Geen kater maar 'een geluk bij een ongeluk'; KPMG zoekt geld na mislukte fusie

Fusie mislukt? Ach nou ja. KPMG presenteert het als een geluk bij een ongeluk. “We gaan nu geld van buiten aantrekken.” Om toch te kunnen investeren in mensen, in de nieuwe markten, in informatietechnologie.

AMSTERDAM, 26 MAART. Deze week hebben ze voor het eerst weer eens met elkaar gegeten, de bestuurders van de Nederlandse vestigingen van KPMG en Moret Ernst & Young. Ze hadden afgesproken in Den Haag, keurig halverwege beide hoofdkantoren. De twee accountants- en adviesorganisaties zouden wereldwijd fuseren, maar op 13 februari werden de besprekingen plotseling afgebroken. Officieel omdat het te lang duurde voordat Europees commissaris Van Miert besloot of hij toestemming zou geven. Officieus omdat Ernst & Young bij nader inzien teveel nadelen zag: cultuurverschillen, verdeling van leidende posities.

Een paar uur vóór het etentje met, nu weer, de concurrent zit Ruud Koedijk van KPMG tevreden aan de ronde tafel in zijn kamer op het hoofdkantoor in Amstelveen. Hij kan vertellen dat zijn organisatie in 1997 voor het eerst een omzet heeft gemaakt van meer dan 1 miljard gulden - en dat moeten de andere grote accountants en adviseurs in Nederland nog maar zien waar te maken. “Coopers dènkt dat ze dit jaar die grens bereiken.”

In oktober zat Koedijk daar, net zo tevreden, met Jan den Hartog van Moret Ernst & Young. Ze gingen toen samen naar de Nederlandsche Bank om hun fusie aan te kondigen. Nu heeft Koedijk zijn financiële man Jan van Rooijen meegenomen. Van een kater om de mislukking willen ze niet horen. Van Rooijen: “Wij kijken vooruit.”

Koedijk: “We hadden graag gewild. Maar toen Den Hartog die vrijdag hier kwam vertellen dat internationaal was besloten om er niet mee door te gaan, dacht ik nou ja. Ik wist het bovendien al, ik was al ingelicht. Je voornaamste zorg is op dat moment: hoe vertel ik het mijn kinderen en hoe vertel ik het de pers.”

Van Rooijen: “We bedoelen: onze mensen en de pers.”

Koedijk: “De communicatie verliep zeer goed.”

Achteraf vindt hij eigenlijk maar één ding “merkwaardig”. Dat het niet eerder “op tafel was gekomen” dat Ernst & Young het vervelend vond dat KPMG in Europa de meeste topfuncties zou gaan bezetten.

“Op 5 februari was er nog een bijeenkomst van afgevaardigden van de twee organisaties”, zegt Koedijk. “Maar toen heb ik er niets over vernomen.” En over die verdeling was volgens hem best te praten geweest.

Nee, zenuwachtig om de fusie tussen Coopers & Lybrand en Price Waterhouse - die gaat wèl door - zijn ze bij KPMG ook niet. “In Nederland blijven we groter dan die twee bij elkaar”, zegt Koedijk.

Om toch te kunnen investeren in mensen, in de nieuwe markten van het Verre Oosten, in informatietechnologie - de reden om met Ernst & Young samen te willen - gaat KPMG nu geld lenen bij banken en andere externe financiers. “Wel zo eenvoudig”, aldus Koedijk.

Op de vraag waarom dat nu pas kan zegt hij: “Dat heeft te maken met de cultuur bij accountants en consultants. Je bent partner en wat jij investeert, daar profiteert in principe een ander van, over tien jaar. Dat maakt de bereidheid om geld in de organisatie te steken misschien wat kleiner.”

Dat een mislukking tot de conclusie leidt dat je dan maar geld van buiten moet halen - dat weten de partners van KPMG nu.

Maar van een second best oplossing willen Koedijk en Van Rooijen ook niet horen.