N-Ierland gelooft niet in 'historisch' vredesakkoord

Nog maar twee weken is Noord-Ierland verwijderd van een historisch akkoord dat een einde zou moeten maken aan dertig jaar terreur. In Belfast overheersen echter de doemprognoses.

LONDEN, 26 MAART. Ze zeggen: “Je gelooft toch niet dat leden van de IRA na dertig jaar strijd gelaten met pensioen gaan? Republikeinen doen alleen maar mee aan het zogenaamde vredesproces zolang ze de ene na de andere concessie kunnen binnenhalen. Wie denkt een pact te kunnen sluiten met de duivel, riskeert niet alleen zijn ziel maar ook zijn huid.”

Ze zeggen: “Heb je gezien dat Ken Maginnis van de Ulster Unionist Party op de Ierse nationale feestdag twee Ierse vlaggen in de Theems heeft gesmeten? Unionisten hebben nog altijd geen respect voor de nationalistische traditie en historie. Ze willen koeioneren en overheersen, zoals ze steeds hebben gedaan.”

Nog maar twee weken is Noord-Ierland verwijderd van een historisch akkoord dat een einde moet maken aan dertig jaar terreur en eeuwen van verdeeldheid. Volgens de planning van de regeringen in Londen en Dublin. De tijd van praten is voorbij, verklaarde gisteren de voorzitter van het Noord-Ierse vredesoverleg, de Amerikaanse oud-senator George Mitchell. “We hebben nu twee jaar lang gediscussieerd, en daar kunnen we nog wel twee jaar of twintig jaar mee doorgaan. Maar het moment is nu aangebroken om beslissingen te nemen. Een akkoord ligt binnen handbereik.”

Maar wie je ook belt in Belfast, je hoort alleen maar doemprognoses. Op een enkeling na die zegt dat ze “koppig optimistisch blijft”. Al die anderen zuchten en steunen alsof Noord-Ierland door een nieuwe geweldsgolf overspoeld dreigt te worden. Alsof de provincie niet aan de vooravond van een politieke doorbraak staat.

De anderhalf miljoen bewoners van Noord-Ierland zien de toekomst met angst en beven tegemoet. Vrede, ja vrede, wil vrijwel iedereen, zo leren de opiniepeilers. Maar niet meer dan ruim eenderde van de bevolking gelooft in een politieke regeling voor Noord-Ierland. Zelfs de Community Relations Council, een onverbeterlijk optimistische organisatie die de betrekkingen tussen unionisten en nationalisten bevordert, signaleert “een ontmoedigende en meedogenloze vermindering van de eerbied voor elkaars verschillen”. De angst is groot in een samenleving die al zolang door achterdocht en onverdraagzaamheid vergiftigd is.

Welke angst het grootst is, valt moeilijk uit maken. De angst dat het vredesoverleg in de slotfase uit elkaar spat en dat alle terreurorganisaties die zich de laatste jaren min of meer gedeisd hebben gehouden, zich met hernieuwde energie zullen storten op de gewapende strijd. Of de angst om tot een vergelijk te komen dat tot samenwerking dwingt. Angst voor de bekende terreur uit het verleden. Of angst om te breken met historie en te kiezen voor verandering. Wederzijds wantrouwen vervormt en verlamt.

Hoe een politieke regeling er in grote lijnen kan uitzien, staat al maanden vast. Noord-Ierland krijgt beperkt zelfbestuur nadat de provincie sinds 1974 vanuit Londen geregeerd wordt. De inbreng van de nationalistische minderheid wordt wettelijk beschermd. Er komen supranationale instituten die het hele eiland, dus zowel Noord-Ierland als de Ierse republiek, bestrijken. De Noord-Ierse politiemacht wordt hervormd, zodat ze niet meer gezien kan worden als bolwerk van protestantse unionisten. En gevangen terroristen worden versneld op vrije voeten gesteld.

Met zo'n pakket zouden de meeste Noord-Ierse partijen waarschijnlijk kunnen leven. Unionisten winnen de waarborg dat Noord-Ierland Brits blijft zolang de meeste Noord-Ieren dat willen. Nationalisten kunnen zich verheugen op versterking van de samenwerking tussen Ierland en Noord-Ierland. Ze krijgen garanties voor gelijkberechtiging.

Maar hetzelfde pakket wordt opeens angstaanjagend als het door de bril van vooroordeel en achterdocht wordt bekeken. Nationalisten zien dan het gevaar van een Noord-Ierse assemblée waarin de unionisten de meerderheid hebben. Ze moeten er niet aan denken dat David Trimble, de leider van de Ulster Unionist Party, de eerstvolgende premier van Noord-Ierland kan zijn. En unionisten hebben hun economische en politieke macht de afgelopen halve eeuw steeds zien slinken. Elke concessie aan de nationalisten zien ze als een nieuwe dreiging. Ze kunnen zich ook niet voorstellen dat de IRA, het verboden Ierse Republikeinse Leger, zich werkelijk tot vreedzame middelen heeft bekeerd.

Tot Witte Donderdag nog hebben de deelnemers aan het vredesoverleg om de scepsis van de Noord-Ierse bevolking te logenstraffen. Een herculische opgaaf die wijsheid vergt en moed, eigenschappen die enkele van de belangrijkste partijen nog maar mondjesmaat hebben getoond. De twee antipoden, David Trimble van de Ulster Unionist Party en Gerry Adams van Sinn Fein, de politieke vleugel van de IRA, hebben daarbij de handicap dat ze steeds over hun schouder moeten kijken naar een achterban die hopeloos verdeeld is over het vredesproces. Hun voorgangers, zoals Brian Faulkner en Michael Collins, die probeerden om tot een akkoord tussen unionisten en nationalisten te komen, moesten dat bekopen met de politieke ondergang en met de dood.