Gekke school is eindelijk normaal

Op een school in Bergen op Zoom bestaan al jaren geen klassen meer. De ervaringen zijn positief. “Onze leerlingen doen het op HBO en universiteit beter dan anderen.”

VOOR STRAF de klas uit worden gestuurd? Vier meisjes van de Roncalli-scholengemeenschap in Bergen op Zoom kijken elkaar aan en proesten het uit van het lachen. “Wat kinderachtig. Ik kan me niet herinneren dat ik dat ooit heb meegemaakt”, zegt er één.

De Roncalli-school gaat - als een van de weinige middelbare scholen in Nederland - uit van de vrijheid, zelfwerkzaamheid en onderlinge samenwerking van leerlingen, gebaseerd op de principes van het Daltononderwijs. De school gaat zelfs nog verder, want de leerling mag er vanaf het tweede leerjaar ook zelf zijn studietempo bepalen.

De leraar doceert er niet, maar 'coacht', en houdt via leskaarten in de gaten welke stof de leerling aan het behandelen is, en of het tempo waarin dat gebeurt niet te langzaam is. De leerlingen worden geacht zeven leskaarten per jaar af te werken; minimaal moeten het er vier zijn.

De buitenstaander zou misschien verwachten dat veel leerlingen het spoor bijster raken, zonder de straffe hand van de leraar, maar volgens rector G.G.M. Hobbelen valt dat reuze mee. Het percentage afvallers is net zo groot als op andere scholen, en leerlingen doen er gemiddeld net zo lang over om hun diploma te halen als leerlingen van een traditionele school. “Het voordeel is dat onze leerlingen een leuke tijd hebben op school. En uit cijfers blijkt dat ze het op het HBO en de universiteit beter doen dan anderen.”

Havo-leerlingen hebben doorgaans moeite met de aansluiting op het Hoger Beroepsonderwijs. Gemiddeld komt 50 procent van hen zonder kleerscheuren door het eerste jaar. “Onder onze leerlingen ligt dat percentage op 85. Ze kunnen hun tijd goed indelen, en hebben minder moeite hun tentamens te halen.”

Het nieuwe Nederlandse onderwijssysteem voor de hoogste klassen Havo en VWO lijkt erg op het onderwijssysteem waar het Roncalli al jaren mee werkt. Volgens het ministerie van Onderwijs is het hard nodig het lessysteem aan te passen aan de maatschappij van vandaag: “Het is belangrijk”, zo laat een woordvoerder weten, “dat burgers leren hun kennis, inzicht en sociale vaardigheden effectief te gebruiken. De burger moet kunnen onderhandelen en samenwerken met anderen. Leerlingen worden daartoe via het nieuwe systeem aangemoedigd.”

“Wij zien het als een vorm van erkenning”, reageert de rector van de Roncalli-scholengemeenschap niet zonder trots. “Ons systeem wordt nu eindelijk normaal.” Het was begin jaren zestig een grote overgang voor de school in Bergen op Zoom om over te stappen op wat toen gezien werd als experimenteel onderwijs. Het toenmalig hoofd van de school was er de inspirerende kracht achter, zegt Hobbelen. “Hij geloofde in het systeem, en was ervan overtuigd dat het zou werken.”

Maar in de beginperiode ging er van alles mis. “De school kreeg al snel de naam een gekke school te zijn, waar alles mocht. Het leerlingenaantal liep behoorlijk terug.” Volgens Hobbelen konden met name de jonge leerlingen uit de lagere klassen de vrijheid niet aan, en was er een groot aantal uitvallers. “Het lessysteem is nu aangepast. De eerste anderhalf jaar krijgen de leerlingen klassikaal onderwijs, en geleidelijk worden ze losgelaten.” De scholengemeenschap telt ongeveer 800 leerlingen, terwijl dat er in de jaren zeventig ruim 500 waren. “Het aantal groeit. Het afgelopen jaar hadden we ongeveer 180 leerlingen in de brugklas. Nu hebben we al 200 aanmeldingen.”

Het is wat rumoerig in de klassen op het Roncalli. Bijvoorbeeld in het noodlokaal waar leraar A. Hopstaken Engels geeft aan een Havo-5 klas. Sommige leerlingen hebben een walkman op. Anderen zitten verdiept in boeken, en weer anderen overhoren elkaar. Een meisje stapt naar de leraar om haar kennis van de Engelse literatuur te laten testen. “Vroeger werkte ik op een klassikale school”, vertelt Hopstaken. Daar deed je het alleen goed als de klas muisstil was. Ik vind dit veel natuurlijker. Leerlingen zijn met zelfstudie bezig, of ze werken met elkaar.”

