Presidentschap van ECB; Onzekerheid over Duisenberg duurt nog voort

BRUSSEL, 26 MAART. De onzekerheid over het presidentschap van de Europese Centrale Bank (ECB) zal zeker tot het eerste weekeinde van mei aanhouden. Dat is de verwachting van de Nederlandse kandidaat voor deze functie, Duisenberg.

Frankrijk wenst de Nederlander niet aan de top van de ECB, maar wil dat de Fransman Trichet die functie krijgt. Duisenberg wees er vanmorgen in het Europees Parlement op dat volgens het Verdrag van Maastricht alleen de landen die deelnemen aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) kunnen besluiten over het voorzitterschap en de samenstelling van de verdere raad van bestuur van de ECB.

De Europese Commissie heeft gisteren elf lidstaten van de Europese Unie, waaronder Nederland, voor deelname aan de EMU aanbevolen. Maar pas in het eerste weekeinde van mei zullen de Europese staats- en regeringsleiders definitief beslissen welke landen aan de EMU meedoen en hun nationale munten met ingang van 1 januari 1999 zullen inruilen voor de euro. Daarna kunnen besluiten over de leiding van de ECB genomen worden.

Duisenberg was vanmorgen in het Europees Parlement als president van de voorganger van de ECB, het Europees Monetair Instituut (EMI). Hij gaf er toelichting op het gisteren gepubliceerde rapport van de EMI over de mate waarin de lidstaten van de Europese Unie voldoen aan de criteria voor deelname aan de EMU.

De discussie die is ontstaan over de kandidatuur van hemzelf en van Trichet voor de topfunctie bij de ECB maakt Duisenberg “niet blij”, maar hij zei “ermee te moeten leven”. Hij gelooft niet dat het vertrouwen in de ECB door deze kwestie wordt aangetast.

De voorzitter van de Europese Commissie, Santer, heeft er gisteren op aangedrongen dat de Europese staats- en regeringsleiders begin mei een besluit over het presidentschap van de ECB nemen en deze kwestie niet langer uitstellen. Hij waarschuwde dat uitstel een schaduw over de euro zou werpen. Hij noemde Duisenberg en Trichet beide “uitstekende kandidaten” en zei dat de benoeming van de president van de ECB niet afhankelijk mag worden van “een persoonlijke ruzie”.

Zolang Frankrijk noch Nederland wil toegeven en er geen president van de ECB is, zal volgens Santer ook geen besluit genomen kunnen worden over de samenstelling van de rest van de raad van bestuur van de bank. Over die raad van bestuur is ook een strijd aan de gang. Frankrijk heeft voorgesteld om in de eerste raad van bestuur een plaats te reserveren voor zichzelf, voor Duitsland en voor Italië. Nederland en België denken er niet over om akkoord te gaan met permanente zetels voor de grote landen in deze raad. Bovendien wil Groot-Brittannië, hoewel het voorlopig niet aan de EMU meedoet, toch dat er een zetel voor een Brit in de raad wordt vrijgehouden. Die zou bezet moeten worden als Groot-Brittannië op een later tijdstip alsnog besluit aan de EMU mee te doen.