Tempel in Ayodhya splijt India

De nieuwe Indiase regeringspartij BJP was eind 1992 betrokken bij de verwoesting van een moskee in Ayodhya. Het plan om er een hindoetempel te bouwen, verscheurt India

AYODHYA, 26 MAART. Na vijf politieposten en twee grondige fouilleringen mag de stoet pelgrims een nauwe, 400 meter lange kooi betreden. Vanuit wachttorens houden zwaarbewapende paramilitairen en talloze camera's de omgeving in de gaten. Aan het einde van de kooi liggen niet de goudstaven van Fort Knox. Een minuscuul hindoetempeltje onder een versleten tentdoek is de oorzaak van de extreme beveiliging. Twee agenten schrikken zich een ongeluk als zij een harde schreeuw horen. Geen paniek, een speels rondspringend aapje verstoort de orde. De mensenkooien zijn de favoriete speelplaats voor de duizenden apen van Ayodhya.

Op deze afgelegen plek in de noordelijke deelstaat Uttar Pradesh is volgens de overlevering de hindoegod Ram geboren. Het heuveltje in Ayodhya is sinds het eind van de jaren tachtig een tijdbom onder de verhoudingen tussen hindoes en moslims in India, maar ook tussen India en islamitische landen als Pakistan, Saoedi-Arabië, Iran en de Emiraten.

Ayodhya, een stoffig plattelandsstadje waar in de loop der eeuwen meer dan honderd tempels zijn uitgestrooid, ligt op het snijvlak van de twee religies. Tussen het jaar 1528 en 6 december 1992 stond hier de Babri Mashid, een moskee genoemd naar een generaal die in de zestiende eeuw een (islamitisch) Moghul-rijk vestigde in Zuid-Azië. Voor zijn opmars stond er een hindoetempel ter ere van de god Ram. De moskee bleef 464 jaar ongemoeid. Totdat fanatieke hindoes onder leiding van de Bharatiya Janata Party (BJP) de plek opeisten voor de Ram Mandir, een nieuwe Ram-tempel. Na enkele mislukte pogingen slaagden tienduizenden hindoes er in 1992 in de moskee tot op de grond toe af te breken. Pas toen zij begonnen aan de bouw van een nieuwe tempel, greep de politie in op gezag van de federale regering in New-Delhi. In de dagen die volgden, vielen in heel India enkele duizenden doden bij religieuze rellen.

Het half afgebouwde muurtje staat er nog steeds. De politiemacht ook, al langer dan vijf jaar. Geen van de regeringen durfde het aan een besluit te nemen over de toekomst van het heuveltje in Ayodhya - een moskee of een tempel. De zaak ligt nog steeds bij het Hooggerechtshof in New Delhi, die net zomin als de politiek voor of tegen wat dan ook lijkt te willen oordelen. De situatie blijft explosief, al is het vooral onderhuids. De 2.500 politiemensen in de nauwe straatjes van het stadje zijn er dagelijks getuige van.

Wat doet de BJP, sinds vorige week aan de macht in New Delhi, met 'Ayodhya'? Die vraagt houdt velen bezig in India. Het verkiezingsprogramma van de partij was duidelijk: er komt een hindoetempel. De partij werd in de jaren tachtig groot met dergelijke pro-hindoeïstische ideeën. Bij de parlementsverkiezingen van 1989 steeg het aantal zetels van de BJP van 6 tot 86 en twee jaar later tot 119. Na de laatste verkiezingen beschikt de BJP over 170 zetels in het parlement.

Pagina 6: Een prefab-tempel op een kilometer van de heilige plek

Alle verkiezingsretoriek ten spijt, in het regeerakkoord brandde de BJP zijn vingers niet aan Ayodhya. De BJP zit in een broze coalitie met 16 kleinere partijen. Een aanzienlijk deel wil niets weten van de rechtse praat van de BJP.

De moslims zijn cynisch over het seculiere gezicht dat de BJP in hun ogen heeft opgezet om de verkiezingen goed door te komen. Had het provinciale gerechtshof in Allahabad BJP-voorzitter L.K. Advani niet beschuldigd van het aanstichten van de aanval op de Babri Mashid? Advani is sinds vorige week minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet van premier Vajpayee. Vlak voor de verkiezingen zei Advani nog dat er hoe dan ook een 'magnifieke tempel' zal verrijzen in Ayodhya.

“Er zal nooit een Ram-tempel komen in Ayodhya”, zegt de shi'itische moslim Sayed Naqvi in zijn woning in de Nawab Hasan Raza Khan-moskee in Faizabad, een grote stad waartegen Ayodhya is aangegroeid. Naqvi is manager van de moskee, zoals hijzelf zegt. “Geen enkele politieke partij durft de bouw van de tempel aan, ook de BJP niet. Dan wordt het oorlog in India”, zegt hij.

Desondanks is de bouw van de Ram Mandir al lang begonnen. Op een boerenlandweggetje aan de rand van Ayodhya klinkt het monotone geluid van hamers en beitels op steen. Tientallen bewerkte pilaren liggen al klaar op een veldje - niets minder dan een prefab-tempel op een kilometer van de heilige plek. Honderden beeldhouwers, architecten en timmerlieden zijn al enkele jaren bezig met het uitbeitelen van het Himalaya-gesteente voor het grootste bouwpakket van India. In schril contrast met de heilige grond waar de tempel moet komen, is op het landweggetje geen politieman te vinden. Behalve een goed gehumeurd, fleurig groepje pelgrims hebben alleen een kudde slome koeien en een troepje nieuwsgierige apen belangstelling voor de werklui. De moslimbevolking laat het erbij. “Wij zijn niet in de positie om tegen de bouw te ageren”, zegt Naqvi. “Maar als ze de tempel daadwerkelijk oprichten, breekt de hel los. De woede over de verwoesting van de Babri Mashid is nog steeds groot.” Toch geloven de moslims niet meer in een wederopbouw van de moskee. “Kijk naar de situatie van vijf jaar geleden: beide opties zijn uitgesloten.”

