Feri de Geus' bezorgdheid over Europa

Voorstelling: Euroblues. Choreografie en regie: Feri de Geus. Muziek: Kees Wennekendonk. Kostuums: Antoinette Wubben. Gezien: 25/3 Frascati Amsterdam. Aldaar t/m 28/3. Nog te zien 23/4 in Leeuwarden, 24 en 25/4 in Rotterdam. 2/4 t/m 12/4 in Berlijn.

Op de vraag 'Wat is de Europese identiteit?' antwoorden moderne Europeanen met hun paspoortnummer, vindt choreograaf Feri de Geus. Bezorgd als hij is over de toekomst van dit continent zonder grenzen noemde hij zijn laatste choreografie Euroblues. Het is een talking blues geworden, want in deze dansvoorstelling wordt bijna net zoveel gesproken als bewogen. Dit gebruik van tekst in een dansvoorstelling is al geruime tijd een stijlkenmerk van De Geus, die met dans alleen zichzelf niet voldoende adequaat lijkt te kunnen uitdrukken.

Euroblues is een multidisciplinaire speurtocht naar het zoekgeraakte prinsesje Europa, waarin we kennis maken met vier danseressen/actrices uit verschillende Europese landen. Tussen het dansen door vertellen zij achtereenvolgens in het Duits, Zwitsers, Italiaans en Nederlands hun persoonlijke levensgeschiedenissen in een notendop. De Geus' angst voor een geestelijk afgebrokkeld, uniform Europa (de danseressen dragen dezelfde pruiken) krijgt in deze verhaaltjes nog het best gestalte. Zó oninteressant en inwisselbaar zijn ze dat het enige vermoeden van een identiteit schuilt in het gebruik van hun moederstaal. Eén van hen verwoordt het alsvolgt: “Er is in Europa geen jaloezie meer, want iedereen heeft overal hetzelfde.”

Euroblues zit vol met dit soort constateringen (“er zijn te veel keuzes, dus mensen kunnen niet meer kiezen”), alle met een bezorgde ondertoon, die maakt dat je halverwege de voorstelling de boodschap wel hebt begrepen. De Geus heeft het zichzelf ook niet gemakkelijk gemaakt door dans te laten afwisselen met tekst. De voorstelling krijgt zo het voorspelbare van een slechte grap. De dans lijkt steeds een uitbeelding van de tekst, en de tekst een uitleggen van de dans.

Van de vier danseressen toonde de Italiaanse Dalia Zaltron de meeste ijver. Haar plotselinge waanzinscène, die gepaard ging met veel vallen en opstaan, en wankele, schokkerige bewegingen, vormde in Frascati het choreografisch hoogtepunt. De Zwitserse Andrea Beugger zocht het daarentegen meer in haar komische begaafdheid, die ze ontleent aan het zangerige en dus grappige Zwitserduits (“Jaetzt wohn i in Amschterdam”). De Euroblues, dat gevoel vervreemd te zijn van je eigen cultuur, op te gaan in de massa is hopelijk slechts een fin-de-siècle-gevoel, dat snel weer overwaait. In de handen van De Geus vormt het vervagende Europa in ieder geval een heilloos decor. Een beproeving vond ik de muziek van Kees Wennekendonk. Bijna anderhalf uur waren we overgeleverd aan zijn synthesizer-sfeermuziekjes.

Aan het slot komt als een deus ex machina Zeus langs. In de gedaante van de Poolse acteur M. Olek Witt vertelt de oppergod wat er werkelijk met het prinsesje Europa is gebeurd. Hij kan het weten, want als stier wist hij haar immers ooit te schaken. “Maar plotseling was Europa weg. In de menigte denk ik haar soms nog wel eens te zien. Ze glimlacht dan, maar het is een bevroren glimlach.” Zeus zuchtte nog eens en ging toen maar slapen. Ook hij had de Euroblues.