Kosovo-beraad 'meer dan frustrerend'

De Contactgroep voor ex-Joegoslavië was gisteren weer met zichzelf in de weer dan met een oplossing van de problemen in Kosovo. De bijeenkomst in Bonn verliep nog moeizamer dan die in Londen twee weken geleden.

BONN, 26 MAART. In de Amerikaanse delegatiekamer op het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Adenauerallee in Bonn hing gistermiddag na het Kosovo-beraad allesbehalve een polonaisestemming. Bob Gelbard, de Amerikaanse gezant voor de Balkan, wiens directheid soms herinneringen oproept aan zijn fameuze voorganger Richard Holbrooke, pakte zwijgend en met authentiek chagrijn zijn tas in. Opnieuw waren de zes landen van de Contactgroep voor ex-Joegoslavië meer met hun onderlinge betrekkingen in de weer geweest dan met de brisante verhoudingen in de Servische provincie, en daar deed het Amerikaanse voorzitterschap niets aan af.

Volgens een Westerse diplomaat was Gelbard de avond en nacht ervoor tijdens voorbereidend overleg al “razend” en “vooral de obstructie van de Russen zat”. Gisteren liep de temperatuur op ministersniveau weer hoog op. Toen Gelbard aan het eind van de middag met zijn grote zwarte pakken-tas het Auswärtiges Amt uitsjokte - op weg weer naar Belgrado en Priina - , was de Amerikaanse ontevredenheid alleen maar gegroeid.

Het conclaaf van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Italië had slechts een verlenging van het ultimatum aan de Joegoslavische president MiloviEÉc - met een maand - opgeleverd: dialoog beginnen met de Albanese meerderheid, veiligheidstroepen terugtrekken uit Kosovo en buitenlandse hulpverleners en waarnemers ongehinderd toelaten. En anders..,ja, wat anders? De ministers werden het gisteren niet eens over nieuwe sancties. Het voornemen van de Contactgroep twee weken geleden in Londen om gisteren al de Servische buitenlandse tegoeden te bevriezen in geval van onvoldoende vorderingen door MiloviEÉc werd een maand opgeschoven. “De klap is weer uitgesteld”, zei een diplomaat. Welke supermacht opperde drie weken geleden ook alweer een internationale “militaire interventie”?

De Amerikaanse minister Albright deed tijdens een persconferentie moeite haar teleurstelling te verbergen door te wijzen op “de eenheid van de Contactgroep”. Ze zei op bezwerende toon dat de internationale gemeenschap “de fouten van 1991” niet zal herhalen. In werkelijkheid stonden de Amerikanen met de Britten alleen als voorstanders van hardere sancties, wilden Duitsland, Frankrijk en Italië een milde combinatie van aanmoediging en drukmiddelen, en wilde Rusland eigenlijk helemaal geen maatregelen.

Amerikaanse diplomaten verborgen hun teleurstelling niet: “Wij houden onze opties open om aanvullende maatregelen na te streven, waaronder economische sancties, met gelijkgezinde landen. Het hele proces van deze discussie was meer dan een beetje frustrerend. Je begint je op een gegeven moment af te vragen of de formule van de Contactgroep de beste manier is om druk uit te oefenen op MiloviEÉc.” Het is een existentiële vraag die de leden van de Contactgroep, die het vredesproces in ex-Joegoslavië coördineert, zich al vanaf de oprichting in 1994 stellen.

“We zijn vandaag niet veel opgeschoten”, zei een Westerse diplomaat na afloop. “De fermheid tegenover MiloviEÉc is weer opgeofferd aan het bewaren van onze eenheid”. Het tweede spoedberaad over Kosovo verliep volgens deelnemers “nog moeizamer” dan het bizarre overleg twee weken geleden in Londen. Toen hadden drie Westerse ministers al de grootste moeite om in een telefonische estafette hun Russische collega Primakov te bewegen tot steun van enkele milde sancties, waaronder een wapenembargo tegen Joegoslavië via de Verenigde Naties. Daarvan vroegen sceptici zich toen al af of Moskou dit niet alsnog eigenhandig zou torpederen in de VN-Veiligheidsraad, wat inderdaad gebeurde. Rusland is de grootste wapenleverancier en bondgenoot van Joegoslavië en heeft onlangs met Belgrado een wapencontract ter waarde van zo'n 1,5 miljard dollar afgesloten.

Primakov wilde gisterochtend aanvankelijk weer niets weten van dat wapenembargo, nadat zijn onderminister hier tijdens de voorbereiding nog wel mee had ingestemd. De Russische minister zei te vrezen dat zo'n embargo moeilijk meer op te heffen was, als het eenmaal was opgelegd. Ook wilde Primakov een concrete verwijzing naar bevriezing van buitenlandse tegoeden van Joegoslavië als stok achter de deur uit de tekst verwijderd hebben - een sanctie die wel in de Londense verklaring staat.

Nadat de politieke adviseurs tijdens een schorsing geen oplossing konden vinden, gebeurde iets ongebruikelijks: de zes ministers kwamen alleen, zonder enige assistent aan hun zijde, bijeen in de vleugel waar gastheer Kinkel resideert. “Als het zo moet, dan heb ik liever helemaal geen tekst”, riep minister Albright toen volgens een Westerse diplomaat geïrriteerd uit. Tijdens een kwartetspel met woorden wisten de zes ministers een compromis te vinden. Primakov accepteerde uit vrees voor een Russisch isolement alsnog - of opnieuw - het wapenembargo, en in ruil daarvoor werd een concrete verwijzing naar de bevriezing van de buitenlandse tegoeden geschrapt, en enkele andere bewoordingen afgezwakt.

Amerikaanse diplomaten zeiden na afloop dat ze de bestaande sancties - een embargo op materieel voor “interne repressie”, bevriezing van de exportsteun voor handel en investeringen en een 'visa-stop' voor Joegoslavische functionarissen die verantwoordelijk zijn voor het geweld tegen de Albanezen - graag hadden uitgebreid. Een Europese diplomaat, die zich weinig illusies maakt of MiloviEÉc onder de indruk is van het ultimatum van gisteren, concludeerde: “MiloviEÉc doet een aantal schijnbewegingen [zoals een voorstel voor autonomie-overleg en een onderwijsakkoord met de Albanezen]. En daarna zeggen zijn internationale supporters: zie je wel, deze aanpak werkt, met als argument dat de Contactgroep niet te hard van stapel moet lopen....”