Veel hindoes denken er anders over. Als de rechter ooit oordeelt in hun voordeel, staat de tempel binnen drie dagen op zijn plaats, zegt Rajesh, een oude werkman vn de Vishwa Hindu Parishad (VHP, de wereldraad van hindoes). De VHP werd in 1992 beschuldigd van de verwoesting van de Babri Mashid. Veel van de leden hebben in de BJP hun politieke wortels. “Hier werken meer dan duizend mensen aan de mooiste tempel van India”, zegt Rajesh trots. “Het geld krijgen we van de pelgrims in Ayodhya. Natuurlijk komt de tempel er. Het is een kwestie van tijd.” Zeker nu de BJP aan de macht is, meent Vishnu Hari Dalmia, de voorzitter van de VHP. “Wij hebben de moskee afgebroken”, zegt hij. “Nu is het aan de BJP om de tempel te bouwen.”

En met de Ram Mandir in Ayodhya is het nog niet afgelopen, voorspelt Dalmia. India is bezaaid met moskeeën die de afgelopen eeuwen door islamitische heersers werden gebouwd op geruïneerde tempels. De VHP wil ook moskeeën afbreken in Kashi en Mathura omdat er tempels voor de goden Vishnu en Krishna moeten verrijzen. De VHP-lijst telt nog 3.000 plekken. “Een kwestie van hindoe-identiteit en trots van het hele land”, zegt Vinay Katiyar, tot voor kort parlementslid voor de BJP in het district Faizabad, waarin Ayodhya ligt. Hij is een van de hoofdverdachten van de verwoesting van de Batri-moskee. Bij de laatste verkiezingen werd hij verslagen. Katiyar reist nu stad en land af om Ayodhya levend te houden.

Het weerhoudt de autoriteiten er niet van de beveiliging van de geboorteplek van Ram op het allerhoogste niveau te houden. K.B. Harsh, hoofd van de beveiligingstroepen in Ayodhya, denkt dat het nog “jaren gaat duren voordat er een beslissing komt”. De superintendent heeft weinig te doen in Ayodhya. In de felle zon zit hij met 15 van zijn mannen bij de ingang van de tempel. Elke tas wordt gecontroleerd op explosieven. Elke dag stuurdt hij een rapport naar het Hooggerechtshof in New Delhi, waarin hij het rechtsgeleerd personeel op de hoogte stelt van de laatste ontwikkelingen aan de voet van het provisorisch in elkaar gezette tempeltje. Moslims komen nauwelijks nog in Ayodhya. “Het is verboden”, zegt Harsh. “Vorige maand kwam hier een aantal moslims hardop uit de koran voorlezen. Na dit provocatieve gedrag hebben wij een eind gemaakt aan hun bezoek.” Dat ook hindoes luidkeels hun gebeden opzeggen - dagelijks komen enkele duizenden pelgrims en leuzen schreeuwende schoolkinderen naar Ayodhya - ziet hij door de vingers. Hij doet een vraag daarover af met: “Allemaal politiek.”

Zo'n 300 hindoes schuifelen langzaam door de lange, smalle kooi in de richting vn het heilgdom, gadegeslagen door ten minste zoveel politiemensen aan de buitenkant van de omheining. De Ram Janmabhoomi, het tijdelijke tempeltje, is van een afstand van tien meter te bekijken door de tralies. Van de ruïnes van de Babri Mashid is niets meer te zien. “Welke moskee bedoelt u?”, vraagt een hindoe-pelgrim in de rij. “Hier heeft altijd een tempel gestaan. Er is geen moskee. Nee, er is er ook nooit een geweest.” Een andere pelgrim, uit Faizabad, heeft een beter historisch besef. “Ik denk dat Ayodhya wordt overdreven door de politiek en door de media”, zegt hij. “Het is helemaal geen onderwerp meer. De moslims geven er niets om als hier straks een tempel staat. De hindoes zijn hypocriet om juist deze plaats te blijven bestoken. Een paar honderd meter hier vandaan staat de Hanuman-tempel op een plek die net zo belangrijk is. Zij hebben die tempel eeuwenlang verwaarloosd.”

Ondertussen smeult het vuur in Ayodhya door. Niemand lijkt de behoefte te voelen de status quo te wijzigen: beter een smeulend vuur dan een opgelaaide oorlog, zoals vijf jaar geleden. Toen bleek Ayodhya meer dan symptomatisch te zijn voor de diepe kloof tussen de twee belangrijkste godsdiensten in het land. Buiten Ayodhya vielen meer doden dan in het stadje zelf. Tot in Kerala, bijna 3.000 kilometer naar het zuiden, bevochten moslims en hindoes elkaar om de Ram Mandir en de Babri Mashid. Ondanks de aanhoudende provocaties van het fundamentalistische deel van de hindoe-meerderheid is het de vraag of iemand nog een belissing durft te nemen die de 130 miljoen moslims in India tegen de haren zou instrijken.