt als een onzekere voyeur in een onbekende wereld. Tot een kleuterklas kiekeboe in de poolgangen gaat spelen en het ijssprookje verpest.