Het heilige huis

VERKIEZINGSTIJD HEET het moment bij uitstek te zijn voor politici om meningen en standpunten helder uiteen te zetten. Ten behoeve van de nog niet overtuigde kiezers - en dat zijn er steeds meer - worden zaken veelal scherper naar voren gebracht. Het hoort erbij, deze profileringsdrift, en de politici weten dat van elkaar. Maar het aarzelende geontideologiseerde electoraat roept tevens een tegenovergestelde ontwikkeling op. Om potentiële kiezers niet af te stoten worden netelige kwesties zoveel mogelijk in het vage gehouden.

Dit is bij uitstek het geval rond het gevoelige punt van de fiscale aftrekbaarheid van de hypotheekrente. Met het toenemende eigen woningbezit is dit een kwestie die steeds meer kiezers aangaat. Al meer dan twintig jaar wordt het onderwerp met een zekere regelmaat te berde gebracht. Met dezelfde regelmaat wordt het vervolgens weer direct van de politieke agenda afgevoerd.

Het feit dat het debat over de hypotheekrente-aftrek desondanks telkens oplaait, is al veelzeggend. Dit geeft aan dat de regeling discutabel is. De feiten bevestigen dit ook. Geen ander Europees land kent zo'n riante fiscale regeling voor huizenbezitters als Nederland. Nergens bestaat de mogelijkheid de hypotheekrente tegen het hoogste belastingtarief af te trekken. Het gevolg is dat in Nederland de overheid gemiddeld een kwart van de financiering van het eigen huis subsidieert. In landen als het Verenigd Koninkrijk en Duitsland komt de overheidsbijdrage niet uit boven respectievelijk 7 en 8 procent.

DE LUCRATIEVE fiscale regeling werkt in de hand dat belastingbetalers zich er naar gaan gedragen. Mensen met hogere inkomens nemen vaker een hogere hypotheek en lossen deze minder snel af om zodoende een maximaal fiscaal voordeel te bereiken. Veelzeggend is de groeiende populariteit van 'hypotheekconstructies' die meestal bestaan uit een combinatie van maximaal aftrekbare rente en onbelaste koerswinsten. Dit alles heeft natuurlijk wel een prijs: de keerzijde van riante fiscale aftrekregelingen is een belastingregime dat relatief hoge tarieven kent.

De belastinghervormingen van de afgelopen jaren en ook het belastingplan dat de huidige bewindslieden van Financiën hebben gepresenteerd kennen als gemeenschappelijk kenmerk dat het onnodig rondpompen van geld zoveel mogelijk moet worden tegengegaan. In dat kader zijn reeds vele aftrekposten gesneuveld. Onbespreekbaar was elke keer weer de fiscale aftrekbaarheid van de eigen woning. Niet wegens de consistentie van de regeling, maar wegens de politieke gevoeligheid.

De leden van de Partij van de Arbeid toonden op het congres van januari moed door in het verkiezingsprogramma een punt op te nemen waarin de onbeperkte aftrek van de hypotheekrente aan banden werd gelegd. Hoewel dit voorstel van zeer veel clausules was voorzien, maakte partijleider en lijsttrekker Kok onomwonden duidelijk dat hij dit punt niet zou uitvoeren. De hypotheekrente is electoraal dynamiet.

Dat de angst voor de kiezer levensgroot is, bewijst ook de gang van zaken deze week rond het artikel dat het PvdA-Kamerlid Van der Ploeg schreef voor het blad Socialisme & Democratie van het wetenschappelijk bureau van de PvdA. In een breed betoog over de belastinghervorming stelde hij ook de excessen bij de hyptoheekrente-aftrek aan de orde. Het leidde onmiddellijk tot grote commotie binnen de PvdA-fractie, uitmondend in een schriftelijke verklaring van PvdA-fractieleider Wallage waarin deze liet weten dat Van der Ploeg louter zijn eigen mening had verkondigd. Van der Ploeg had het kunnen weten. Voor de aftrekbaarheid van de hypotheekrente geldt nu eenmaal verbod op nadenken.

OOIT ZEI CDA-politicus De Koning dat het de taak van een politicus is om de mens één meter verder te krijgen dan waartoe hij van nature bereid is. In de kwestie van de hypotheekrente blijkt dit een onmogelijke opgave; zeker in verkiezingstijd.