Randstad en Brunel varen wel bij flexibele arbeid

Op de markt voor flexibele arbeid ziet de toekomst er rooskleurig uit. Twee beursgenoteerde spelers, Randstad en Brunel, gaven gisteren een toelichting op hun jaarcijfers.

AMSTERDAM, 26 MAART. De leveranciers van flexibele arbeid komen op dit moment bijna superlatieven tekort om de situatie in hun bedrijf te beschrijven. Randstad-topman Frits Goldschmeding zocht gistermorgen bij de presentatie van de jaarcijfers zijn toevlucht tot Hollywood, Brunel-voorzitter Jan Brand koos er enkele uren later voor om zijn betoog te doorspekken met termen uit zijn geliefde zeilhobby. Kern van beide boodschappen: het gaat geweldig op de flex-markt en het ziet er niet naar uit dat hier de komende jaren verandering in komt.

Voor Goldschmeding, die in 1960 als eerste in Nederland een uitzendbureau begon, is het afscheid zoet. Als hij over twee maanden de bestuurshamer overdraagt aan Hans Zwarts, afkomstig van bank ING, laat hij een bedrijf na dat de afgelopen 25 jaar gemiddeld per jaar iets meer dan 20 procent omzetgroei en 23,3 procent winstgroei heeft geboekt. “Ik acht het niet onmogelijk dat Randstad in 2005 een jaaromzet van 25 miljard gulden haalt”, zei Goldschmeding gisteren bij zijn laatste persconferentie. Vorig jaar boekte Randstad een omzet van 7.07 miljard gulden, met een nettowinst van 257,8 miljoen gulden.

De andere uitzendpionier, Jan Brand, die in 1975 het uitzendbureau Multec oprichtte (nu onderdeel van het sinds vorig jaar beursgenoteerde Brunel), was gisteren al even optimistisch over de groeiverwachtingen van zijn bedrijf. “In 2002 willen we een omzet van ten minste 1 miljard gulden genereren”, zei Brand gisteren. Brunel, dat zich vooral richt op detachering van hoogopgeleid technisch personeel, behaalde vorig jaar een omzet van 360,5 miljoen gulden, 41,8 procent meer dan het jaar ervoor. De nettowinst steeg in 1997 met 57,2 procent tot 29,8 miljoen gulden. Brand, die dankzij de beursgang van Brunel evenals Goldschmeding multimiljonair is geworden, peinst er naar eigen zeggen niet over om binnenkort als bestuursvoorzitter op te stappen. “Deze kapitein laat zich nog niet van het dek slaan”, aldus Brand.

Op de markt voor flexibele arbeid bevinden Randstad en Brunel zich op het eerste gezicht aan totaal verschillende zijden van het spectrum. Randstad, dat dagelijks ruim 165.000 mensen bij klanten aan het werk heeft, is groot geworden met de zogenoemde 'piek- en ziekopvang' op de werkvloer. Werknemers waren over het algemeen niet al te hoog opgeleid en kozen het uitzendbureau alleen bij gebrek aan een vaste baan. Multec - en later Brunel - richtte zich al snel vooral op het midden- en hoger kader in de technische beroepen. Anders dan Goldschmeding koos Brand voor de strategie om mensen in vaste dienst te nemen en op projectbasis bij klanten onder te brengen.

Het traditionele onderscheid tussen uitzendbureaus als leveranciers voor de korte termijn en detacheerders die mensen voor lange periodes leveren, is de laatste jaren in hoog tempo vervaagd. Bedrijven als Randstad, Vedior en Start nemen steeds vaker mensen in vaste dienst, om zo te kunnen voldoen aan de vraag van bedrijven naar goedgeschoolde, ervaren flex-krachten. Ook beperkt Randstad zich al lang niet meer tot het aanleveren van pure mankracht, maar biedt het bedrijf inmiddels een heel scala aan personeelsdiensten. “Wij opereren steeds meer als een agent, zoals bijvoorbeeld een filmster als Barbara Streisand ook heeft. Wij zorgen er voor dat onze mensen steeds aan het werk kunnen blijven”, zei Goldschmeding gisteren.

Brunel, dat eind vorig jaar ruim 4000 werknemers bij klanten had ondergebracht, heeft inmiddels de eerste stappen gezet buiten het technische werkterrein. Behalve ingenieurs wil Brunel haar klanten ook experts op het gebied van financiën en algemeen management gaan leveren. Daarbij zoekt Brunel volgens Brand niet naar de starters op de arbeidsmarkt, maar om zeer ervaren krachten.