Spanje doet het goed in Europa

Europa maakt zich op voor de eeuwwisseling. Carlos Bastarreche is van oordeel dat Spanje optimaal is uitgerust voor het nieuwe Europa en en hij betoogt dat handhaving van deze positie hoofdzakelijk van Madrid zelf afhangt.

Het is een veelgehoorde klacht dat de Europese Unie een ontoegankelijke entiteit is. Dit wordt echter gelogenstraft door de enorme hoeveelheid informatie die beschikbaar is voor iedereen die geïnteresseerd is in haar reilen en zeilen. Wel moet gezegd dat de EU een uiterst complexe constructie is, waarin vaak door de bomen het bos niet meer te zien valt. De Europese Unie staat aan de vooravond van ingrijpende veranderingen, die worden bepaald door de invoering van de eenheidsmunt en de uitbreiding naar meer dan 25 lidstaten. We zitten nu in de uitvoerende fase, waarin de eerste stappen worden gezet ter verwezenlijking van een nieuw Verenigd Europa. En dit gebeurt met zichtbaar succes. 1997 is in dit verband een cruciaal jaar geweest. Het project is niet gestrand en is niet verzand in gekissebis tussen de lidstaten ten koste van het communautaire belang, zoals had kunnen gebeuren.

In 1997 is de Economische en Monetaire Unie (EMU) van een onzeker project, waaraan slechts enkele landen deelnamen, uitgegroeid tot een 'bijna' werkelijkheid, waarin praktisch alle lidstaten opgaan. De EMU ontwikkelt zich tot de belangrijkste motor van de Europese eenwording in de komende decennia.

Spanje heeft hierin een sleutelrol gespeeld. Hadden wij niet zo geijverd voor de EMU en haar inwerkingtreding, die ondanks enkele struikelblokken begin dit jaar, nu definitief is vastgesteld, dan zou de EMU nooit de stuwende en bindende kracht van het toekomstige Europa worden, zoals dat nu het geval is. Daarnaast hebben de persoonlijke inspanningen van de regeringsleiders van Frankrijk en Duitsland, alsmede de vastberadenheid van de Europese Commissie en de ijver van New Labour voor de euro ook bijgedragen aan dit gemeenschappelijk succes dat in januari 1997 nog verre toekomstmuziek leek.

De Intergouvermentele Conferentie (IGC) in Amsterdam heeft geresulteerd in een bevredigende uitkomst die getuigt van realiteitszin. Het mag nooit zo zijn dat het Europese bouwwerk sneller verandert dan de sociale werkelijkheid. Zo is de wens om fiscale kwesties of vraagstukken inzake sociale zekerheid bij gekwalificeerde meerderheid te besluiten irreëel of een verkapte manier van kostenoverheveling.

De genomen besluiten inzake werkgelegenheid, die stroken met het Spaanse standpunt in de IGC, komen daarentegen overeen met de huidige politieke en economische mogelijkheden in de Unie. Het succes van de eerste top van Luxemburg en de recente unanieme goedkeuring van de beleidslijnen voor 1998 lijken deze constatering te staven.

Het uitblijven van een akkoord over de institutionele hervormingen tijdens de top in Amsterdam is niet dramatisch. Technisch gezien is het een eenvoudige aangelegenheid. Een consensus zal ongetwijfeld worden bereikt wanneer de politiek er klaar voor is.

De derde onderneming waar in 1997 een succesvol begin mee is gemaakt, is de toekomstige uitbreiding van de EU.

Twee gevaren die op de loer lagen, zijn bezworen: een nieuwe tweedeling van Europa en de Cyprische kwestie. Tijdens de tweede top van Luxemburg zijn deze twee hinderpalen uit de weg geruimd met besluiten die niet veel afwijken van de voorstellen van Spanje. Voor de toetreding van Turkije tot de EU is nog steeds geen goede oplossing gevonden. Ik zeg 'nog steeds' omdat we er alle vertrouwen in hebben dat onder het Britse voorzitterschap een adequaat toetredingskader voor Turkije zal worden geschapen.

We kunnen dus zonder meer stellen dat de balans van afgelopen jaar gunstig is. Dat betekent echter niet dat het hele proces onder controle is. Als ik de metafoor mag gebruiken dat 'Europa de oversteek waagt naar Kaap Hoorn', dan zijn we de storm die ons op het eerste deel van de tocht is voorspeld, goed meester gebleven. Maar we hebben nog vele mijlen voor de boeg en we zullen nog vaak te maken krijgen met onvoorziene weersomstandigheden.

De EMU is nog geen feit. We moeten niet vergeten dat nog een lange weg te gaan is voordat we de euro in onze portemonnee hebben. Teneinde de euro definitief in omloop te kunnen brengen, moeten al onze inspanningen zich richten op het verkrijgen van economische stabiliteit in de meest ruime zin van het woord: vasthouden aan de convergentiecriteria, duurzame groei met geleidelijke terugdringing van werkloosheid.

De verwezenlijking van deze doelstelling kan worden bedreigd door talrijke onvoorspelbare omstandigheden. Een voorbeeld is de recente crisis in Azië. Inflatiestijging, de sociale of politieke onrust in sommige lidstaten en internationale conflicten vormen de voornaamste problemen die zich in de komende maanden en jaren kunnen voordoen. Het is geenszins gezegd dat dit ook gebeurt.

Van uitbreiding van de EU is nu nog slechts sprake in politieke zin. De onderhandelingen zullen gecompliceerd en moeizaam worden, gezien de reële verschillen die bestaan tussen de lidstaten en kandidaatlanden. Tegelijkertijd moeten de vijftien huidige lidstaten de financiële en institutionele vraagstukken zien op te lossen. Wanneer het om geld of stemmen gaat, wil het nog wel eens hard tegen hard gaan. Het zijn concrete zaken, waarover een breed publiek kan meepraten.

Het is aan de verantwoordelijke bestuurders van de Europese Unie om te trachten tot een overeenkomst te komen die geen winnaars of verliezers kent. Als we kijken naar wat we sinds 1985 hebben bereikt, kunnen we gerust zijn. De oogst is indrukwekkend: toetreding van Spanje en Portugal, de Europese Akte, Delors I en II, het Verdrag van Maastricht, toetreding van de EVA-staten, Amsterdam, Luxemburg. Kortom, we hebben nog een paar etappes te gaan voor we daadwerkelijk kunnen spreken van het nieuwe Europa van de 21ste eeuw. Maar we hebben de middelen in handen om eventuele moeilijkheden het hoofd te bieden en die nodigen uit tot optimisme: de euro, een gemeenschappelijke werkgelegenheidsbeleid en intensievere onderlinge samenwerking.

Waar staat Spanje in het Europa van nu? We staan op de brug van de Europese boot, om in dezelfde maritieme beeldsprak te blijven. Deze positie is geheel onze eigen verdienste. Dankzij de consolidatie van onze democratie, onze economische vooruitgang en onze constructieve houding tijdens de belangrijke Euro-debatten genieten we het vertrouwen van de medelidstaten en staan we in goed aanzien. Afgezien van kleine onderlinge meningsverschillen aan de legitieme verdediging van onze nationale belangen, kan Spanje zich verheugen in een optimale rating binnen Europa.

Wat is ons streven voor de toekomst? Het mag behoudend lijken, maar we kunnen tevreden zijn als we aan het eind van de rit, over zo'n vijf jaar, onze goede positie hebben weten te handhaven. Dat komt niet zomaar aangewaaid. Het voordeel is, dat we het hoofdzakelijk in eigen hand hebben.