Kamer wijst meer geld tegen wachtlijsten af

DEN HAAG, 26 MAART. De Tweede Kamer vindt niet dat het kabinet dit jaar nog meer geld moet uittrekken voor het wegwerken van wachtlijsten in de ziekenhuizen en bij de Riaggs dan de 115 miljoen gulden die daarvoor al beschikbaar is. Als de komende jaren meer geld nodig is, moet het nieuwe kabinet daarover maar beslissen.

Dit bleek gisteren in de Tweede Kamer bij de bespreking van de notitie over wachttijden en tweedeling van minister Borst (Volksgezondheid). Daarbij betrok de Kamer ook het 'plan van aanpak' dat organisaties in de gezondheidszorg samen met VNO/NCW en de vakbonden half maart publiceerden. In dit plan werken ze de notitie van Borst grotendeels verder uit. Verkorting van de wachttijden en wachtlijsten vergt gedurende vijf jaar jaarlijks zo'n 130 miljoen gulden, menen de opstellers.

Alle fracties waren er tevreden over dat het de partijen gelukt was samen zo'n plan van aanpak op te stellen. De oppositiepartijen wilden dat belonen door nu al het gevraagde geld voor de komende vijf jaar toe te zeggen. D66 en PvdA ging dit te ver. In een motie spreken ze wel uit het plan volledig te steunen, maar de beslissing over het geld laten ze over aan het volgend kabinet. De VVD wil zo ver nog niet gaan. Deze fractie meent dat bij het maken van het nieuwe regeerakkoord wel rekening moet worden gehouden met het plan, maar dat het moet worden afgewogen tegen andere problemen in de zorgsector.

Een meerderheid in de Kamer stemde in met de uitspraak in het plan dat wordt afgezien van voorrangsbehandeling voor werkenden. Dit zou volgens deze fracties hebben geleid tot een 'tweedeling' in de zorg. Volgens de VVD leidt deze opstelling er wel toe dat de gezondheidszorg geld misloopt. Het op kosten van werkgevers behandelen van zieke werknemers kan ziekenhuizen veel extra geld opleveren en leiden tot snellere behandeling van de andere patiënten. Volgens de PvdA wordt iedereen daar inderdaad beter van “maar sommigen meer dan anderen - en dat wijzen wij principieel af”.