Als de bel gaat voor het volgende uur, pakken de kinderen rustig hun tas in en verlaten de klas. De volgende lichting is een Mavo-klas. Twee meisjes melden zich onmiddellijk na binnenkomst bij Hopstaken en vragen of ze een repetitie mogen maken. Op de vraag of dat niet gemakkelijk spiekt, in zo'n onrustige klas, reageren de tieners afwijzend. “Daar neem je alleen jezelf mee. Op het examen moet je het ook zelf doen.”

Naast het klaslokaal is op de gang een studienis waar leerlingen zich kunnen terugtrekken. “Soms wil je voor jezelf werken en is het in de klas te onrustig. Dan ga je gewoon hier zitten”, legt leerling Kim van der Schoot uit. Ze zit naast vriendin Margot Dietvorst. Ze doen allebei fanatiek aan aerobics en vinden het voordeel van hun school dat je zelf bepaalt wanneer je tijd aan huiswerk besteedt. “Het kan bijvoorbeeld zijn dat je door problemen een tijdje niet aan huiswerk toe komt. Normaal zou je dan blijven zitten. Hier niet. Je loopt met een paar vakken even achter. Maar zodra je je weer beter voelt, haal je je achterstand gewoon weer in.”

Voor docent Els Martens was het anderhalf jaar geleden spannend toen ze zich voor het eerst als lerares Duits op het Roncalli meldde. Daarvoor had ze op een traditionele middelbare school lesgegeven. “En je vraagt je dan toch af: wat krijg ik hier voor vrijgevochten publiek voor me.” De overstap viel enorm mee. “De leerlingen hier zijn heel sociaal. Je hebt op een leuke manier contact met hen. Je werkt in kleine groepjes, en dan praat je ook over andere dingen dan over de lesstof. Je hoeft de leerlingen niet voortdurend op sleeptouw te nemen. Alhoewel ik in het begin wel voortdurend op die leskaarten zat te kijken: wat doet die, en heeft die leerling dat al gedaan.”

Het systeem kan voor leraren ook nadelen hebben. Docent aardrijkskunde Michel Snellen: “Ik mag graag met mijn leerlingen fietsen, en ze ondertussen de verschillende landschappen laten zien. Maar daar is weinig ruimte voor, omdat elke leerling met andere stof bezig is.”

Toch gelooft hij in het Roncalli-systeem. “Het rendement is hoger. Als een leerling leerstof op eigen initiatief tot zich neemt, blijft het beter hangen.” De twee leraren hebben weinig moeite met het handhaven van de orde. “De leerlingen weten dat ze hun leerdoelen moeten halen. Doen ze dat niet dan moeten ze van school. Dat is een prima stok achter de deur.”

Ongeveer een kilometer verwijderd van de Roncalli-scholengemeenschap bevindt zich Regionale Scholengemeenschap 't Rijks. De school telt 1.543 leerlingen en heeft net als het Roncalli de schooltypen Mavo, Havo en VWO. “Wij geloven”, zegt rector A. Petermeijer, “in het klassikale systeem. We onderwijzen de leerlingen in klasverband, en verwachten dat ze bij de lessen aanwezig zijn.” De roosters worden zo gemaakt dat de leerlingen het eerste en laatste uur altijd les hebben. “We kunnen dan eenvoudig controleren of ze inderdaad de lessen volgen.”

Maar de panelen schuiven, en Petermeijer is zich daarvan bewust. “Welke leerling kan nog 50 minuten luisteren naar het verhaal van een docent, en welke leerling heeft, tussen de bijbaantjes door, nog tijd voor zijn huiswerk? De tijden zijn veranderd.”

Ook 't Rijks legt nu meer de nadruk op zelfwerkzaamheid van de leerling. “Maar we gaan niet zover dat we zeggen: jongens, bepaal zelf wat je doet. Wij denken dat niet elke leerling dat aan kan.”

Rector Hobbelen van het Roncalli: “Ik ben ervan overtuigd dat als je kinderen vertrouwen geeft, 90 procent daarmee om weet te gaan.” Hij vindt het schoolsysteem van zijn Roncalli ideaal, maar geeft toe dat er ook een nadeel is: “Ik hoor vaak van leerlingen dat ze het gevoel hebben nooit klaar te zijn met hun huiswerk. Ze weten precies wat er nog allemaal moet gebeuren in het jaar, want ze hebben de planning zelf gemaakt. En dat legt een druk op hen.”