KINDEROPVANG ; Samen rennen en draven naar werk en school

De meeste Nederlandse ouders improviseren kinderopvang bij buren, gastouders, vrienden en familie of nemen een oppas in huis. Driekwart van de ouders heeft last van 'ochtendstress' en de kinderen lijden mee. Dit is het tweede deel van een korte serie over stress bij kinderopvang. De eerste aflevering stond in de krant van 25 maart.

ALKMAAR, 26 MAART. Rond een uur of zes 's ochtends wordt baby Sierd (0) wakker. Hij heeft dan honger en wil een fles. Als ze geluk hebben, kunnen zijn ouders, Mart Stel en Liesbeth van Lanen, daarna nog heel even slapen. Om zeven uur wekt Mart zijn dochter Jente (6) en kort daarna zijn zoon Teije (2). Liesbeth legt kleren klaar voor Jente. Twee van de kinderen gaan 's ochtends in bad, de derde 's avonds; dat past het best in de planning.

Terwijl Mart ontbijt met Jente en Teije, verzorgt Liesbeth de baby. Daarna doet ze snel een staartje in de rode krullen van Jente en dan brengt Mart haar naar school. Voorheen waren Jente's haren en kleren nogal eens aanleiding tot oponthoud. “Soms moest ze bijna naar school en had Mart haar aangekleed en haar haar gedaan, en dan vond ik dat ze zo niet naar school kon en ging ik het weer anders doen”, zegt Liesbeth. Jente heeft een hekel aan haast 's ochtends vroeg. Haar ouders noemen haar een teutebel, met wie opschieten af en toe een probleem is.

Liesbeth en Mart werken allebei. Drie keer per week, als ze allebei vroeg op hun werk moeten zijn, komt de oppas die de verzorging van de twee jongste kinderen overneemt waar Mart en Liesbeth zijn gebleven. Zo langzamerhand heeft het gezin 's ochtends vroeg een “automatische taakverdeling tot in de details”, vertelt Mart. Hij heeft af en toe het gevoel dat hij aan bedrijfsvoering doet, maar het is de enige manier om 's ochtends op tijd klaar te zijn. Mart is hoofd van de afdeling opleidingen in het ziekenhuis van Alkmaar. Liesbeth geeft Nederlands op een Havo-VWO-school in Alkmaar.

Driekwart van de werkende ouders heeft last van ochtendstress, zo blijkt uit een onderzoek van de Commissie Dagindeling van het Ministerie van Sociale Zaken. Voor het onderzoek werden kinderen in de leeftijd van vier tot veertien jaar ondervraagd, van wie beide ouders werken of - in het geval van eenoudergezinnen - van wie één ouder werkt. Kinderen ontbijten het liefst 's ochtends met beide ouders, kwam uit het onderzoek naar voren. Jongere kinderen hebben er een hekel aan om zich 's ochtends vroeg te moeten haasten. Maar veel kinderen voelen zich er ook verantwoordelijk voor dat hun ouders op tijd op hun werk komen. “Mijn moeder zegt altijd dat we moeten opschieten, omdat ze anders in de file staat”, (meisje, 7 jaar). Daarnaast vinden kinderen het niet leuk om alleen met oudere broers of zussen thuis te zijn, omdat er dan snel ruzie ontstaat.

Ouders ervaren de ochtend nog meer als 'stress-moment' dan de kinderen, zo blijkt uit hetzelfde onderzoek. Ze voelen zich vaak schuldig wanneer ze vroeg weg moeten en hun kinderen even alleen laten of hen te vroeg op school brengen. “Ik breng de kinderen naar school en daarna race ik met de auto door naar mijn werk. Soms is dat al om acht uur dat ik ze afzet bij school. Dan moeten ze zich twintig minuten zelf redden op het schoolplein. Daar voel ik me wel schuldig over, maar het is niet anders. Ze zijn, noodgedwongen, buitengewoon zelfstandig.” (moeder met parttimebaan en kinderen van 8 en 10 jaar). Meestal willen ouders niet dat hun kinderen alleen thuis zijn en zoeken ze andere oplossingen.

Elise (13), Bart (10) en Merle (7) Nootenbos vinden het leuk om met hun vader op te staan, omdat ze dan voor de televisie mogen ontbijten. Maar hun vader John vindt het “lastig en onrustig” wanneer hij 's ochtends alleen met de kinderen opstaat. Hij moet dan, voordat hij naar zijn werk gaat, zorgen dat iedereen op tijd komt. In zijn huidige functie, leidinggevende bij de ambulancedienst, kan John zijn werktijden wel enigszins zelf indelen en afstemmen op de kinderen, maar zijn vrouw Ingrid draait vaste diensten als verpleegkundige in het ziekenhuis. Een paar jaar geleden had John ook vaste diensten en moesten ze zich 's ochtends én 's middags altijd haasten om op tijd thuis of op het werk te zijn.

Onderwijzer Ben Groninger geeft les aan de Protestants Christelijke basisschool De Prinsenhof in Alkmaar, de school van Jente, Merle en Bart. Op deze school is geen voorschoolse opvang en de kinderen mogen voor schooltijd niet naar binnen. Pas tien minuten voor half negen, wanneer de school begint, is er toezicht op het schoolplein. Om vijf over acht komen de eerste kinderen. Groninger: “Soms zijn dit kinderen van werkende ouders, maar vaak ook niet. De meeste ouders regelen opvang wanneer ze 's ochtends naar hun werk moeten. Er zijn veel kinderen die 's ochtends door de oppas worden gebracht.” In middelgrote steden als Alkmaar is op het gebied van kinderopvang 's ochtends vrijwel niets geregeld. Groninger kent geen scholen in de omgeving waar kinderen 's ochtends wel worden opgevangen en slechts één crèche in de stad is voor kwart voor acht open.

Liesbeth en Mart zijn zo langzamerhand redelijk tevreden over hun “ochtendspits”. Mart heeft een andere baan gezocht met meer “flexibiliteit aan de randen van de dag”. Vóór die tijd kwam een groot deel van de kinderopvang 's ochtends op Liesbeth neer, die geen flexibele begintijden heeft. Bovendien hadden Mart en Liesbeth toen nog geen oppas en moest Jente 's ochtends naar de crèche worden gebracht. Dat leidde tot stress.

De avondspits vinden Mart en Liesbeth tegenwoordig vaak nog hectischer dan de ochtendspits. Wanneer ze moe van hun werk thuis komen, moeten ze direct eten koken, met de kinderen spelen, hen in bad en in bed stoppen. De jongste valt moeizaam in slaap. Mart wandelt ruim een half uur met Sierd op zijn arm door de kamer en wiegt het kind. Wanneer hij eindelijk slaapt, rond een uur of acht, hebben Mart en Liesbeth rust. Totdat, wanneer ze net op de bank zitten, plotseling de kat opduikt voor zijn avondeten. In alle drukte waren Mart en Liesbeth het beest helemaal vergeten.

    • Welmoed Visser